Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wet

Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wet Het legaliteitsbeginsel vereist dat al het overheidshandelen dat burgers in hun vrijheid of eigendom beperkt, op een wettelijke grondslag dient te berusten. De betekenis van het legaliteitsbeginsel is dat de overheid niet mag ingrijpen in de rechten en vrijheden van burgers zonder dat daarvoor een wettelijke bevoegdheid bestaat. Het legaliteitsbeginsel is een belangrijk beginsel en heeft een eigen vorm in het bestuursrecht, staatsrecht en strafrecht. Het overkoepelende idee is dat voor alle handelingen van de overheid, die voor burgers bindend van aard zijn, een wettelijke grondslag dient te bestaan. Zo wordt voorkomen dat de overheid willekeurig optreedt ten opzichte van haar burgers. Bovendien geeft het de burgers rechtszekerheid; door het legaliteitsbeginsel weten burgers wanneer het handelen van de overheid democratisch gelegitimeerd is. Echter, het legaliteitsbeginsel geldt niet voor ál het overheidsoptreden. Daarnaast zijn er een aantal beperkingen van het legaliteitsbeginsel.

Legaliteitsbeginsel


Betekenis van het legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wet

Het legaliteitsbeginsel is een heel belangrijk beginsel in zowel het staatsrecht, strafrecht als het bestuursrecht. Het vormt samen met de machtenscheiding, fundamentele rechten en onafhankelijke rechtsspraak de vereisten voor het bestaan van een rechtsstaat. Het legaliteitsbeginsel houdt kortweg in dat de overheid niet mag ingrijpen in de rechten en vrijheden van burgers zonder dat daarvoor een bevoegdheid bestaat die democratisch gelegitimeerd is; de wet dient te beschrijven dat het overheidsorgaan de bepaalde taak of handeling ook daadwerkelijk mag uitvoeren.

Waarom een legaliteitsbeginsel?

De idee van de rechtsstaat is dat naast alle burgers, ook de overheid gebonden is aan de wetten. Het legaliteitsbeginsel bevordert de rechtszekerheid en stelt tot doel willekeurig optreden door de overheid te voorkomen.

Staatsrechtelijk legaliteitsbeginsel

Het staatsrechtelijk legaliteitsbeginsel houdt in dat al het overheidshandelen gebonden is aan de wet. Dit betekent dat de wet de bevoegdheden van de overheid dient te beschrijven, voordat de overheid van een van deze bevoegdheden gebruik mag maken. De idee hierachter is dat elk willekeurig optreden van de overheid dient te worden voorkomen. Hierom beschrijft de wet wanneer en hoe een overheidsorgaan een bepaalde handeling dient te verrichten. Net zoals burgers, dienen overheidsorganen zich aan de wet te houden. Een ander idee achter het legaliteitsbeginsel is dat het de rechtszekerheid bevordert. Doordat de wet beschrijft welk handelen van de overheid wel of niet is toegestaan, zijn burgers ervan op de hoogte wat hun rechtspositie is ten opzichte van de overheid.

Strafrechtelijk legaliteitsbeginsel

In het strafrecht heeft het legaliteitsbeginsel de volgende betekenis: een gedraging is pas strafbaar als die ten tijde van het begaan van het strafbare feit in een wettelijke bepaling strafbaar is gesteld. Het materiële strafrechtelijk legaliteitsbeginsel (ook wel het nulla poena-beginsel genoemd) vereist onder andere dat omschrijvingen van wettelijke strafbepalingen duidelijk dienen te zijn, zodat de burger kan weten onder welke voorwaarden een bepaalde gedraging strafbaar is. Hierbij dient de rechter in bepaalde gevallen de wet te interpreteren. Het materiële strafrechtelijk legaliteitsbeginsel staat beschreven in artikel 1 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht (Sr):

"Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling" (art. 1 lid 1 Sr).

