Juridisch en Overlijden

Het Belgisch erfrecht: een praktische gids

Een praktische gids met algemene principes hoe de erfopvolging in het Belgisch recht is geregeld. Vooral gericht tot niet-juristen, om in een concreet geval te schouwen wie tot de nalatenschap wordt geroepen


0 Inleiding

Iedereen wordt in zijn leven wel eens geconfronteerd met de situatie van een overlijden. Onoverkomelijk volgt de vraag wat er gebeurt met de erfenis: wie erft wat?
Dit artikel wil een eerste richtlijn zijn om een aantal algemene principes aan te reiken. Verder dan dat kan ik niet gaan: over dit onderwerp zijn bibliotheken volgeschreven. Bij concrete vragen raadpleegt u best uw raadsheer of notaris.

Ik overloop eerst een aantal belangrijke termen en principes. Daarna stellen we de nalatenschap samen en uiteindelijk duiden we de erfgenamen aan.

1 Terminologisch

Voor het goede begrip, overloop ik eerst een aantal termen.

  • Decuius: De overledene, de erflater. Komt van de Latijnse zin "de cuius hereditate agitur": over wiens nalatenschap het gaat.
  • Descendenten: Afstammelingen, d.i. de kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen... De wet bepaalt uitdrukkelijk dat er geen onderscheid mag gemaakt worden op basis van de manier waarop de afstammingsband is komen vast te staan. Concreet betekent dit dat zowel de huwelijkse kinderen als de buitenhuwelijkse, overspelige en incestueuze kinderen op de zelfde manier (zouden) moeten behandeld worden.
  • Collateralen: Bloedverwanten in de zijlijn: neven, nichten, ooms en tantes en hun afstammelingen, grootooms en groottantes en hun afstammelingen...
  • Ascendenten: Voorouders, d.i. de ouders, hun ouders...
  • Reserve: Deel van de nalatenschap waarover men niet vrij kan beschikken. Door de reserve wordt de nalatenschap verdeeld in een beschikbaar gedeelte en een onbeschikbaar gedeelte.
  • Reservataire erfgenamen: erfgenamen die door de wet beschermd zijn tegen onterving.
  • Testament: Document dat men meestal - niet noodzakelijk - bij een notaris laat opstellen, waarbij men beschikt over wat in geval van overlijden met een aantal rechten dient te gebeuren. De belangrijkste clausules in een testament behandelen vermogensrechtelijke rechten, maar er kan ook meer dan dat in staan: men kan een voogd aanstellen voor zijn kinderen, men kan beschikken over morele rechten (bvb. een schrijver over zijn werk) enz...
  • Legaat: Clausule in een testament die beschikt over een vermogensrechtelijk recht
  • Legataris: Persoon die in een legaat bevoordeeld wordt
  • Ab intestato erven: erven omwille van de wet, wegens een bijzondere familiale band met de decuius.
  • A testato erven: erven omwille van een testament, een bevoordeling op uitdrukkelijk verzoek van de decuius.

2 Algemene principes

Het ab intestato erfrecht
Men moet geen testament maken. Als er geen testament is, dan regelt de wet de nalatenschap. De wet gaat daarbij uit van wat ze vermoedt dat de wil van de decuius is. Vroeger koos zij daarbij resoluut voor een verticaal erfrecht: de descendenten werden onvoorwaardelijk naar voor geschoven als de eerste en enige erfgenamen - voor zover die er zijn uiteraard. Sinds 1958 (principiële gelijkschakeling man - vrouw binnen het huwelijk) en 1967 (doortrekking van dat principe in de vermogensrechtelijke relatie) en vooral sinds 1981 (invoeren van de erfrechtelijke reserve voor de langstlevende echtgenoot) is het eerste en belangrijkste aspect het horizontale geworden: de verzorgingsgedachte tegenover de langstlevende echtgenoot komt nadrukkelijk op de voorgrond, zonder evenwel afbreuk te doen aan de eigendomsrechten van de descendenten.

