Overheid als redder in nood bij ondernemer in zwaar weer?

Het wemelt tegenwoordig van de commerciële bureaus die maar al te graag een slaatje slaan uit bedrijven die verkeren in een crisissituatie. Schuldeisers manifesteren zich, de ondernemer in kwestie voelt zich verliezer en wordt door derden nog wel eens gezien als iemand die zijn leveranciers een kunstje heeft geflikt. Diverse zogenaamde “hulpbureaus” springen hier handig op in.
Met als gevolg dat heden ten dage veel ondernemers in financiële crisis zich genoodzaakt voelen zich te bevoegen tot dergelijke “redders in nood”. In de praktijk komt het er vaak op neer zo’n bureau niet meer doet dan wat orde scheppen in de administratie. Tegen betaling uiteraard. Kortom de ondernemer in zwaar weer krijgt er nog een extra kostenpost bij. Het kan ook anders. Het kan zelfs gratis. Wat dacht u van aankloppen bij de overheid zelf?

Onze overheid is immers wettelijk verplicht om dergelijke ondernemers een helpende hand te bieden. Alleen lopen gemeentes er over het algemeen niet zo mee te koop als de zojuist genoemde commerciële hulpbureaus. Waarom niet zult u zich wellicht afvragen. Een zeer terechte vraag, maar daarover straks meer. Eerst maar eens kijken wat de overheid ons wettelijk gezien zoal te bieden heeft.

De WSNP

De WSNP is een op 1 december 1998 in werking getreden en heeft als doelstelling het bieden van een regeling waardoor kan worden voorkomen dat een natuurlijk persoon die in een problematische schuldsituatie is terechtgekomen tot in lengte van dagen met zijn schulden kan worden achtervolgd. Door het bestaan van de regeling moet de bereidheid van schuldeisers om een regeling te treffen met de schuldenaar in het minnelijke traject worden bevorderd. De WSNP moet werken als een “stok achter de deur”. Deze wettelijke regeling is te vinden vanaf art. 284 Faillissementswet.

Ondernemers zonder rechtspersoonlijkheid, zoals eenmanszaken en de vennoten van een vennootschappen onder firma, die volgens de wet worden aangemerkt als natuurlijke personen, kunnen een verzoek indienen tot toepassing van de wettelijke schuldsanering. Er is besloten om ondernemers toe te laten tot de wettelijke schuldsanering omdat het juridisch en praktisch niet altijd mogelijk is een strikte afbakening te maken tussen zuivere privé-schulden en zuivere zakelijke schulden van een natuurlijke persoon.

Ondernemers vormen dus een bijzondere groep binnen de WSNP, omdat hun problematiek doorgaans ingewikkelder is dan die van niet-ondernemers. In de WSNP is sprake van een (ex-)ondernemer als de schuldenaar (natuurlijke persoon) gedurende de vijf jaar voorafgaand aan de toepassing van de WSNP een bedrijf of vrij beroep heeft gehad. In ongeveer een vierde van de WSNP-zaken is sprake van een ondernemer of ex-ondernemer. Vaak zal de rechter een advocaat tot bewindvoerder benoemen. De meeste ondernemers die in de WSNP komen, hebben geen minnelijk traject doorlopen. Bij de meeste zaken was er sprake van een voormalig faillissement of een faillissementsaanvraag. Sommigen hebben het gewone minnelijke traject doorlopen. Vaak zijn dit ex-ondernemers waarbij de onderneming al enige tijd achter de rug is en die op een gewone zaak lijken wat betreft complexiteit.

Het BBZ

Het Besluit Bijstandvoorziening Zelfstandigen (BBZ) is volgens artikel 7 van de Invoeringswet Wet Werk en Bijstand (IWWB) uitgevaardigd voor regels “met betrekking tot de verlening van bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van de Wet Werk en Bijstand aan zelfstandigen en aan personen die algemene bijstand ontvangen en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen”.

In normaal Nederlands komt het er op neer dat, met toepassing van het BBZ, het mogelijk is vooreen gemeente bijstand te verstrekken voor een al dan niet gestarte onderneming en voor levensonderhoud. Anders dan bovenstaande quote doet vermoeden bevat de regeling specifieke aspecten die weinig met de maandelijkse verstrekking van een bijstandsuitkering te maken hebben. Voorbeelden zijn de noodzakelijke beoordeling van de balans en de verlies- en winstrekening van het bedrijf, en aansluitend daarop de beoordeling of er een uitkering voor het levensonderhoud verstrekt moet worden, en zo ja, of de uitkering als lening of als “om niet” verstrekt dient te worden. Dit laatste houdt in dat de verstrekte lening bij te weinig inkomsten niet terug hoeft te worden betaald door de zelfstandig.

