InfoNu.nl > Zakelijk > Juridisch > Vrijheid van meningsuiting in het EVRM

Vrijheid van meningsuiting in het EVRM

Vrijheid van meningsuiting in het EVRM De behandeling van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, summiere bespreking.

Vrijheid van mening en meningsuiting, en het recht op informatie

We dienen ons zeer bewust te zijn van het belang van de vrijheid van meningsuiting in een democratische samenleving. Een samenleving waar niet alle meningen geuit kunnen worden, is statisch, en laat geen mogelijkheid open om oppositie te voeren. Op die manier kan slechts zeer zelden iets veranderen. Machthebbers worden machthouders, en het staatsbelang wordt niet langer op de eerste plaats gediend. Ook het EHRM en de nationale hoven en rechtbanken hechten zeer veel belang aan dit grondrecht.

Relevante artikels:

  • Art. 10 EVRM
  • Art. 19 IVBPR
  • Art. 19 GecGW samen te lezen met art. 25 GecGW (= verbod op censuur).

Censuur is een bepaalde preventieve maatregel, die zegt dat een mening niet geuit mág worden. Onder censuur valt dus NIET het a posteriori repressief optreden. Dat is perfect mogelijk, controle mag eenmaal de mening geuit is.

  • Geldt dat verbod van censuur alleen voor de drukpers?
De grondwet stipuleert dus het verbod op preventieve beperkende maatregelen. Het EVRM doet dat niet.

1 Toepassingsgebied

Art. 10, 1° EVRM
Eenieder heeft het recht op vrije meningsuiting: dit is het recht om een mening te koesteren en informatie te mogen ontvangen en doorgeven.
Men onderscheidt twee categorieën gegevens:
  • lid 1: De inlichtingen: dit zijn feiten, die kunnen geverifieerd worden en dus waar of onwaar zijn.
  • lid 2: Meningen en denkbeelden (“opinions and ideas”): dit zijn geen feiten, dit zijn waardeoordelen, persoonlijke appreciaties.

Uit de rechtspraak blijkt dat de vorm van die meningsuitingen van geen belang is. Het gesproken en gedrukte woord is eraan onderworpen, maar ook kunstwerken, een muziek-stuk of een schilderij.

De pers geniet een bijzondere bescherming in onze grondwet: art. 25, 1° bepaalt het verbod op preventieve maatregelen en art. 150 maakt het Hof van Assisen bevoegd voor persmisdrijven, met uitzondering van diegene ingegeven door racisme of xenofobie. Door het overhevelen van de bevoegdheid over persmisdrijven naar het Hof van Assisen maakt men de persmisdrijven de facto quasi-straffeloos. Geen enkel parket durft het aan om zo’n misdrijf voor een volksjury te brengen.

Ook de inhoud van de meningen is van geen belang. Elke mening verdient in principe bescherming. Dat wordt telkens en nadrukkelijk vermeld door het EHRM: de vrijheid van meningsuiting geldt niet alleen voor meningen die gunstig onthaald worden, maar ook (en vooral) voor meningen die niet mainstream zijn. Het zijn bovenal de meningen die de (een) meerderheid shockeren die bescherming verdienen. Men maakt hier uiteraard een groot voorbehoud voor meningen ingegeven door racisme en xenofobie.

2 Negatieve verplichting voor de overheid

De negatieve verplichting is het verbod van inmenging.

Men heeft de vrijheid om een mening te koesteren ( = de vrijheid van mening, toont hier banden met het recht op privé-leven); en men heeft het recht om die mening door te geven ( = de vrijheid van meningsuiting) én te ontvangen. Het recht speelt dus aan twee kanten van de relatie die niet zelden speelt tussen een bepaald medium en het grote publiek.

3 Uitzonderingen op de negatieve verplichting

3.1 Aard van de toegelaten inmengingen

Art. 10 §2 EVRM bepaalt aan welke voorwaarden de formaliteiten, voorwaarden, beperkingen, sancties… die dit grondrecht inperken moeten voldoen. Elke inperking dus, zal moeten voldoen aan bepaalde vereisten.

