
Procedure van de overdracht van een onderneming
"De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord afsluit d.m.v. een overdracht. Slechts geregeld bij twee wetsartikelen, is de hele regeling vooral in de rechtspraak ontstaan. Dit artikel gaat meer bepaald over de procedure van de overdracht.
De overdracht van de onderneming in het kader van een gerechtelijk akkoord gebeurt volgens volgende procedure, die gedeeltelijk in de wet verankerd ligt. De procedure staat beschreven in art. 41 en is dus slechts toepasselijk wanneer de overdracht wordt bewerkstelligd als modaliteit van afwikkeling, en niet als onderdeel van het herstelplan. Maar ook in dat laatste geval zal een deel van de procedure noodzakelijkerwijs terugkomen, al was het maar om praktisch redenen, bvb. Wat de publiciteit betreft.
Wanneer de overdracht onderdeel is van het herstelplan, gelden de normale regels van de akkoordprocedure: de onderhandelingen worden gevoerd door de schuldenaar, hierin bijgestaan door de commissaris inzake opschorting. Er is geen voorafgaande machtiging van de rechtbank vereist. De rechtbank zal uiteraard wel nagaan of het herstelplan, wanneer het haar ter goedkeuring wordt voorgelegd, aan alle vereisten voldoet van art. 41, m.a.w. bijdraagt tot de terugbetaling van de schuldeisers en het behoud van de economische activiteit en werkgelegenheid.
Wanneer de overdracht niet in het herstelplan is opgenomen, machtigt de Rechtbank van Koophandel de commissaris inzake opschorting. In de praktijk zal dit gebeuren na een formeel of informeel overleg tussen de Rechtbank en de commissaris
Aan de beslissing om over te gaan tot een overdracht moet de nodige publiciteit worden verleend. Er zijn geen speciale handelingen voorgeschreven, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is in art. 17 W.G.A. Zowel publicaties in de vakpers als mondelinge contacten met bepaalde organisaties of personen kunnen nuttig zijn, net als ongetwijfeld nog een hele waaier mogelijkheden. Eenieder kan een overnamevoorstel doen, zelfs de bestuurders of aandeelhouders van de vennootschap zelf.
De commissaris inzake opschorting stelt een termijn vast waarbinnen voorstellen kunnen gedaan worden. Dit is niet voorgeschreven in de wet, en dus is er geen sanctie voorzien, maar toch lijkt het zeer wenselijk om onnodige vertragingen te vermijden om aldus de slaagkansen van een eventuele overname te maximaliseren.
De commissaris inzake opschorting onderzoekt de gedane voorstellen in het licht van het behoud van de economische activiteit, de aandacht voor de werkgelegenheid en de mogelijkheden om de schuldeisers terug te betalen.
De commissaris inzake opschorting bespreekt de voorstellen met het bestuur van de onderneming – schuldenaar en met de werknemersafvaardiging. Het bestuur kan de voltallige raad van bestuur zijn, of één of enkelen van hen als gevolmachtigde. De werknemersafvaardiging zal geschieden door een sociaalrechtelijke instantie, bijvoorbeeld de vakbondsafgevaardigden, of, indien deze in de onderneming niet aanwezig zijn, door een aantal vrijwillige werknemers.
Deze stap in de procedure van overname is belangrijk voor de dialoog tussen alle betrokken partijen. De commissaris neemt de bevindingen uit de besprekingen mee, maar hij beslist zelf in hoeverre hij ze laat doorwegen bij zijn beslissing.
De besprekingen met de meer ernstige kandidaat of kandidaten nemen concreter vormen aan, we spreken van de ‘onderhandelingsfase’. De concrete modaliteiten van de overdracht worden besproken: gedeeltelijke of volledige overdracht, het lot van de activa én van de schulden, de afwikkeling van de kost van de overdracht, het lot van de lopende contracten waaronder de arbeidsovereenkomsten.
Deze fase is duidelijk het verderzetten van de vorige en dus moet ook hier overlegd worden met de werknemers en schuldeisers, hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk vereist.
De wet spreekt hier over een consensus onder de werknemersvertegenwoordiging. Dit kan niet als voorwaarde weerhouden worden, aangezien het hen een vetorecht zou geven, en uiteraard moet ook rekening worden gehouden met andere belangen, zoals die van de schuldeisers. Het bereiken van een consensus met de werknemers heeft aldus meer weg van een beleidsmatige intentieverklaring dan van een juridisch afdwingbare verplichting in hoofde van de commissaris inzake opschorting.
De commissaris inzake opschorting legt het meest ernstige voorstel voor aan de Rechtbank van Koophandel. De commissaris kiest hiervoor zelf het voorstel dat naar zijn mening het meest in overeenstemming is met de gestelde voorwaarden.
De Rechtbank hoort de afvaardiging van het bestuur en van de werknemers, maar blijft uiteraard souverein. Dit recht om gehoord te worden houdt overigens geenszins in dat zij partij worden in het geding.
Art. 41, laatste lid W.G.A. vereist dat in geval van een volledige overdracht van de onderneming, de meerderheid van de schuldeisers, die samen meer dan de helft van de schuldvorderingen vertegenwoordigen, hun goedkeuring betuigen. Over de organisatie van deze stemming zegt de wet niets. De procedure van art. 32 lijkt naar analogie toepasselijk.
Bij een gedeeltelijke overdracht worden de schuldeisers niet gehoord. Dit zou er kunnen toe leiden dat de commissaris inzake opschorting de overdracht op kunstmatige wijze zou beperken tot een gedeelte van de overdracht, om zo zijn beslissing niet aan de stemming van de schuldeisers te moeten onderwerpen.
De overdracht moet worden goedgekeurd door de Rechtbank van Koophandel.
Indien de stemming onder de schuldeisers gunstig was, behoudt de Rechtbank de bevoegdheid om de overdracht eventueel tegen te houden. Dit is minder waarschijnlijk bij een volledige overdracht dan bij een gedeeltelijke overdracht. Als evenwel, in geval van een volledige overdracht, de stemming onder de schuldeisers negatief is uitgedraaid, dan kan de rechtbank die negatieve beslissing niet naast zich neerleggen. De overdracht gaat dan niet door.
De wet legt geen bijzondere publiciteit op aan de beslissing die de overdracht goedkeurt of afwijst. Art. 33 W.G.A legt wel een en ander op en een (gedeeltelijke) overdracht kan deel uitmaken van het herstelplan, dus op die grond kunnen toch een aantal publiciteitsvoorwaarden gesteld worden. © 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 19-08-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Overdracht alleen bij falen van het herstelplan?: "De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord afslu…
- De commissaris inzake opschorting: "De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord afsluit d.m.v. een o…
- Gevolgen overdracht v/e onderneming voor werknemers: "De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord af…
- Algemene gevolgen van de overdracht v/e onderneming: "De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord af…
- Voorwaarden voor een overdracht van een onderneming: "De overdracht van een onderneming bij gerechtelijk akkoord" is een special die focust de zeer specifieke situatie waarbij men het gerechtelijk akkoord af…

Reageer op het artikel "Procedure van de overdracht van een onderneming"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

