Detentiefasering: BBI, ZBBI en PP, regels en voorwaarden
Vanwege de vele vragen die ik hierover krijg, richt ik mij in dit artikel op de regels en procedures van een 'normale detentiefasering' in Nederland. D.w.z. van plaatsing van een Huis van Bewaring (HvB) naar een normaal beveiligde gevangenis en via plaatsingen in een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) en een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) naar een Penitentiair Programma (PP), het sluitsuk van de fasering, waarna einde detentie of voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) volgt.Detentiefasering: regels en voorwaarden
- Wie beslist over de plaats van detentie?
- Op basis waarvan neem de selectiefunctionaris zijn beslissing?
- Mag de selectiefunctionaris afwijken van de Regeling?
- Hoe ziet een normale detentiefasering eruit?
- Maakt detentiefasering onderdeel uit van het programma Terugdringen Recidive (TR)?
- Is vertraging van een re-integratieplan TR van invloed op de detentiefasering van een gedetineerde?
- Wanneer kan een gedetineerde worden overgeplaatst naar een gevangenis?
- Wat is een executie-indicator?
- Wat is een 'regime van algehele gemeenschap'?
- Wanneer komt een gedetineerde in aanmerking voor overplaatsing naar een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI)?
- Wanneer komt een gedetineerde in aanmerking voor overplaatsing naar een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI)?
- Kan een gedetineerde bezwaar aantekenen tegen een beslissing van de selectiefunctionaris?
- Wanneer kan een gedetineerde in aanmerking komen voor een penitentiair programma (PP)?
Wie beslist over de plaats van detentie?
Uitgezonderd voorlopig gehechten, beslist de selectiefunctionaris (SF) over de (over)plaatsing van gedetineerden en deelname aan een (basis) penitentiair programma (PP). Een directeur van een penitentiair inrichting (PI) neemt niet zelf een selectiebeslissing, maar door het Bureau selectie & Detentiefasering (BSD) in de inrichting wordt 'slechts' een selectieadvies opgesteld. Een directeur is evenmin bevoegd een gedetineerde vanwege ongeooloofd gedrag terug te plaatsen van een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) naar een Huis van Bewaring (HvB).Op basis waarvan neem de selectiefunctionaris zijn beslissing?
Aan de hand van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (hierna Regeling genoemd), neemt de SF zijn beslissing. De Regeling bevat de selectiecriteria voor plaatsing in een inrichting met:- Een bepaald beveiligingsniveau:
- Zeer beperkt beveiligde inrichting of afdeling;
- Beperkt beveiligde inrichting of afdeling;
- Normaal beveiligde inrichting of afdeling;
- Uitgebreid beveiligde inrichting of afdeling;
- Extra beveiligde inrichting.
- Een bepaald regimesoort:
- Een regime van algehele gemeenschap;
- Een regime van beperkte gemeenschap;
- Een extra beveiligd regime van beperkte gemeenschap;
- Een individueel regime.
- Voor plaatsing in een inrichting of afdeling voor bijzondere opvang, te weten:
- Pieter Baan Centrum (PBC);
- Externe Resocialisatie Afdeling (ERA);
- Forensische Observatie- en Begeleidingsafdeling (FOBA);
- Individuele Begeleidingsafdelingen (IBA);
- Inrichtingen voor de bijzondere opvang van psychologisch onvolwassenen (JOVO);
- Inrichtingen of afdelingen voor moeders met kinderen;
- Penitentiair Selectie Centrum (PSC);
- Penitentiair Ziekenhuis (PZ);
- Verslaafden Begeleidingsafdeling (VBA);
- Inrichtingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen;
- Penitentiair Psychiatrisch Centrum.
Mag de selectiefunctionaris afwijken van de Regeling?