De Belgische grondwet gaat verder dan het EVRM wat betreft het verbod op preventieve maatregelen. Dit soort inmenging worden door het EVRM evenwel erkend als de ergste soort. In dat geval krijgt een bepaling niet eens de kans om geuit te worden. Het EHRM is zeer streng, maar het EVRM stelt niet a priori dat preventieve maatregelen niet kunnen. Dat doet de Belgische grondwet wel. In België kan eventuele schade door het uiting van een bepaalde mening slechts achteraf hersteld worden. Eerst moet de mening dus geuit worden, pas dan kan ze getoetst worden.

3.2 Voorwaarden voor de toelaatbaarheid van de inmenging

Alle beperkingen aan de vrijheid van mening(-suiting) moeten beantwoorden aan de voorwaarden die gestipuleerd worden in art. 10, 2° EVRM en art. 19, 3° IVBPR:
  • Het bestaan van een rechtsgrond in de nationale rechtsorde
  • Het bestaan van een wettig doel
  • Het bestaan van een noodzaak in een democratische samenleving
Art. 19 GecGW zegt niet in welke gevallen de vrijheid kan beperkt worden. Dat artikel moet dan ook gelezen worden in samenhang met de bepalingen van het EVRM en het IVBPR.

3.3 Een absoluut verbod?

Bestaat er een absoluut verbod voor de uiting van bepaalde meningen? Men neemt aan van wel.
Relevante artikelen:
  • Art. 17 EVRM
  • Art. 5, 1° IVBPR
De grondrechten kunnen niet ingeroepen worden om dingen te doen om de grondrechten van anderen te vernietigen. De vrijheden gelden niet voor de vijanden van de vrijheid. Dit wordt het meest toegepast op de vrijheid van meningsuiting, wanneer extreme groeperingen racistische of intolerante meningen willen verspreiden. Het EHRM en de nationale hoven oordelen vaak dat dergelijke uitingen niet tolereerbaar zijn.

4 De verplichting van de overheid om positieve maatregelen te nemen

Heeft de overheid de verplichting om ervoor te zorgen dat de meningen kunnen geuit worden? De rechtspraak oordeelt dat dit soms het geval is. De overheid heeft in bepaalde omstandigheden de plicht om journalisten of de pers in het algemeen te beschermen, wanneer die (fysisch of economisch) in gevaar verkeren. Men heeft getracht uit deze bepalingen af te leiden dat de overheid de plicht heeft alle informatie waar ze over beschikt toegankelijk te maken voor alle onderdanen. Het EHRM heeft evenwel geoordeeld dat deze algemene toegankelijkheid van de bestuursdocumenten te ver gaat. Art. 32 GecGW kent dit recht wel toe aan de Belgische burgers, behalve in de gevallen waar de wet dat voorkomt.

Lees verder

© 2006 - 2017 Guggenheimer, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Haatzaaien, een moeizaam begripTijdens het proces tegen Geert Wilders is het begrip haatzaaien weer boven komen drijven. De nationale en internationale…
Vrijheid van meningsuiting - persvrijheidVrijheid van meningsuiting - persvrijheid3 mei is de Internationale Dag van de Persvrijheid. Persvrijheid is gebaseerd op het grondrecht ‘vrijheid van meningsuit…
De Grondwet, hoe en wat?De Grondwet is de hoogste Nederlandse wet. Het is een zeer belangrijke wet die in 1814 tot stand kwam. De huidige Nederl…
Het recht op leven in het EVRMHet recht op leven is als mensenrecht zo evident dat het soms gewoon over het hoofd wordt gezien. Toch zijn er een aanta…
Diverse mensenrechten in het EVRMEen aantal mensenrechten in het EVRM kunnen kort worden besproken. Dit betekent niet dat zij minder belangrijk zijn, of…

Reageer op het artikel "Vrijheid van meningsuiting in het EVRM"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Infoteur: Guggenheimer
Gepubliceerd: 06-12-2006
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Juridisch
Special: Mensenrechten EVRM
Schrijf mee!