Juridisch en Faillissement

Positie schuldeisers na overdracht v/e onderneming

"De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord afsluit d.m.v. een overdracht. Slechts geregeld bij twee wetsartikelen, is de hele regeling vooral in de rechtspraak ontstaan. Dit artikel gaat over de gevolgen van de overdracht voor de schuldeisers, en over het lot van hun zekerheden.


Een belangrijk probleem is de positie van de schuldeisers en het lot van hun zekerheden na de overdracht van (een deel van) de onderneming. Hier is het nuttig de situatie van een overdracht opgenomen in het herstelplan te onderscheiden van de situatie van een overdracht op intiatief van de commissaris inzake opschorting, en dus buiten het herstelplan om.

WANNEER DE OVERDRACHT OPGENOMEN IS IN HET HERSTELPLAN, is zij onderworpen aan de goedkeuring van de schuldeisers. Deze goedkeuring is uiteraard dezelfde als de goedkeuring die altijd aan het herstelplan moet worden verleend, de helft van de schuldeisers die aangifte hebben gedaan van hun schuldvordering, die hebben deelgenomen aan de stemming en die samen de helft van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, moeten ermee instemmen.
Voor de separatisten betekent een overdracht sowieso een wijziging in hun positie. Zij moeten dus elk hun instemming geven, zoniet hernemen ze hun rechten.

WANNEER HET INITIATIEF VOOR DE OVERDRACHT WORDT GENOMEN DOOR DE COMMISSARIS INZAKE OPSCHORTING, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de gehele overdracht en de gedeeltelijke overdracht.

Wanneer het een overdracht van de volledige onderneming betreft, is de toestemming van de schuldeisers vereist. Er is geen bepaling die een bijzondere behandeling voorschrijft voor de bevoorrechte schuldeisers, zoals bijvoorbeeld art. 30, 3e W.G.A. dat wel doet.

Wanneer het een gedeeltelijke overdracht betreft, hebben de schuldeisers in wezen niks te zeggen. Hun belang wordt in dat geval uitsluitend door de commissaris inzake opschorting behartigd.
De activa zullen ten bezwarende titel worden overgedragen, wat impliceert dat de chirografaire schuldeisers zich deze bewegingen in het vermogen van hun schuldenaar zullen moeten laten tegenwerpen.
De zakelijk gerechtigde schuldeisers behouden evenwel hun volgrecht. Het is dan ook aangewezen dat de commissaris inzake opschorting hen betrekt in de besprekingen, met het oog op de handlichting. Er is evenwel rechtspraak en rechtsleer die aan art. 41 W.G.A. zuiverende werking toedicht. Dit lijkt bevreemdend, omdat de voorbereidende werken bepalen dat het gemeen recht van toepassing blijft wat betreft de voorrechten en hypotheken, en dat het niet de bedoeling is om de privaatrechtelijke ordening van de voorrechten en de hypotheken te wijzigen. Toch is deze stelling bevestigd door het Hof van Cassatie.

Conclusie is dus dat de zakelijk gerechtigden hun positie in beginsel behouden. Hieraan moeten uiteraard twee beperkingen worden verbonden uit het gemeen recht. Ten eerste moeten zij hun vordering instellen binnen de zes maand na de overdracht, ten tweede kunnen zij slechts hun volgrecht uitoefenen zolang hun onderpand identificeerbaar is. Dit laatste zal waarschijnlijk minder een probleem vormen als de overnemer een nieuwe onderneming is, speciaal opgericht om met de overgedragen activa een economische activiteit aan te vangen.
© 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 19-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Positie schuldeisers na overdracht v/e onderneming"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.