Opschortende en ontbindende voorwaarden bij overdracht
De overdracht van goederen gaat volgens art. 3:84 lid 1 BW alleen door levering van een goed krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde. De overdracht is in beginsel onbezwaard! Er zijn echter uitzonderingen te noemen, namelijk de ontbindende en opschortende voorwaarden. Deze voorwaarden kunnen een goed voorwaardelijk overlaten gaan en kunnen er zelfs voorzorgen dat als aan de voorwaarde wordt voldaan, het goed weer terug komt in de macht van de vervreemder!Voorwaardelijke overdracht
Eerst een tweetal voorbeelden van mogelijke voorwaarden bij een overdracht. Allereerst kan gedacht worden aan de overdracht van een stuk grond van de overheid aan een particulier. De verkoper kan bijvoorbeeld bedingen dat de koper binnen twee jaar op de grond een golfbaan moet bouwen. Dit wordt een opschortende voorwaarde genoemd. Als tweede kan gedacht worden aan de verkoop van een antieke kast. Men kan dan met elkaar afspreken, dat als de kast later veel meer waart blijkt te zijn, de kast terug gaat naar de vervreemder. Dit wordt wel een ontbindende voorwaarde genoemd.Nu wat over de wet en de gronden voor ontbindende en opschortende voorwaarden. De wet bepaalt in art. 3:38 lid 1 BW dat een rechtshandeling onder voorwaarden kan worden verricht tenzij uit de wet of uit de aard van de rechtshandeling voortvloeit dat dit niet kan. Een rechtshandeling is een handeling met een beoogd rechtsgevolg, waaronder ook de verbintenis valt. In art. 6:21 BW staat in navolging van art. 3:38 BW dat een verbintenis dus ook voorwaardelijk kan werken. Het is echter niet de verbintenis zelf die voorwaardelijk werkt, het is het effect of wel het resultaat van de verbintenis wat voorwaardelijk werkt. Zo bepaalt bijvoorbeeld art. 6:22 BW dat een verbintenis kan ontstaan welke bezwaard is met een opschortende voorwaarde. Volgens het artikel gaat het effect/de werking van de verbintenis pas in, als aan de voorwaarde is voldaan. Ook de ontbindende voorwaarde is een goed voorbeeld.
In beginsel kan het eigenlijk niet zo zijn dat er overdracht onder voorwaarden plaatsvindt, omdat afspraken in de titel geen goederenrechtelijke werking hebben. De voorwaarde wordt daarom in de meeste gevallen door partijen zelf in de titel (bijvoorbeeld een koopovereenkomst of een schenkingsovereenkomst) vastgelegd. Voor overdracht is namelijk een geldige titel nodig, iemand die beschikkingsbevoegd is en een geldige levering. De titel, een koopovereenkomst, kan hartstikke geldig zijn, ook onder voorwaarden.
Ontbindende voorwaarde
Hierboven bleek dat een ontbindende voorwaarde binnen een geldige titel voor overdracht wettelijk mogelijk is. Ook wanneer er dus een ontbindende voorwaarde is opgenomen in de titel, is deze titel geldig en kan men overdragen (mits ook aan de andere twee criteria is voldaan, zie art. 3:84 lid 1 BW). Pas als de vooraf afgesproken ontbindende voorwaarde in vervulling gaat, krijgt de voorwaarde goederenrechtelijke werking krachtens art. 3:84 lid 3 BW. Let wel op, als de ontbindende voorwaarde in vervulling gaat, zorgt dit er niet voor dat de titel vervalt, omdat dit effect geen terugwerkende kracht kent volgens art. 3:38 lid 2 BW. Bij vervulling van de voorwaarde gaat het recht van de koper/verkrijger vanzelf weer terug over naar de verkoper/vervreemder. Een voorbeeld: Meneer B wil van Mevrouw A een huis kopen. Meneer B weet echter nog niet of de bank hem daarvoor een hypotheek wil verstrekken en daarom spreken A en B samen af een ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst op te nemen. De voorwaarde houdt in, dat als Meneer B geen hypotheek kan krijgen, de ontbindende voorwaarde in vervulling gaat. Meneer B krijgt helaas geen hypotheek en dus gaat de voorwaarde in vervulling. Zoals hierboven al duidelijk werd, vervalt de titel hierdoor niet, maar gaat het recht van de verkrijger weer over naar het recht van de vervreemder. Mevrouw A wordt dus, ook al is er al wel overgedragen, weer eigenaar van het huis.Wanneer de voorwaarde in een overdracht (nog) niet vervult is, beschikt de nieuwe verkrijger over een beperkte macht over het recht. Het goed dat wordt overgedragen is een goed met een ontbindende voorwaarde. Ook als de nieuwe verkrijger het goed door wil verkopen, moet hij dit doen met de ontbindende voorwaarde. Deze voorwaarde zal dan net zo sterk gelden voor de derdeverkrijger. Stel onder de derdeverkrijger gaat de ontbindende voorwaarde in vervulling, dan vervalt ook voor de derde in beginsel het recht op het goed, deze gaat over naar de oorspronkelijke vervreemder. Ook dit laatste geldt krachtens art. 3:84 lid 4 BW.
