Juridisch en Zakenrecht

Vruchtgebruik: algemeen

In deze special worden de verschillen benadrukt tussen vruchtgebruik in België en in Nederland. In eerste instantie wordt in dit artikel een aantal eerste begrippen uitgelegd.


Algemeen

Op basis van art. 578 B.W. definieert de Belgische wetgever vruchtgebruik (om niet of onder bezwarende titel ) als het recht om een zaak waarvan iemand anders de eigendom heeft, het genot (zoals de eigenaar zelf) te hebben. De vruchtgebruiker moet dit doen onder de verplichting de zaak zelf in stand te houden. Deze definitie schiet echter op enkele punten te kort. Enerzijds zegt de definitie teveel, anderzijds zegt ze niet genoeg.

Er wordt teveel gezegd omdat de vruchtgebruiker in werkelijkheid niet als een eigenaar geniet. Bovendien is de verplichting om de substantie van de zaak te bewaren geen constitutief element om over vruchtgebruik te kunnen spreken.

Er wordt niet genoeg gezegd omdat de definitie geen melding maakt van het tijdelijke en zakelijke karakter.

In Nederland echter wordt geen algemene definitie van vruchtgebruik door de wetgever gegeven, maar sommen ze de rechten van de vruchtgebruiker in de wet op. Het geeft de vruchtgebruiker een recht om andermans zaak te gebruiken en daarvan de vruchten te genieten.

Vruchten

Klassiek noemde men vruchten de opbrengsten die zaken en rechten met behoud van hun substantie geregeld opleveren. Deze definitie is moeilijk toe te passen op sommige roerende goederen en zodoende dient van deze enge definitie te worden afgestapt. Zo zouden we beter kunnen stellen dat vruchten een hernieuwbaar inkomen uitmaken van een zaak.

Op basis van art. 582 B.W. komen we tot de volgende driedeling:

Natuurlijke vruchten zijn die vruchten die de natuur spontaan voortbrengt, alsmede de opbrengst van dieren. De vruchten komen de vruchtgebruiker enkel toe bij de effectieve afscheiding tijdens de duur van het vruchtgebruik. Het openvallen van het vruchtgebruik heeft dus geen automatische eigendomsoverdracht van de vruchten tot gevolg.

Burgerlijke vruchten zijn opbrengsten in de vorm van vorderingen die de gerechtigde een lichamelijk of onlichamelijke zaak verschaffen. De Belgische wetgever omschrijft de burgerlijke vruchten aan de hand van een niet beperkende opsomming. Deze opsomming is volgens het Hof van Cassatie enkel een illustratie. Hier moet gewezen worden op het feit dat deze vruchten verworven worden van dag tot dag. Dit is toch een verschil met de natuurlijke vruchten.

Vruchten van nijverheid zijn voortbrengselen van de bodem die door nijverheid (vb. ontginning) verkregen worden.

Gebruik van de zaak

Naast het genot, heeft de vruchtgebruiker het recht om de in vruchtgebruik gegeven zaak op een normale wijze te gebruiken. Hierbij dient hij de bestemming in acht te nemen die de eigenaar aan de zaak heeft gegeven (kan belangrijk zijn: bvb bij vruchtgebruik over een stuk grond dat verschillende bestemmingen kan hebben).

Als we dit principe gaan toepassen op verbruikbare zaken, dan hebben we een probleem. Deze goederen kunnen niet gebruikt worden overeenkomstig hun normale bestemming zonder ze te verbruiken. De wet stelt dat de vruchtgebruiker de zaak zelf in stand moet houden. Voor dit probleem werd een oplossing gezocht en men kwam tot het begrip van oneigenlijk vruchtgebruik.

Een oneigenlijk vruchtgebruik geeft aan de vruchtgebruiker het recht de zaken te verbruiken, onder de verplichting op het einde van het vruchtgebruik een gelijke hoeveelheid zaken van dezelfde hoedanigheid en waarde of geschatte waarde terug te geven. Deze laatste verplichting verschilt echter met Nederland (zie infra VI.2).
© 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 08-10-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Vruchtgebruik: algemeen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.