Op basis van art. 15 Penitentiair Beginselenwet (Pbw), kan de SF afwijken van de bestaande selectiecriteria zoals vastgelegd in de Regeling: "Van het bepaalde omtrent de bestemming kan worden afgeweken op gronden gelegen in de persoon van de betrokkene." Indien een persoon voor plaatsing in meer dan één inrichting of afdeling in aanmerking komt, geschiedt deze met inachtneming van de voorwaarde dat de plaatsing zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt wordt aan de voorbereiding van de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij.In geval van gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van een gedetineerde kan de selectiefunctionaris bepalen dat de gedetineerde naar een psychiatrisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ) zal worden overgebracht om daar zolang dat noodzakelijk is te worden verpleegd (art. 15 lid 5 Pbw). Dit gaat dus om detentieongeschikte gestoorde gedetineerden. Zij verblijven niet langer in een psychiatrische inrichting dan strikt noodzakelijk.
Een gedetineerde kan ook in de laatste 12 maanden van zijn detentie in het kader van art. 43.3 Pbw in een forensische verslavingskliniek worden geplaatst, indien de klinische opname in de verslavingskliniek als detentievervangende behandeling geïndiceerd is en de overbrenging zich verdraagt met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming In dergelijke gevallen vindt er geen fasering plaats voorafgaande de plaatsing in een kliniek.
Hoe ziet een normale detentiefasering eruit?
De (over)plaatsing van gedetineerden die onherroepelijk zijn veroordeeld, vindt normaalgesproken plaats op basis van wat men het beginsel van detentiefasering noemt. Dit houdt in het geleidelijk toekennen van meer vrijheden aan gedetineerden tot aan het moment van hun invrijheidstelling. Dit wordt het resocialisatiebeginsel genoemd: "Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij" (art. 2 lid 2 Pbw).Een normale detentiefasering ziet er als volgt uit:
Huis van Bewaring (HvB) --> normaal beveiligde gevangenis --> Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) --> Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) --> Penitentiair Programma (PP) --> einde detentie of voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.).
In een enkel geval wordt klinische observatie nodig geacht voordat men een verantwoorde detentiebeslissing kan nemen. In deze gevallen wordt de gedetineerde overgebracht naar de afdeling Klinisch Psychologisch Onderzoek (KPO) van het Penitentiair Selectie Centrum (PSC).
Een aantal feiten betreffende detentiefasering op een rijtje:
- Een gedetineerde moet ten minste 1/3e deel van zijn straf in een gesloten inrichting doorbrengen. Daarna kan hij eventueel in aanmerking komen voor detentiefasering.
- Fasering kan hooguit de laatste 18 maanden van iemands gevangenisstraf plaatsvinden (tenzij het een zelfmelder betreft - zie elders in dit artikel) en niet eerder.
- De duur van de fasering is afhankelijk van iemand totale strafduur.
- Een gedetineerde kan hooguit een half jaar naar een ZBBI en maximaal 1 jaar deelnemen aan een PP. De periode dat een gedetineerde in een BBI kan doorbrengen is 18 maanden.
- Een gedetineerde kan 1/6de deel van zijn brutostraf met PP.
Maakt detentiefasering onderdeel uit van het programma Terugdringen Recidive (TR)?
Sinds 2007 werken alle gevangenissen met het programma Terugdringen Recidive (TR). Het programma TR wordt uitgevoerd door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in samenwerking met het gevangeniswezen (GW) en drie reclasseringsorganisaties (3RO). Het doel van programma TR is te voorkomen dat (ex-)gedetineerden opnieuw een strafbaar feit plegen. De doelgroep van het programma TR bestaat uit volwassen gedetineerden:- die na een veroordeling een strafrestant hebben van minimaal vier maanden en waarvan het de bedoeling is dat zij na hun verblijf in een inrichting terugkeren in de maatschappij; en
- die met een voorwaardelijk(e) straf(restant) dat op gedragsbeïnvloeding is gericht, zoals een door de rechter opgelegd reclasseringstoezicht.