Het a testato erfrecht
Een belangrijke, princiële keuze die de wetgever in 1804 (de geboortedatum van ons Burgerlijk Wetboek) heeft gemaakt, is dat de burger als individu kan beschikken over zijn goederen bij overlijden. Het erfrecht werd als het sluitstuk van de liberale opvatting van het eigendomsrecht beschouwd. Beschikken over zijn goederen bijoverlijden doet men bij testament. Dit kan voor de notaris, maar dit hoeft niet. Men kan eigenhandig een testament schrijven, op voorwaarde dat dit écht eigenhandig geschreven is (niet getypt op de computer, en niet geschreven door een derde, bvb. de dokter), en dat het document gedagtekend en ondertekend is.

De erfrechtelijke reserve
Men kan evenwel niet onbeperkt beschikken. De wetgever heeft eveneens een belangrijke verantwoordelijkheidgedacht ingebouwd: men is verantwoordelijk voor het materiële welzijn van zijn kinderen - zo die er zijn. De wetgever heeft met het oog op dit doel de erfrechtelijke reserve ingebouwd: wie reservataire erfgenaam is, kan niet onterfd worden. De reserve was in 1804 een absoluut gegeven: de erflater kon er geen afbreuk aan doen bij testament. De descendenten beschikken vandaag nog steeds over die onaantastbare reserve. Zij kunnen in geen enkel geval hun gewaarborgd erfdeel verliezen. De wetgever heeft langs de inbreng en inkorting ook willen vermijden dat de erflater zich bij leven door schenkingen onvermogend maakt, om op die manier te voorkomen dat hij toch onrechtstreeks afbreuk doet aan de erfrechtelijke reserve.
Indien er geen descendent zijn, maar (één van) de ouders zijn (is) nog in leven, dan beschikken zij (beschikt die) ook over een erfrechtelijke reserve.
Sinds 1981 beschikt ook de langstlevende echtgenoot over een reserve. Deze reserve is evenwel niet in eigendom uitgedrukt maar in vruchtgebruik. Deze reserve is in principe ook onaantastbaar. Toch kan zij afgenomen worden indien er op de partners in het huwelijk op het ogenblik van het overlijden minstens zes maanden gescheiden leefden, en er een vordering tot afzonderlijke woonplaats is ingesteld door de decuius.

Omvang van de erfrechtelijke reserve van de langstlevende echtgenoot
De reserve van de langstlevende echtgenoot wordt dubbel gedefinieerd. Zij beslaat de helft van de nalatenschap in vruchtgrebruik, maar kan nooit minder bedragen dan het vruchtgebruik op de gezinswoning.
Dit betekent dat de langstlevende echtgenoot zeker is dat hij/zij tot het einde van zijn/haar dagen ongestoord in de gezinswoning kan blijven wonen.

Omvang van de erfrechtelijke reserve van de ouder(s)
De ouder(s) beschikt (beschikken) alleen over een erfrechtelijke reserve indien er geen descendenten zijn, en - uiteraard - indien zij nog leven als de erflater komt te overlijden. Andere ascendenten beschikken nooit over een reserve.
De reserve van de ouder(s) bedraagt (elk) 1/4 van de nalatenschap. Indien er slechts één ouder in leven is, kan die alleen aanspraak maken op zijn vierde, niet op dat van zijn/haar vooroverleden echtgenoot.

Omvang van de erfrechtelijke reserve van de descendenten
De omvang van de erfrechtelijke reserve van de descendenten hangt af van het aantal kinderen. Het Belgisch erfrecht redeneert evenwel "in staken": de reserve wordt bepaald door het aantal kinderen, maar ook de kleinkinderen kunnen in geval van plaatsvervulling (zie verder) aanspraak maken op hun reservatair erfdeel.
  • Decuius had één kind: reserve van dat kind = 1/2, beschikbaar deel = 1/2
  • Decuius had twee kinderen: reserve van de kinderen = 2/3, beschikbaar deel = 1/3
  • Decuius had drie of meer kinderen: reserve van de kinderen = 3/4, beschikbaar deel = 1/4

