InfoNu.nl > Zakelijk > Juridisch > Vruchtgebruik: essentiële kenmerken

Vruchtgebruik: essentiële kenmerken

In dit artikel worden de essentiële kenmerken belicht van het vruchtgebruik. Bijzondere aandacht is er voor de verschillen tussen het Nederlands en het Belgisch vruchtgebruik.

Zakelijk recht

Op basis van art. 543 B.W., wordt vruchtgebruik bij de zakelijke rechten gerekend. Niettegenstaande het zakelijk karakter, is hierover betwisting bij onlichamelijke zaken. Dit heeft echter geen enkel gevolg gezien de toevoeging van het vruchtgebruik bij de zakelijke rechten.

Tijdelijk recht

Dit is de essentie van het recht van vruchtgebruik. Zo gaat het recht in elk geval teniet bij het overlijden van de vruchtgebruiker. Dit impliceert dat het leven van de vruchtgebruiker de maximumduur van het recht uitmaakt. Deze regel is van openbare orde en bijgevolg kan hiervan niet contractueel suggestie van toevoeging: worden afgeweken. De ratio van deze regel is het streven naar de beperking van de duurtijd van het vruchtgebruik. De belasting van de eigendom door de vestiging van vruchtgebruik is economisch gezien in dubbel opzicht subotimaal, omdat de vruchtgebruiker niet vrij kan beheren en de naakt eigenaar in feite machteloos is gedurende de termijn van het recht van vruchtgebruik.

Indien de vruchtgebruiker een rechtspersoon is, wordt het recht beperkt tot 30 jaar, als de rechtspersoon in die tijd niet overgegaan is tot ontbinding. De voorgaande regelingen betreffende het tijdelijke karakter zijn in België en in Nederland gelijk. Bijkomend moeten we echter enige nuancering aanbrengen in de regeling van Nederland.

In vergelijking met België is het onder de Nederlandse wetgeving mogelijk een langere termijn te verkrijgen ook al zeggen ook zij dat het vruchtgebruik eindigt door het leven van de vruchtgebruiker. Indien een vruchtgebruik is afgesloten met opvolging, zal het vruchtgebruik langer dan het leven van de oorspronkelijke vruchtgebruiker bestaan. Het recht van vruchtgebruik blijft namelijk tot de opvolgende vruchtgebruiker komt te overlijden. Deze vorm van verlenging is alleen maar mogelijk indien, bij de vestiging van vruchtgebruik ten gunste van één persoon, de opvolgende vruchtgebruiker reeds bestaat.

Zo bestaat in Nederland wel de mogelijkheid om als rechtspersoon een natuurlijke persoon op te volgen. Hierbij dient men er rekening mee houden dat de maximumperiode dat de rechtspersoon het recht van vruchtgebruik nog mag uitoefenen, afhankelijk is van de reeds gebruikte tijd met als maximum van 30 jaren.

Persoonsgebonden karakter

Het recht van vruchtgebruik staat én valt met het leven van de persoon van de vruchtgebruiker. In geval van overlijden, zal het vruchtgebruik niet worden vererfd: het dooft uit en de naakte eigenaar wordt automatisch terug volle eigenaar.

Het is cruciaal aan te stippen dat de duur van het vruchtgebruik verbonden blijft aan de levensduur van de (oorspronkelijke) vruchtgebruiker. Het vruchtgebruik kan – zoals elk vermogensbestanddeel – verhandeld worden. Hier geldt vanzelfsprekend de algemene regel dat men niet meer rechten kan overdragen dan men heeft. De overnemer zal dus in elk geval moeten aanvaarden dat zijn vruchtgebruik een einde zal nemen bij de dood van de oorspronkelijke vruchtgebruiker.

Uit het feit dat het vruchtgebruik een einde neemt bij het overlijden van de vruchtgebruiker, zou men kunnen afleiden dat een recht van vruchtgebruik nooit in een nalatenschap kan vallen. Dit klopt dus niet altijd: wanneer de overnemer van het vruchtgebruik komt te overlijden, zal het recht wel degelijk in zijn nalatenschap vallen. Het blijft namelijk voortbestaan, tot de oorspronkelijke titularis van het recht van vruchtgebruik overlijdt.