Een doorslaggevend criterium voor het al dan niet verstrekken van bijstand is de levensvatbaarheid van het bedrijf. Dit draait om de vraag of de belanghebbende naar verwachting een toereikend inkomen kan (blijven) verwerven. Het inkomen moet toereikend zijn voor de voortzetting van het bedrijf én de voorziening in het bestaan.

Is het BBZ een voorliggende voorziening?

Voorwaarde om toegelaten te worden tot de WSNP is dus dat de schuldenaar alle mogelijke manieren aangrijpt om het minnelijk traject te bevorderen. Het BBZ is een manier om het minnelijk traject te laten slagen. Het verkrijgen van een krediet van de gemeente stelt de ondernemer in financiële nood in staan zijn schuldeisers een aanbod te doen en is daarmee dus een voorliggende voorziening. Als burger ben je ook verplicht gebruik te maken van een dergelijke voorliggende voorziening.

Voorbeeld: iemand met een recent arbeidsverleden die een bijstandsuitkering aanvraagt bij de gemeente zal worden doorverwezen naar het UWV omdat hij gebruik kan maken van zijn recht op een WW-uitkering. Dit geldt dus ook voor een ondernemer in financiële nood die aanklopt bij de GKB voor een saneringsregeling. Zo iemand moet wettelijk gezien gebruik maken van het BBZ. Hier zijn echter wel enkele voorwaarden aan verbonden. De gemeente geeft eerst een externe deskundige (meestal wordt het IMK hier voor ingeschakeld) de opdracht de levensvatbaarheid van het bedrijf te onderzoeken. De overheid vergoedt de onderzoekskosten. Als het bedrijf levensvatbaar blijkt, dan kan een ondernemer via een lening of een tijdelijke uitkering de kans krijgen orde op zaken te stellen en de financiële situatie van het bedrijf te verbeteren. Is er geen perspectief en lukt het niet om tot een minnelijk traject met de schuldeisers te komen, dan wordt het advies gegeven om het bedrijf te beëindigen en komt de WSNP in beeld. Het verschil is echter dat schuldeisers dan móeten meewerken. Kortom: het minnelijk traject met financiële ondersteuning op grond van het BBZ gaat voor en is een voorliggende voorziening.

Onbekendheid BBZ

Er is echter geen goede informatievoorziening voorondernemers met financiële problemen. Er ontbreekt een centraal aanspreekpunt waar een ondernemer met financiële problemen zich ineen vroegtijdig stadium kan oriënteren. Doordat een dergelijk aanspreekpunt ontbreekt, zijn ondernemers vaak niet op de hoogte van regelingen waar ze een beroep op kunnen doen en komen ze onnodig in de wettelijke schuldsanering terecht. Zo blijken verschillende ex-ondernemers in de WSNP het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ) niet te kennen.

Het beleid is in veel gemeenten niet duidelijk vastgelegd. Dit komt vaak doordat gemeenten niet weten hoe ze met (ex-)ondernemers om moeten gaan. Ook hierbij speelt de kennis en grootte van de gemeente een rol. Bij de kleine gemeenten hebben ze geen beleid omdat ze het probleem niet of nauwelijks kennen. In sommige gemeenten is er geen beleid omdat de deskundigheid er niet is en daarom niets is geregeld. De grootte van de gemeente heeft veel invloed op de wijze waarop de schuldhulpverlening wordt uitgevoerd. In een kleine gemeente is de problematiek veel minder dan in de grote gemeente. Doordat de medewerkers van de gemeente maar enkele keren per jaar worden geconfronteerd met een (ex-)ondernemer in financiële problemen, zijn zij vaak weinig deskundig in de uitvoering van de schuldhulpverlening of de BBZ-regeling. Tevens is het voor kleinere gemeenten efficiënter en goedkoper is om de schuldhulpverlening en de uitvoering van de BBZ-regeling uit te besteden aan grotere omliggende gemeenten. Ondernemers worden vaak zonder pardon in de WSNP "gedouwd". Op het eerste gezicht lijkt dit misschien de meest goedkope en gemakkelijke oplossing. Maar is dit ook werkelijk het geval als we er even een simpele berekening op los laten?

