Juridisch en Grondwet

De Belgische grondwet

De Belgische grondwet

Summiere bespreking van de Belgische grondwet, en de mogelijkheden om haar te wijzigen, met een korte bespreking van de belangrijkste oorzaken van historische wijzigingen.


We kunnen het begrip grondwet verstaan in materiële en formele zin.
  • Materieel: het geheel van geschreven regels,... zelfs ongeschreven regels die dit bijzonder statuut voeren
  • Formeel (wat hier ten tafel ligt): die ene akte, zeer belangrijk, waarop andere wetten ge-steund zijn.

1 Kenmerken van de Belgische grondwet

De twee belangrijkste kenmerken van onze grondwet zijn: ze is geschreven en ze is vrij star.

Dat de grondwet geschreven is, is niet evident. Dat is bijvoorbeeld niet het geval in het VK. Naast de geschreven grondwet is er natuurlijk ook een aantal ongeschreven regels met constitutionele draagwijdte.

De grondwet wordt niet zó vaak gewijzigd. Er is een ingewikkeld mechanisme om de grondwet te wijzigen. Dit geeft aan de grondwet een bestendig karakter, en dat is eveneens niet evident. In Frankrijk kan de grondwet een heel stuk soepeler gewijzigd worden.
Die grondwet, die bedoeld is om de eeuwen te trotseren, moet aangepast worden aan de wijzigende maatschappelijke omstandigheden. Een starre grondwet moet gepaard gaan met een losse interpretatie, die over de jaren heen kan veranderen.
Als voorbeeld kunnen we de artikelen over de koning aanwijzen, die over de jaren heen nooit gewijzigd zijn, terwijl niemand eraan zal twijfelen dat de figuur van de koning een immense evolutie heeft gemaakt: van monarch met reële politieke macht tot iemand met een puur ceremoniële functie.

2 Herziening van de grondwet

2.1 De drie fases voor herziening van de grondwet
Relevant artikel:
Art. 195 GecGW

  • fase 1: De preconstituante neemt een verklaring tot herziening van de grondwet aan. De federale wetgevende macht heeft het recht artikelen aan te duiden als artikelen die voor herziening in aanmerking komen. Het betreft een dubbele, gelijklopende akte: één van de twee wetgevende kamers en één van de koning. De laatste verklaring van de preconstituante werd op 10 oktober 2003 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De preconstituante heeft voor de goedkeuring van deze verklaring een gewone meerderheid nodig. Dat betekent ook dat een gewone meerderheid in Kamer en Senaat een aantal artikelen voor een tijdje kan bestendigen.
  • fase 2: Na de bekendmaking van de beide verklaringen in het Belgisch Staatsblad, zijn de twee Kamers van rechtswege ontbonden; wat leidt tot verkiezingen. De originele bedoeling hiervan is dat de grondwet voorwerp zou zijn van een verkiezingsstrijd. Dat is nu duidelijk fictie.
  • fase 3: De nieuwe wetgevende kamers beslissen in overeenstemming met de koning over de artikelen uit de preconstituante. Om te mogen debatteren is er een noodzakelijk aanwezigheidsquorum van twee derden. Om de wijziging aan te nemen, moeten twee derden van de uitgebrachte stemmen positief zijn. De Kamers treden samen op met de koning, dit wordt in één tekst gepubliceerd. Er is dus een dubbel quorum: 2/3 aanwezigheid en van de aanwezigen 2/3 positieve stemmen. De Kamer telt 150 leden, er moeten er dus minstens 101 aanwezig zijn. Onthoudingen worden niet meegerekend.

De constituante kan niet buiten de lijnen door de preconstituante getrokken. Er is evenwel een (ongrondwettelijk) trucje: indien er een artikel is dat je zou willen wijzigen, maar dat niet voor herziening vatbaar verklaard is, dump je de nieuwe inhoud gewoon in een ander artikel. Een voorbeeld is art. 30 GecGW dat niet voorherziening vatbaar was verklaard, en men heeft de wijziging in art. 129 GecGW gedumpt.