Naast een materieel strafrechtelijk legaliteitsbeginsel, is er ook een formeel strafrechtelijk legaliteitsbeginsel. Dit betekent dat bij opsporing, vervolging en bestraffing van strafbare feiten, dit alleen is toegestaan indien een wet (in formele zin) de bevoegdheden daartoe beschrijft. Het formele strafrechtelijk legaliteitsbeginsel staat beschreven in artikel 1 van het Wetboek van Strafvordering (Sv):

"Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien" (art. 1 Sv).

Bestuursrechtelijk legaliteitsbeginsel

Een belastende bestuurshandeling dient op een wettelijke grondslag te berusten; het vereiste van een wettelijke grondslag is een onderdeel van het legaliteitsbeginsel. Een wettelijke grondslag betekent dat een bepaalde bevoegdheid staat beschreven in een wet. De betekenis van het bestuursrechtelijk legaliteitsbeginsel is dat de bestuurlijke overheid haar burgers iets mag verbieden of gebieden indien de wet regelt dat de overheid daartoe bevoegd is. Soms is sprake van een bestuurlijke bevoegdheid welke wordt ontleend aan het ongeschreven recht. In de praktijk wordt hierom niet ál het overheidshandelen dat ingrijpt in de rechten en vrijheden van burgers in een wettelijke grondslag omschreven. Daarnaast dient overheidshandelen altijd in overeenstemming te zijn met de wet.

Voorbeeld:
Een voorbeeld van een bevoegdheid van de overheid welke kan worden ontleend aan het ongeschreven recht: de beslissing van een bestuursorgaan om onverschuldigde betaalde bedragen van een burger terug te vorderen, waarbij het bestuur deze beslissing kan baseren op een algemeen rechtsbeginsel en niet op een specifieke wet.

Voor welk overheidsoptreden geldt het legaliteitsbeginsel?

Volgens het legaliteitsbeginsel dient al het overheidsoptreden dat bindend is voor burgers te berusten op een wettelijke grondslag. In de praktijk betekent dit dat voor al het negatief ingrijpend overheidsoptreden en in bepaalde gevallen ook voor positief ingrijpend overheidsoptreden een wettelijke grondslag op het overheidsoptreden van toepassing dient te zijn. Negatief overheidsoptreden is per definitie ingrijpend van aard. Positief overheidsoptreden dat niet ingrijpend van aard is, is uitgezonderd van het legaliteitsbeginsel.

Negatief ingrijpend overheidsoptreden

Op grond van het legaliteitsbeginsel is vereist dat negatief ingrijpend overheidsoptreden een wettelijke grondslag behoeft. Negatief overheidsoptreden is per definitie ingrijpend van aard, omdat door negatief overheidsoptreden de overheid door middel van een gebod of verbod ingrijpt op de rechten en vrijheden van burgers.

Positief ingrijpend overheidsoptreden

Soms is ook voor positief overheidsoptreden een wettelijke grondslag vereist: sinds het Fluorideringsarrest van de Hoge Raad (HR 22 juni 1973) moet ook het positief overheidsoptreden voor zover dat ingrijpend van aard is op een wettelijke grondslag berusten. Een voorbeeld van positief ingrijpend overheidsoptreden is het verstrekken van subsidies en uitkeringen. Het vereiste van een wettelijke grondslag geldt dus niet alleen voor besluiten die negatief ingrijpen in de rechtspositie van burgers, maar ook voor overheidsoptreden waarbij de overheid een prestatie levert ten opzichte van de burgers die ingrijpend van aard is, dus op een positieve wijze ingrijpt in de rechten en vrijheden van burgers.

Uitzondering: positief niet-ingrijpend overheidsoptreden

Er bestaat overheidsoptreden waarvoor geen wettelijke grondslag is vereist: positief niet-ingrijpend overheidsoptreden. Dit is de enige vorm van overheidsoptreden waarvoor géén wettelijke grondslag hoeft te bestaan. Het is dus niet zo dat op grond van het legaliteitsbeginsel letterlijk ál het overheidsoptreden op een wettelijke grondslag dient te berusten.