Minnelijk akkoord blijkt voordeliger

Onderstaande berekening gaat uit van de situatie dat iemand in de WSNP een bijstandsuitkering aanvraagt. Dit is een zeer reële situatie aangezien de stimulans om te gaan werken over het algemeen helemaal weg is. Dit komt omdat iemand in een schuldenregeling, 3 jaar lang alle mogelijke inkomsten boven 90% van het wettelijk geldende minimum moet inleveren ter verdeling aan de schuldeisers. Een bijstandsuitkering voor alleenstaanden tussen de 21 en 65 jaar is gelijk aan 50 procent van het netto minimumloon. Dat is € 623,14 per maand. Daar komt nog een toeslag bij, de hoogte hiervan verschilt vaak per gemeente, laten we als voorbeeld het bedrag nemen dat wordt gehanteerd door Sociale Zaken en Werk, € 252,06. Een schuldsaneringstraject duurt 36 maanden. Dit komt neer op:

36 x (€ 623,14 + € 252,06) = €31507,20

Ter vergelijking, op grond van art. 18 BBZ kan een aanvullende uitkering worden aangevraagd tot maximaal 36 maanden. Dit komt dus in grote lijnen op hetzelfde neer, met dit verschil dat in het laatste geval het bedrijf kan worden voortgezet en dat een aanvullende uitkering voor een gemeente over het algemeen lager uitvalt dan een volledige uitkering. In plaats van een aanvullende uitkering kan ook op basis van art. 20, lid 1 BBZ een rentedragend krediet of borgstelling tot maximaal € 173.677 worden verstrekt. Dit lijkt op het eerste gezicht duurder dan de €31507,20 aan bijstandsuitkering en dat is waarschijnlijk ook de reden waarom een gemeente meestal voor het laatste kiest. Toch worden ook hier weer de voordelen van voortzetting van het bedrijf over het hoofd gezien. Het stelt iemand in staat zich te ontplooien, het levert weer werkgelegenheid op en zorgt dus al met al voor een economische groei op gemeentelijk dan wel landelijk niveau. Met behulp van de BBZ-regeling kan de onderneming dus vaak worden voortgezet en hierdoor kunnen ondernemers een hoger akkoord aan schuldeisers aanbieden, waardoor de kans op een minnelijke regeling groter wordt. In de regel is de aflossing aan schuldeisers in de wettelijke regeling lager dan bij een minnelijk akkoord. Zij hebben er dus baat bij in te stemmen met een minnelijke regeling. Maar ook voor de ondernemer is deze weg aantrekkelijker.

Naast het feit dat er meer kans is het bedrijf te behouden, beperkt de minnelijke regeling de ondernemer minder in zijn/haar vrijheid dan de wettelijke regeling. Nadelen van de WSNP zijn bijvoorbeeld de geldende postblokkade en de volledige afhankelijkheid van de bewindvoerder. Die bepaalt alles. De rechtbank, formeel toezichthouder op de werkzaamheden van de bewindvoerder, hoort daarin een neutrale onpartijdige positie in te nemen. In de praktijk blijkt echter vaak ongelijkheid. Het lijkt erop dat, wat de bewindvoerder zegt op voorhand serieus wordt genomen, en bij strijdige meningen van bewindvoerder en de schuldenaar dan lijkt het erop dat de rechtbank de inbreng van de bewindvoerder zwaar laat wegen dan die van de cliënt. Dit kan erin resulteren dat uit de schuldsanering wordt gezet en tot in lengte van dagen kan worden achtervolgd door schuldeisers. Na het falen van wettelijke traject komt het minnelijke traject namelijk ook niet meer aan de orde en is men volledig op zichzelf aangewezen.

De voordelen van het minnelijk traject, oftewel de BBZ-regeling bij ondernemers in financiële nood zijn dus:
  • Het stelt iemand in staat zich te ontplooien
  • Het bedrijf kan worden voortgezet, hetgeen weer resulteert in meer werkgelegenheid en
  • economische groei
  • De aflossing aan schuldeisers is in het algemeen hoger in het minnelijk traject
  • Het minnelijk traject betekent meer vrijheid voor de schuldenaar

Conclusie

Gemeentes steken hun kop in het zand als het gaat om de wettelijke mogelijkheden die ze hebben met betrekking tot financiële steun aan ondernemers in zwaar weer. Medewerkers van een Sociale Dienst of het UWV zijn over het algemeen nog steeds erg loondienstgericht. Er is sprake van een grote mate van onbekendheid met de wereld van de ondernemers en men denkt in stereotypen. De consulenten hebben een bepaald beeld van ondernemerschap - alles kunnen, veel geld lenen, 80 uur in de week werken, etc. - en zij kunnen dat beeld niet direct toepassen op de ontvangers van bijvoorbeeld een bijstandsuitkering.

Informatievoorziening vanuit gemeentes is over het algemeen ook nihil. Een citaat uit het rapport “Ondernemend de uitkering uit” dat in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is opgemaakt:

“Er komt naar voren dat de mogelijkheid van reïntegratie via een ondernemerstraject in veel gevallen niet aan de orde wordt gesteld door de uitvoerders. Bij alle organisaties geven de meeste uitvoerders aan de mogelijkheid van een ondernemerstraject ‘af en toe’ ter sprake te brengen.”