3 Samenstelling van de nalatenschap en de fictieve massa

Een eerste belangrijke vraag, en een eerste moeilijke oefening, is waaruit de nalatenschap bestaat.
Zij bestaat uit alle goederen en rechten waarvan de erflater op het ogenblik van het overlijden eigenaar was. Om dit te bepalen zullen we kort moeten handelen over het huwelijksvermogensrecht.
Het volstaat evenwel niet om alle tegenwoordige goederen te bepalen. Om te controleren of de decuius de erfrechtelijke reserve niet heeft omzeild door bij leven veel weg te schenken, moeten we de "fictieve massa" samenstellen: dit is de som van alle tegenwoordige goederen en alles wat ooit weggeschonken is, hoe lang het ook geleden is!

Invloed van het huwelijksvermogensrecht
Indien de decuius op het ogenblik van het overlijden niet gehuwd is, (nooit gehuwd geweest, partner is vooroverleden), of hij is gehuwd in een stelsel van scheiding van goederen, dan bestaat de nalatenschap eenvoudigweg uit al zijn eigendommen.
Indien de decuius op het ogenblik van het overlijden gehuwd is in een stelsel met een gemeenschappelijk vermogen, dan moeten we volgende onderscheidingen maken:
  • Indien er kinderen zijn, dan bestaat de nalatenschap uit het volledige eigen vermogen en de helft van het gemeenschappelijk vermogen (tenzij het huwelijkscontract een andere verdeling dicteert).
  • Indien er geen kinderen zijn, dan gaat het volledige gemeenschappelijke vermogen naar de langstlevende echtgenoot. De nalatenschap bestaat in dat geval enkel uit het eigen vermogen van de decuius.

Samenstellen van de fictieve massa
De wetgever heeft willen vermijden dat de decuius zich tijdens zijn leven door schenkingen onvermogend zou maken, om zo de erfrechtelijke reserve te omzeilen. De techniek om dit te vermijden is het samenstellen van de fictieve massa. Dit betekent dat de breuken die de reserve bepalen (zie hierboven), niet worden berekend op de goederen die de erflater nalaat, maar op de som van alles wat de erflater nalaat, en alles wat hij bij leven heeft weggeschonken. Die som noemen we de fictieve massa.

4 Erfopvolging indien er geen testament is

Indien er geen testament is, volgt de erfopvolging volgende regels.

De langstlevende echtgenoot
Indien er een langstlevende echtgenoot is, dan krijgt die het vruchtgebruik over de volledige nalatenschap.

De bloedverwanten
De bloedverwanten erven in ordes en graden.

Men dient eerst te bepalen welke orde erft. Er kan slechts één orde erven, en een hogere orde kan slechts erven als er in alle lagere ordes geen (overlevende) erfgenamen zijn.
  • Eerste orde: de descendenten
  • Tweede orde: de ouders, de broers en zussen, en hun descendenten
  • Derde orde: de andere ascendenten
  • Vierde orde: de collateralen
MERK OP dat de ouders niet alleen in de tweede orde kunnen zitten. Indien er niemand anders (meer) is in de tweede orde, verhuizen zij naar de derde orde.
MERK OP dat wanneer er ab intestato wordt geërfd in de derde en vierde orde, de (eenmalige) kloving wordt toegepast: dit betekent dat de de nalatenschap in helften wordt verdeeld, de ene helft gaat naar de moederlijke lijn, de andere helft naar de vaderlijke lijn. Slechts wanneer er in de ene lijn geen erfgerechtigden zijn (of verder dan in de vierde graad, zie verder) dan gaat de helft over op de andere lijn.

Eenmaal is bepaald in welke orde wordt geërd, spelen de graden. De graden zijn het aantal geboortes tussen twee personen in een stamboom. Voor een collateraal klimt men op tot de eerste stamvader. Zo zijn grootvader-kleinkind in de tweede graad verwant, zoon-dochter in de eerste, broer-zus ook in de tweede graad, oom-neef in de derde. De dichtste in graad erft alles. De descendenten en de descendenten van de broers en zussen van de decuius kunnen evenwel opklimmen in de stamboom: zij kunnen de plaats innemen van een vooroverleden voorouder, om zo tot de nalatenschap geroepen te worden. Dit is de wettelijke plaatsvervulling, die evenwel niet verder wordt toegepast dan hier beschreven.
MERK OP dat men slechts kan erven tot in de vierde graad.