Beperkingen van het legaliteitsbeginsel

Er zijn een aantal beperkingen van het legaliteitsbeginsel:

Niet al het ingrijpend overheidshandelen staat beschreven in een wet

Niet al het (ingrijpend) overheidshandelen wordt in de wet beschreven. Zo is een gemeente wettelijk bevoegd om een vergunning te verlenen of in te trekken. Deze bevoegdheid omvat tevens een bevoegdheid om een vergunning te wijzigen, hoewel deze bevoegdheid tot wijziging niet als zodanig in de wet beschreven staat. De Raad van State stelt dat dit verschijnsel in de wet dient te worden gelezen onder het adagium: "Wie het meerdere mag, mag ook het mindere". Dit betekent in de praktijk dat als een gemeente volgens de wet bevoegd is om een vergunning in te trekken (het meerdere), de gemeente ook de vergunning mag wijzigen (het mindere).

Delegatie van bevoegdheden vermindert de democratische legitimiteit

Tegenwoordig hebben veel wetten het karakter van ‘kaderwetgeving’: de wetgever in formele zin delegeert de bevoegdheid tot het stellen of ontwerpen van inhoudelijke normen aan lagere regelgevers. Door deze situatie komt het legaliteitsbeginsel onder spanning te staan: doordat de formele wetgever zich veelal beperkt tot kaderwetgeving, is er een verminderde uitwerking van de oorspronkelijke idee dat de wet, die is vastgesteld door een democratisch verkozen formele wetgever, beschrijft welk overheidshandelen wel of niet is toegestaan.

Lees verder

© 2019 - 2020 Aucourant, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Attributie, delegatie en mandaat: betekenis voor bevoegdheidAttributie, delegatie en mandaat: betekenis voor bevoegdheidAttributie en delegatie zijn vormen van bevoegdheidsverkrijging en bevoegdheidsverdeling. Attributie is het schapen van…
Het recht: verkrijgen van overheidsbevoegdhedenHet recht: verkrijgen van overheidsbevoegdhedenDe bevoegdheid tot het maken van wetten en het handhaven daarvan wordt door verschillende overheden gedragen. Maar hoe w…
BestuursbevoegdheidHoe komt een bestuursorgaan aan zijn bevoegdheid? Alles over attributie (bevoegdheid scheppen), delegatie (bevoegdheidso…
Het recht: legaliteitsbeginselHet recht: legaliteitsbeginselHet legaliteitsbeginsel is vaak onderwerp van discussie bij strafzaken. Maar wat houdt dit beginsel nou eigenlijk in? Di…

Slapend dienstverband na twee jaar arbeidsongeschiktheidSlapend dienstverband na twee jaar arbeidsongeschiktheidIs het verstandig als een werkgever een werknemer die twee jaar ziek is geweest ontslaat nu hij daarvoor toestemming kri…
MfN- of ADR-geregistreerd mediator, wat zijn de verschillenMfN- of ADR-geregistreerd mediator, wat zijn de verschillenEen mediator is - kort gezegd - een professionele, onafhankelijke en onpartijdige bemiddelaar. Veelal bij echtscheidinge…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Joergelman, Pixabay
  • Hoge Raad, Fluorideringsarrest, 22 juni 1973, http://arresten.eu/staatsrecht/hr-22-06-1973-nj-1973-386-fluoridering/.
  • HERINGA Aalt Willem, VAN DER VELDE Jakob, VERHEY Lucy, VAN DER WOUDE Wytze, Staatsrecht, augustus 2010.
  • Raad van State, ECLI:NL:RVS:2009:BH3237, https://www.recht.nl/vakliteratuur/staatsrecht/artikel/186233/raad-van-state-18-02-2009-200800255-1/
  • https://maxius.nl/wetboek-van-strafvordering/artikel1
  • https://jurisme.nl/art-1-sv-legaliteitsbeginsel/

Reageer op het artikel "Legaliteitsbeginsel: geen bevoegdheid zonder wet"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Aucourant
Laatste update: 19-10-2020
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Juridisch
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!