In Nederland is het, in tegenstelling tot in België, mogelijk dat het vruchtgebruik gevestigd wordt voor meer dan één persoon. Dit kan op een gezamenlijke manier gebeuren of door middel van opvolging. In het eerste geval is de tweede vruchtgebruiker gerechtigd tot het gehele vruchtgebruik na overlijden van de eerste. Het komt erop neer dat in dit geval het vruchtgebruik pas teniet gaat bij overlijden van de tweede vruchtgebruiker. In het tweede geval is de tweede vruchtgebruiker pas vruchtgebruiker als de vorige overlijdt. Voor deze opvolging is geen verplichte handeling vereist. Wel dient de opvolgende vruchtgebruiker bij aanvang van het vruchtgebruik te bestaan.

Het gebruik van andermans zaak

Op eigen goederen kan men voor zichzelf geen vruchtgebruik vestigen. Dit is te verantwoorden aangezien het vruchtgebruik eigen is aan het hebben van de eigendom. Het is noodzakelijk een recht op andermans zaak.
© 2007 - 2014 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Vruchtgebruik: relatie vruchtgebruiker - naakte eigenaarDe relatie tussen een vruchtgebruiker en de naakte eigenaar is fragiel, mede door de vaak voorkomende simulatie waarbij…
Vruchtgebruik in een notendopVruchtgebruik in een notendopVaak hoort men over vruchtgebruik, maar wat is dit precies? Wat zijn de rechten en de plichten van een vruchtgebruiker?…
Vruchtgebruik: voor vruchtgebruik vatbare zakenEen cruciale vraag bij het vruchtgebruik is welke zaken ervoor vatbaar zijn. In dit artikel worden deze vraag beantwoord…
Vruchtgebruik: einde van de rechtsfiguurDit artikel behandelt de oorzaken die het einde van het vruchtgebruik tot gevolg hebben. Het belicht, net als de andere…
Meer bijzondere vormen van vermogensoverdrachtMeer bijzondere vormen van vermogensoverdrachtNaast het schenken op papier vormt ook vaak de overdracht van de ouderlijke woning een bron van schenking. Zo bereik je…

Reageer op het artikel "Vruchtgebruik: essentiële kenmerken"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Reacties

Suurs Emmanuel, 26-09-2010 15:17 #2
Graag zou ik enige info van U ontvangen over de navolgende vraag:
Clienten van mij hebben een pand in het buitenland binnen de EEG. Dit 2e huis valt in dit geval in Box 3. Wanneer een der partners ( niet gehuwd en niet samen wonen of enige juridische samensmelting hebben) diens deel met vruchtgebruik recht aan haar kinderen toebedeeld (2 stuks waarvan een van de kinderen in US woont en staatsburgerschap heeft verkregen) welke situatie betekent dit voor de vermogens box in NL inzake een v.d. kinderen diens belasting plicht. 1. Betekent dit dat 25% van de waarde van de woning in verhuurde staat (andere partner heeft een vaste vestiging met verblijf in deze woning) belastbaar is in box 3? of geldt er een vrijstelling voor bezit van een gedeelde woning met vruchtgebruik recht in een ander (binnen europa) land?

In antwoordt op deze vraag verblijf ik.
Emmanuel Suurs,

Schleijpen, 21-12-2009 22:13 #1
Een kennis leent mij een voetmassage-apparaat. Neem het maar eens een tijdje mee. Zegt hij. Kort daarop maak ik het apparaat stuk door onkunde. Bij mijn WA verzekering krijg ik te horen dat schade tijdens vruchtgebruik(waaronder recht van gebruik en bewoning) NIET onder de dekking valt. Is er hier sprake van vruchtgebruik?

Infoteur: Guggenheimer
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Juridisch
Reacties: 2
Schrijf mee!