Hierdoor zijn burgers over het algemeen totaal niet op de hoogte over hun mogelijkheden als het gaat om ondernemerschap. Gevolg is dat de grootste categorie van hulpvragers bestaat uit gevestigde ondernemers. Het Ministerie van SZW heeft wel aangedrongen op vermelding van de mogelijkheid van starten tijdens intakegesprekken bij Sociale Diensten, maar gemeenten moeten dit beleid vrijwillig voeren. Sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) is deze eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid nog versterkt.

Kortom, begeleiding vanuit de meeste gemeentes is marginaal en verloopt na de start niet optimaal. Het wordt maar zelden aangeboden, terwijl het belangrijk kan zijn dan een vinger aan de pols te hebben. Alles wijst erop dat het BBZ meer als vangnet fungeert dan als een volledig benut reïntegratie-instrument. Zoals bovenstaande berekening al liet zien snijdt de overheid zichzelf hiermee op de lange termijn ernstig in de vingers.
© 2009 - 2012 Bananenbennie, gepubliceerd in Onderneming (Zakelijk) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Als het slecht gaat met een onderneming: BBZ Bedrijven en Zelfstandigen zonder personeel (ZZP-ers) kunnen in slechte tijd…
De rechtspersoon; hoofdelijke aansprakelijkheid vervalt Naast personen van vlees en bloed bestaat er ook een rechtspersoo…
Wat is schuldsanering? Vooral in deze tijd hoor je opeens overal termen als surseance van betaling, en schuldsanering. Ma…
Faillissement, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen Een faillissement dreigt en wat doet u dan? Wat is een schone l…
Beleidsmedewerker: beroep, taken & opleiding De taken van een beleidsmedewerker bestaan uit het ontwikkelen van beleid op…

Reageer op het artikel "Overheid als redder in nood bij ondernemer in zwaar weer?"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Reacties

Marcel, 16-06-2011 23:07 #3
Wat ik niet begrijp is dat keurslijf waarin het logge proces van het aannemen van een beroep op hulp van de "sociale zekerheid"? Nota bene verzonnen door het kabinet dat er in grossiert om mensen aan het droge brood en een productie baan te zetten als een soort straf dat jij als wanbetaler 3 jaar lang je moet houden aan soort van regeltjes uit het voormalig ijzeren gordijn tijdperk, je als een werk cq loonslaafje alle opgelegde regeltjes uit je hoofd gaat leren desnoods onder dwang al dan niet je luxe bezittingen af te staan, je vrijheid op te geven en hopende dat je die drie jaar gaat halen, wat gebeurt er in de tussentijd je kunt alsnog je baan verliezen, ziek worden.Feit blijft als je onvoldoende gezond eet dat je werk tempo en ritme minder word en dat je dus ziek kan worden maar dat zal dan als een soort van aanstellerij worden aangenomen door de instantie`s want jij hebt hen om hulp gevraagd zij zien jou altijd als je het gemeente huis in kom lopen, daar heb je die klaploper, parasiet, niksnut, wanbetaler, terwijl de rechter jou dwingt zo veel mogelijk te werken om de schuldeisers te kunnen betalen. Met een beetje begeleiding en een doorstart zodat je zelf je schulden kan voldoen is ook aanwezig maar zo zijn de regels niet opgesteld, het werk wat je leuk vind waar je voldoening in hebt en waarin je je motivatie en je energie in kwijt kan. Je moet op zoek naar een baan in loondienst? 9 van de 10 keer een productie baan waarin jij je mag bewijzen je rug naar de verdommenis helpen en hopende dat je na die 3 jaar niet word afgekeurd vanwege je leeftijd. Als je al na die tijd nog bij dezelfde werkgever werkt heb je mazzel anders kun je naar de ww waar je een brief kan krijgen voor werk in de plantsoenen dienst.

Leo Jansen, 22-12-2010 15:56 #2
Rob ik heb zelf ook een schildersbedrijf en ben het zeer met je eens ze doen helemaal niets voor je en dat is zeer k.tevens wil ik zeggen tegen de overheid dat ze alles zelf stuk maken met hun regeltjes of niet dan.net wat je zecht die goedkope buitenlanders weg en de nederlander zelf eens helpen.

Rob, 31-01-2010 22:36 #1
Ik heb zelf een schilders bedrijfje en zie dat je aan alle kanten tegen gewerkt word

deurwaarders willen er een slaatje uit slaan en de gemeente doet rustig aan waar door je nog meer kosten op kosten krijgt

terwijl ik het makkelijk weer kan redden met een klein beetje hulp en ook weer belasting centen op brengt

ik weer een bedrijfs auto lease, materialen en geld uit geef voor me werk dus!

polen er uit en de hollander weer met personeel uit nederland er in!

Infoteur: Bananenbennie
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Onderneming
Reacties: 3
Schrijf mee!