Etnomarketing: moet dat nou?
Etnomarketing. Moet dat nou? Antwoord: 'de' allochtone klant bestaat niet, maar je kunt toch maar beter iets van etnomarketing afweten. Het betreft een doelgroep die veelal een specifieke achtergrond heeft met eigen normen, wensen en waarden. Waardevolle adviezen over etnomarketing van Jorge Cuartas, directeur van Foquz Etnomarketing.Waarom kan het bedrijfsleven niet om etnomarketing heen? Alleen al om de macht van het getal. In Nederland wonen miljoenen leden van deze doelgroep. Ruwweg een miljoen van hen komt uit Europa of Amerika; door die achtergrond is een specifieke benadering via etnomarketing minder noodzakelijk. Blijft over een flinke groep van enkele miljoenen niet-westerse allochtonen, met als belangrijkste nationaliteiten de Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse, Indonesische en Aziatische. In de VS is etnomarketing de kinderschoenen al ver ontgroeid, in Nederland zijn we nog niet zo ver. Weliswaar blijkt uit CBS-cijfers dat allochtonen gemiddeld nog tot een kwart minder besteedbaar inkomen hebben dan autochtonen, er is toch een aanlokkelijk financieel totaalplaatje . Bovendien is het beeld variabel per doelgroep en specifieke financiële situatie. Daarnaast zitten de jongere generaties in de lift. Gemiddeld heeft de tweede generatie jaarlijks al beduidend meer te besteden dan de voorgaande generaties. Dat loopt in de pas met de constatering, dat nieuwe generaties allochtonen in opleidingsniveau inlopen op de hier geboren bevolking.
Verkeerd beeld
De heer Jorge Cuartas is directeur van het bureau Foquz Etnomarketing, en weet waar de nog wat schamele aandacht voor de doelgroep uit voor kan komen: “Bedrijven hebben verkeerde beelden van allochtonen. Zo zouden veel van hen werkeloos zijn, en dus relatief oninteressant. Zeker is er een groep die werkloos is, en die is wat groter dan bij Nederlandse beroepsbevolking. Maar nog altijd is het overgrote deel aan het werk en verdient dus een salaris. Nog zo’n verkeerd beeld is, dat er niets te besteden is. Als totaal heeft deze doelgroep op jaarbasis miljarden te besteden. Dat is veel. Als laatste verkeerde beeld noem ik, dat er met de doelgroep moeilijk te communiceren valt. Voor de eerste generatie Turken en Marokkanen speelt dit wel, voor latere generaties minder en de huidige twintigers spreken gewoon goed Nederlands. Alle andere groepen niet-westerse klanten kun je over het algemeen heel goed met Nederlands benaderen.” Hiermee wordt meteen een belangrijke nuancering aangestipt, namelijk dat er groot verschillen kunnen bestaan tussen de oudere en jongere generaties. Vooral de jongere allochtone consument is net zo ‘gretig’ als de autochtone. Logisch. Jorge Cuartas: “Als je in deze maatschappij opgroeit, zie je om je heen de mogelijkheden. De consument wil eigenlijk alles, en hier opgegroeide allochtonen verschillen niet van andere consumenten.”Drie allochtone klanten is te weinig
Enkele jaren geleden deed Foquz een klein onderzoek onder de Utrechtse detailhandel. Opmerkelijk was, dat sommige winkeliers dachten goed de mogelijkheden te benutten, ‘want’ er waren al drie allochtone klanten geweest. De heer Cuartas: “Dan bleek dat dat drie Surinaamse klanten waren, in een wijk met 60% Marokkanen. Dan loop je inkomen mis, je laat je een grote doelgroep liggen! Je moet je afvragen: hoe krijg je die binnen? Géén genoegen nemen met heel weinig, al helemaal niet als die paar binnengekomen klanten ook nog eens slechts één – mogelijk kleinere – doelgroep vertegenwoordigen. ‘De’ allochtoon bestaat niet. Je moet je op al die groepen richten, niet op één of een paar.” Wilt u de allochtone klant binnenhalen, dan is er een kort ‘stappenplan’ dat u kunt volgen.Stap 1: leer uw doelgroep kennen
Een dienst die Foquz in het leven riep omdat er verrassend veel vraag uit de markt kwam, is het beantwoorden van de vraag: wie zijn die allochtone doelgroepen. Jorge Cuartas: “Die vraag in kaart brengen kun je via een bureau doen, maar ook zelf. Gegevens over wie in jouw regio of gemeente wonen, zijn bekend bij gemeente of CBS. Zo kun je een profiel maken van potentiële klanten.”Stap 2: benader de potentiële klant gericht
Dan moet u in contact zien te komen. Hoe? Cuartas: “Je zult wellicht moeten overwegen je communicatiemateriaal via andere kanalen dan de gebruikelijke te verspreiden. Stel, je richt je op allochtone jongeren. De meeste van hen zijn opvallend goed georganiseerd. Dat weten bedrijven vaak niet, dus kunnen ze ook niet hun voordeel met die kennis doen. Zoek die organisaties op. Een bepaalde Marokkaanse studentenvereniging houdt bijeenkomsten voor honderden leden, geeft ook een blad uit. Kunnen die studenten jouw folders verspreiden? Of kun je via een specifiek verenigingsblad gericht adverteren? Je kunt in termen van communicatie diverse dingen bedenken, maar je moet eerst weten welke kanalen er bestaan.”Stap 3: begrijp die klant beter
Generaliseren is altijd gevaarlijk. Maar hoe divers de allochtone doelgroep ook is, er zijn een aantal factoren die het contact met en begrip van deze doelgroep vergemakkelijken. Een belangrijke vraag is: wat wil de allochtone klant? Dergelijke vragen worden regelmatig door Foquz onderzocht. Jorge Cuartas: “Uit al onze onderzoeken waarin het winkelgedrag is meegenomen, blijkt dat allochtone klanten erg hechten aan service. Ze willen dat iemand hen echt helpt. Iemand die adviezen geeft, ideeën aanreikt, ergens op wijst, ze begeleidt in de winkel. De winkelier zal zich moeten afvragen: heb ik genoeg mensen in de winkel die die service kunnen geven? Een moeilijk aspect dat misschien alle consumenten geldt, is dat de verkoper zonder veel woorden moet begrijpen wat de klant wenst. Een goede verkoper zal daarop kunnen inspelen.”Een ander aspect: in niet-westerse culturen wordt de Westerse benadering nog weleens wat bot gevonden. De heer Cuartas: “Net zoals bijvoorbeeld in de Japanse cultuur nee-zeggen ‘not done’ is, zullen ook andere niet-westerse doelgroepen niet snel nee zeggen. Ja kan ja betekenen, maar ook misschien of zelfs nee. Je moet als verkoper de mogelijkheid inbouwen dat je een ja krijgt die mogelijk als een nee geïnterpreteerd moet worden, en je moet de kans openhouden dat je een volgende keer naar een ja zult moeten vissen. Dat is een kwestie van leren aanvoelen”.