Uitgangspunt van TR is een persoonsgerichte aanpak. Als een gedetineerde wil meedoen, dan zal door de reclassering de kans op recidive worden ingeschat aan de hand van een RISc-analyse, waarbij alle criminogene factoren in kaart worden gebracht. Daarna wordt een individueel detentietraject uitgezet, gericht op het werken aan criminogene tekorten met als doel de kans op recidive na detentie te reduceren. Het trajectplan kan bestaan uit gedragsinterventies, een ambulante forensische behandeling en andere interventies. Het kan ook zijn dat een gedetineerde in het kader van art. 43.3 geplaatst wordt in een (forensische) verslavingskliniek (bijvoorbeeld de Piet Roordakliniek te Apeldoorn) teneinde behandeld te worden voor zijn verslavingsproblematiek. Zo mogelijk eindigt ieder re-integratietraject met een Penitentiair Programma (PP), mits aan de termijnen en criteria wordt voldaan.
Aan faseringsdata kunnen geen rechten worden ontleend. Soms moet een gedetineerde eerst een gedragsinterventie volgen om bepaalde risico's omlaag te brengen, voordat hij kan faseren naar een inrichting met meer vrijheden. Zo kan aan een gedetineerde met problemen op het gebied van middelengebruik, de voorwaarde gesteld worden dat hij eerst de leefstijltraining volgt. In deze training krijgt hij handvatten aangereikt om niet terug te vallen in middelengebruik. Dit verkleint de kans op terugval in middelengebruik tijdens verloven.
Er is geen sprake van een TR-traject als het strafrestant van de gedetineerde korter dan vier maanden is. Het Bureau Selectie en Detentiefasering (BSD) verzorgt in dat geval de verdere detentiefasering van de gedetineerde. De gedetineerde kan dan onder meer in aanmerking komen voor een (B)PP, al dan niet voorafgegaan door plaatsing in een (Z)BBI.
Als de gedetineerde niet mee wil werken aan TR, dan gaat de detentiefasering niet verder dan BBI zonder verlof (BBI+ genoemd) dan wel een gesloten gevangenis. Er waren uitzonderingen daarop mogelijk, zoals de beroepscommissie eerder heeft uitgemaakt (zie o.a. BrC 08-05-2006 - 06/110/GB). Voor zover ik kan overzien vonden genoemde uitzonderingen echter plaats voordat de Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 23 juni 2008, nr. 5546389/08/DJI, houdende wijziging van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting en de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden in verband met de terugplaatsing van gedetineerden die een traject volgden in het kader van het Programma terugdringen recidive (TR) van kracht ging, waarin onomwonden staat dat het niet meedoen aan een TR traject als consequentie heeft dat de detentiefasering niet verder gaat dan een beperkt beveiligde inrichting zonder verlof. Indien deelname aan een TR-programma wordt beëindigd, is niet de SF maar de beklagcommissie bevoegd om een klacht te dienaangaande in behandeling te nemen.
Is vertraging van een re-integratieplan TR van invloed op de detentiefasering van een gedetineerde?
Een groot struikelblok in de rechtspositie van gedetineerden is de invloed die vertraagde re-integratieplannen hebben op de doorfasering naar inrichtingen met meer vrijheden of deelname aan een penitentiair programma (PP). De vooraf vastgesteldedoorlooptijden van het vervaardigen van een re-integratieplan TR worden - zo toont de praktijk aan - meestal niet gehaald. TR kan dan leiden tot vertraging van detentiefasering. Niet alleen in die gevallen dat er wordt gewacht op het re-integratieplan, maar ook als er op dat moment geen aanbod is van een gedragsinterventie, terwijl een gedetineerde pas mag doorfaseren nadat de interventie is gevolgd. Deze omstandigheden kunnen tot uitstel van een mogelijke fasering leiden. Vooral bij plaatsing in een ZBBI en PP moet een gedetineerde wachten op het re-integratieplan omdat een gedetineerde in deze modaliteiten veel vrijheden krijgt en een risicoafweging dan zwaarder weegt. Bovendien moet de reclassering het PP vormgeven, hetgeen tijd vergt.