De derde kan zich soms gelukkig wel beroepen op de waarborgen die de wet soms biedt voor de derdenbescherming. Wanneer de ontbindende voorwaarde wordt opgenomen in een overdracht van een registergoed, dan zal men dit feit moeten inschrijven. Is dit niet het geval, dan zal de derde bescherming kunnen ontlenen aan art. 3:24 BW. De derdeverkrijger moet dan wel te goeder trouw zijn, dus niks weten van de ontbindende voorwaarde. Wanneer het echter gaat om een roerende zaak niet registergoed, moeten we kijken naar art. 3:86 BW, het algemene artikel over de derdenbescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder. De derdeverkrijger moet dan ook te goeder trouw zijn en moet het goed om baat (dus voor geld) verkregen hebben op één van de genoemde wijzen uit het artikel. Wanneer dit het geval is, kan men een beroep doen op de derdenbescherming en wordt ben dus toch nog eigenaar, ondanks de ontbindende voorwaarde. Voor de duidelijkheid: de verkrijger van het goed met ontbindende voorwaarde is tot de vervulling van de voorwaarde met betrekking tot de ontbindende voorwaarde dus beschikkingsonbevoegd en kan dus niet een recht zonder ontbindende voorwaarde overdragen.
Opschortende voorwaarde
De opschortende voorwaarde is het omgekeerde van de ontbindende voorwaarde. Bij deze voorwaarde verkrijgt de nieuwe verkrijger bij de vervulling van de opschortende voorwaarde het recht juist onvoorwaardelijk en wordt dus ook onvoorwaardelijk eigenaar. Bij vervulling van de ontbindende voorwaarde vervalt juist het recht van de nieuwe verkrijger, terwijl bij de opschortende voorwaarde het recht van de nieuwe verkrijger pas begint! Een voorbeeld: Mevrouw C wil van Meneer D een auto kopen. Mevrouw C heeft echter nog niet genoeg geld om de auto af te betalen en daarom wordt in de koopovereenkomst vastgelegd dat de auto pas echt overgaat onder de opschortende voorwaarde dat de koopprijs wordt betaald aan Meneer D. Wanneer Mevrouw C de koopprijs betaalt, wordt zij van rechtswege (automatisch) eigenaar en verkrijgt zij een recht zonder de opschortende voorwaarde, deze is immers in vervulling gegaan. Zolang Mevrouw C niet betaalt, blijft zij voorwaardelijk eigenaar en kan zij de auto ook alleen onder deze voorwaarde door verkopen, volgens art. 3:84 lid 4 BW.Bij de opschortende voorwaarde gelden dus eigenlijk dezelfde soort regels als bij de ontbindende voorwaarde. Zo gaat de opschortende voorwaarde ook weer over op een derdeverkrijger en kan de derdeverkrijger wanneer deze geen weet heeft van de opschortende voorwaarde, in beginsel weer een beroep doen op art. 3:24 of 3:86 BW.
Overdracht onder tijdsbepaling
Men zou door middel van de hierboven besproken voorwaarden allerlei trucs uit kunnen halen om het goederenrecht, wat een gesloten stelsel kent, te frustreren. Zo kan men bij de overdracht en de overeenkomst daartoe afspreken dat de overdracht enkel voor een bepaalde tijd zal ontstaan. Dit is natuurlijk niet de bedoeling en daarom gelukkig ook geregeld in de wet.Stel: Mevrouw E heeft voor een paar maanden een auto nodig, maar zij wil geen huurpenningen betalen of andere verplichtingen hebben. Meneer F heeft een auto te koop en spreekt met Mevrouw E af dat zij de auto kan kopen, maar dat de auto na een paar maanden weer vanzelf overgaat naar het eigendom van Meneer F. Dit wordt een overdracht onder tijdsbepaling genoemd en is volgens art. 3:85 BW verboden! Deze regeling zorgt er voor dat namelijk de titel ongeldig is. Omdat voor een juiste overdracht volgens art. 3:84 lid 1 BW een geldige titel vereist is, kan dus de overdracht onder tijdsbepaling niet doorgaan. De wet zegt, dat er door te leveren onder tijdsbepaling, een vruchtgebruik voor de afgesproken tijd wordt gevestigd en dat de eigendom dus niet overgaat!
© 2010 - 2012 Maria_louise91, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Overdracht van goederen Overdraagbare goederen zijn onder andere: eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten, tenzij…
Het tweetrapstestament Een jaar geleden stonden er rijen voor de notariskantoren met mensen die graag een tweetrapstestam…
Koopovereenkomst ontbinden van hypotheek Meestal koop je eerst een huis en daarna vraag je een hypotheekofferte aan. Als…
Afzien van aankopen huis Een gesloten overeenkomst, houdt in dat de contractpartijen rechten en plichten hebben. Een kope…
Gerelateerde artikelen
Ontbindende voorwaarden die u altijd moet opnemen Het kopen van een huis is een beslissing met grote financiële gevolgen.…Overdracht van goederen Overdraagbare goederen zijn onder andere: eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten, tenzij…
Het tweetrapstestament Een jaar geleden stonden er rijen voor de notariskantoren met mensen die graag een tweetrapstestam…
Koopovereenkomst ontbinden van hypotheek Meestal koop je eerst een huis en daarna vraag je een hypotheekofferte aan. Als…
Afzien van aankopen huis Een gesloten overeenkomst, houdt in dat de contractpartijen rechten en plichten hebben. Een kope…
Reageer op het artikel "Opschortende en ontbindende voorwaarden bij overdracht"
Reactie
Sarah, 28-09-2011 22:34 #1
"De overdracht van goederen gaat volgens art. 6:84 lid 1 BW alleen door levering van een goed krachtens een geldige titel door een beschikkingsbevoegde. De overdracht is in beginsel onbezwaard!" : Het is niet artikel 6:84 lid 1, maar 3:84 lid 1.
Reactie infoteur, 30-09-2011
Bedankt voor de correctie van deze zeer vervelende en tevens ook onbedoelde fout!