Indien er geen erfgenamen zijn, gaat de nalatenschap naar de Belgische staat.

Indien er kinderen zijn, dan erven die de volledige nalatenschap in volle of blote eigendom, naargelang er geen resp. wel een langstlevende echtgenoot is.
De nalatenschap wordt verdeeld in gelijke delen, men erft "in staken". Dit betekent dat als één kind vooroverleden is, maar zelf kinderen heeft achtergelaten, dat zij geacht worden naar boven te springen in de stamboom ("wettelijke plaatsvervulling") en samen aanspraak te maken op het erfdeel van hun vooroverleden ouder.
Voorbeeld: Decuius D heeft twee kinderen, die op hun buurt elk twee kinderen hebben: A (kinderen AA en AB) en B (kinderen BA en BB). B is evenwel vooroverleden. De erfenis wordt als volgt verdeeld: A krijgt 1/2, BA en BB krijgen elk 1/4.

Indien de tweede orde erft (dit wil zeggen: de decuius sterft kinderloos, en heeft broers of zussen (eventueel hun afstammelingen) en eventueel nog (een) overlevende ouder(s) ), dan wordt de nalatenschap als volgt verdeeld.
De ouder(s) krijgen - indien die er is (zijn) elk 1/4, de rest wordt verdeeld onder de broers en zussen.
Indien de tweede orde erft, en de decuius heeft (naast volle broers en zussen) ook halfbroers en -zussen, dan past men de kleine kloving toe. Indien er nog (een) overlevende ouder(s) zijn (is), dan krijgen die elk (krijgt die) 1/4. Het stuk dat naar de broers en zussen gaat wordt vervolgens in tweeën gedeeld: een helft wordt verdeeld onder moeders kinderen, de andere helft onder vaders kinderen. Zo zullen de volle broers en zussen twee keer krijgen, de halfbroers en -zussen ene keer.
Vb: decuius sterft kinderloos, zijn ouders zijn beide vooroverleden. Hij laat twee broers A en B en twee halfzussen X en Y (waarmee hij een gemeenschappelijke moeder heeft) na.
De volledige nalatenschap wordt in twee helften verdeeld. De ene helft wordt verdeeld onder moeders kinderen, dit wil zeggen dat A, B, X en Y elk 1/4 van deze helft krijgen, 1/8 dus. De tweede helft wordt verdeeld onder vaders kinderen, dit wil zeggen dat A en B nog es 1/2 van deze helft krijgen. Slotsom is dus dat A en B (de volle broers) elk 1/8 + 1/4 (=3/8) krijgen, en X en Y elk slechts 1/8. 3/8 + 3/8 + 1/8 + 1/8 = 1.

5 Erfopvolging indien er een testament is

Hier bepaalt de decuius zelf wie wat erft. Hij mag hierbij evenwel geen afbreuk doen aan de erfrechtelijke reserve.
Indien hij dit toch doet, of indien hij dit heeft gedaan door schenkingen te doen, dan kunnen de reservataire erfgenamen ofwel de legaten niet uitkeren, ofwel de schenkingen herroepen.
© 2006 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 09-12-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Het Belgisch erfrecht: een praktische gids"


Door Paul op 29-04-2009

Nu de materie mbt tot het Belgische erfrecht voor mij aan de orde is, is mij na het lezen van de informatie een ding nog niet duidelijk. Wie gaat er in het geval er wel of geen testament is dit ten uitvoer leggen (de erfenis verdelen). Moeten de erfgenamen in aktie komen of wordt eea door een notaris of de Belgische overheid in gang gezet ? Hoe moet dit gaan lopen als de huidige echtgenoot van de overledene geen contact heeft/wil met kinderen uit een eerder huwelijk? :-(