Niettemin is de rechtspositie van gedetineerden verbeterd, want in de praktijk staat een vertraagd re-integratieplan selectie naar een inrichting met een algeheel regime (gevangenis) of een inrichting met maandelijks weekendverlof (BBI) niet langer in de weg. Ook kunnen pas afgestrafte gedetineerden in een HvB in veel gevallen naar een vervolginrichting gaan zonder re-integratieplan. Ofschoon het selectieadvies en het re-integratieplan TR nauw met elkaar samenhangen en beide zeer ingrijpend
kunnen zijn op het verloop van de detentie, kan fasering tot op zekere hoogte wel plaatsvinden zonder dat er een re-integratieplan aanwezig is.
Wanneer kan een gedetineerde worden overgeplaatst naar een gevangenis?
Sinds 1 januari 2006 is het mogelijk dat personen in voorlopige hechtenis, na een veroordeling tot een vrijheidsstraf door de rechter in eerste aanleg, van een Huis van Bewaring worden doorgeplaatst naar een gevangenis. Hierdoor wordt al tijdens de voorlopige hechtenis detentiefasering mogelijk. Het zegt niets over de schuld van betrokkene (die dus nog een verdachte is) of dat de betrokkene als gestrafte bestempeld wordt. Het kan voorkomen dat na een definitieve veroordeling het strafrestant aanzienlijk langer uitpakt dan in eerste aanleg het geval was. In dat geval is herselectie voor een andere inrichting altijd mogelijk en vindt er feitelijk 'omgekeerde fasering' plaats. Concreet betekent dit dat een gedetineerde reeds deelneemt aan een PP, en teruggeplaatst wordt naar een BBI of een gesloten gevangenis. Dit komt in de praktijk niet zo vaak voor is mijn ervaring.Wat is een executie-indicator?
Met betrekking tot de beslissing tot doorplaatsing naar een gevangenis of situatie met meer vrijheden (BBI, ZBBI, PP), zal de BSD informatie inwinnen bij de lokale politie om te onderzoeken of het opgegeven verlofadres voldoet. Ook het verlofadres zelf wordt aangeschreven. De betrokkenheid van het Openbaar Ministerie (OM) is verzekerd door middel van het plaatsen van een executie-indicator. Hiermee geeft het OM aan dat zij wil adviseren over de te nemen besluiten inzake (toekomstige) te verlenen verlof aan de gedetineerde of overplaatsing van de gedetineerde naar een ander regime of een andere inrichting. Bij een executie-indicator zal de SF het OM moeten raadplegen bijd e beslissing wat betreft overplaatsing naar een gevangenis na een veroordeling in eerste aanleg en darna bij beslissingen aangaande overplaatsing naar een regime met minder beveiliging en meer vrijheden, dan wel het verlenen van een verlof. Het advies wordt meegewogen in de beslissing van de SF, maar is niet doorslaggevend. Bij standaardzaken zonder executie-indicator kan het DJI bepaalde vrijheden verlenen aan de gedetineerde zonder overleg met het OM.Wat is een 'regime van algehele gemeenschap'?
De hoofdregel bij te nemen beslissingen over plaatsing en overplaatsing van veroordeelden luidt dat veroordeelden in een regime van algehele gemeenschap worden geplaatst, tenzij er contra-indicaties zijn. In een regime van algehele gemeenschap kunnen al dan niet onherroepelijk veroordeelde gedetineerden worden geplaatst die:- gelet op hun persoonlijkheid en gedrag geschikt zijn om in een gemeenschap te functioneren, en
- geschikt en bereid zijn om deel te nemen aan het in de inrichting of afdeling aangeboden activiteitenprogramma.
Wanneer komt een gedetineerde in aanmerking voor overplaatsing naar een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI)?