Art. 195 GecGW is nu zelf voor herziening vatbaar verklaard. Het debat daarover is volop losgebarsten, hoewel slechts in Wallonië.

2.2 Onmogelijkheid om de grondwet te wijzigen

In bepaalde gevallen is het onmogelijk om de grondwet te wijzigen. Dit is bijvoorbeeld het geval in oorlogstijd.

3 Overzicht van de geschiedenis van de Belgische grondwet

3.1 De grondwet van 1831
De grondwet van 1831 is niet aangenomen door grondwetgevende kamers, maar door de Congrès National, op 7 februari 1831, na een discussie van enkele maanden. De grondwet moe(s)t gelezen worden in de context van toen, het bevat zaken die pure reacties zijn tegen situaties van net voor de grondwet, zoals bijvoorbeeld de strenge scheiding tussen kerk en staat; de bescherming van de talen (de elite wilde Frans kunnen spreken); de soevereiniteit van het parlement (koning Willem had de wetgever slechts toegewezen bevoegdheden toegekend, de residuaire bevoegdheid bleef bij de koning).
De grondwet ademt de geest van zijn tijd: hij werd toen beschouwd als zeer democratisch, maar over de jaren heen is hij beetje achter geraakt…

3.2 Evoluties van het grondwettelijk recht
De evolutie van het grondwettelijk recht gebeurde in drie grote ‘vlagen’.

De geleidelijke uitbreiding van het stemrecht
In 1831 gold het cijnskiesrecht, wat resulteerde in een parlement bestaande uit katholieken en liberalen.
Op het eind van de negentiende eeuw voerde men het algemeen meervoudig stemrecht in voor alle mannen (afhankelijk van het vermogen, het beroep en de opleiding). Het gevolg was een plotse intocht van de socialisten in het parlement.
Na de eerste Wereldoorlog ging de evolutie verder, en voerde men het algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen in. De socialistische partij kende opnieuw een opgang, de deur van de regeringsdeelname ging voor hen open.
In 1948 voerde men het algemeen enkelvoudig stemrecht in, en ook vrouwen konden vanaf dan gaan stemmen. Deze evolutie heeft nauwelijks verandering gehad op de samenstelling van Kamer en Senaat.

De staatshervormingen
Sinds de grondwet van 1831 was België een unitaire, gedecentraliseerde staat.
In 1970 werd een eerste – weliswaar formele – bres geslagen in dat unitaire karakter, door het wijzigen van art. 1 GW, en de hervorming van een unitaire naar een federale staat door de oprichting van gemeenschappen en (theoretisch) gewesten.
In 1980 kwam de tweede staatshervorming, die een en ander uitdiepte, en vorm gaf aan die federale staat.
In 1988-89 zijn opnieuw een aantal zware wijzigingen aangebracht aan ons staatsbestel, onder andere het operationeel maken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
In 1993 volgde een nieuwe fase in de staatshervorming, met als voorwerp de werking van de federale wetgevende Kamers.
In 2001 volgde de voorlopig laatste fase, die zich evenwel afspeelde op het niveau van de bijzondere wetten.

Tot nog toe gebeurden alle fasen van de staatshervorming in dezelfde richting: bevoegd-heden werden overgeheveld van de federale overheid naar de overheden van de deelstaten.

Coördinatie van de grondwet
In 1993 stelde men vast dat de grondwet immens veel bissen en trissen bevatte, wat resulteerde in een regelrecht geklungel met artikels. In art. 198 werd de mogelijkheid gecreëerd om de grondwet te coördineren: orde op zaken te stellen. Deze coördinatie diende evenwel ook met een 2/3 meerderheid goedgekeurd te worden. Er is geen preconstituante nodig, en dus zullen ook de Kamers niet moeten worden ontbonden.
We komen evenwel soms (vooral in oudere wetten, bvb. de wet op de Brusselse instellingen) de oude verwijzingen tegen, wat een aantal moeilijkheden oplevert. Teneinde deze gemakkelijk op te lossen, zijn er concordantietabellen in beide richtingen opgenomen aan het einde van de gecoördineerde Grondwet.
© 2006 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 07-12-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De Belgische grondwet"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.