Bij de tenuitvoerlegging van wat langere straffen, zal de afdeling BSD en de selectiefunctionaris tijdig moeten worden bezien of de gedetineerde in aanmerking komt voor plaatsing in een BBI, alwaar de gedetineerde vierwekelijks verlof geniet. Daarnaast worden ook zelfmelders met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minder dan 2 jaren en die aan de selectie-eisen voldoen, in een BBI geplaatst. Een zelfmelder is een tot vrijheidsstraf veroordeelde die niet gedetineerd is op het moment waarop de rechterlijke uitspraak onherroepelijk wordt en ten aanzien van wie geen aanhouding en plaatsing in een penitentiaire inrichting is bevolen. Capaciteitgebrek mag plaatsing in een BBI niet in de weg staan, zo oordeelt de beroepscommissie.In art. 3 van de Regeling staat een opsomming waar een gedetineerde aan moet voldoen om voor overplaatsing naar een BBI in aanmerking te kunnen komen. In de beperkt beveiligde inrichtingen of afdelingen worden gedetineerden geplaatst die:
- een beperkt vlucht- en maatschappelijk risico vormen;
- een strafrestant hebben van maximaal achttien maanden; en
- beschikken over een aanvaardbaar verlofadres.
Daarnaast speelt aard en zwaarte van het gepleegde delict ook een rol in de beoordeling of een gedetineerde geschikt is voor plaatsing in een BBI.
Voor plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting of afdeling met regimesgebonden verlof komen - zoals hierboven reeds aangegeven - niet in aanmerking gedetineerden die deelname weigeren, dan wel hun deelname weigeren voort te zetten aan een traject in het kader van het programma Terugdringen Recidive.
In de Memorie van Toelichting op onderhavig artikel staat dat bij een plaatsing naar een (Z)BBI de beoordeling van de resociabiliteit van de gedetineerde een belangrijke rol speelt. Indicatoren zijn:
- Heeft de gedetineerde reeds tijdens zijn huidige detentie vrijheden genoten, zoals algemeen verlof of een schorsing van de preventieve hechtenis en hoe is hij daarmee omgegaan?
- Hoe is zijn gedrag binnen de inrichting? Recent drugsgebruik, rapporten wegens onoorbaar gedrag pleiten allemaal in zijn nadeel.
Bij het bepalen van het strafrestant wordt de vervangende hechtenis op grond van de artikelen 24c en 24d van het Wetboek van Strafrecht en de gijzeling op grond van artikelen 28, eerste lid, Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften meegeteld.
Voor plaatsing in een beperkt beveiligde inrichting of afdeling komen niet in aanmerking gedetineerden:
- ten aanzien van wie vaststaat dat zij na de detentie zullen worden uitgezet of uitgeleverd; of
- aan wie de maatregel terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd.
Gedetineerden die tbs met voorwaarden opgelegd hebben gekregen, kunnen wel in aanmerking komen voor detentiefasering en deelname aan het programma TR.
In een BBI krijgt een gedetineerde iedere vier weken weekendverlof.
Wanneer komt een gedetineerde in aanmerking voor overplaatsing naar een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI)?
In art. 2 van de Regeling staan de volgende eisen waar een gedetineerde aan moet voldoen wil hij in aanmerking komen voor overplaatsing naar een ZBBI. In zeer beperkt beveiligde inrichtingen of afdelingen kunnen gedetineerden worden geplaatst:- die een te verwaarlozen vlucht- of maatschappelijk risico vormen;
- aan wie een vrijheidsstraf van ten minste zes maanden opgelegd is;
- die, ingeval de veroordeling onherroepelijk is, ten minste de helft van de opgelegde vrijheidsstraf hebben ondergaan, dan wel, ingeval de veroordeling nog niet onherroepelijk is, een tijd in voorlopige hechtenis hebben doorgebracht waarvan de duur ten minste gelijk is aan de helft van de opgelegde vrijheidsstraf;
- die geen veroordelingen tot betaling van een geldboete of geldbedrag van meer dan € 226,– hebben openstaan;
- die een strafrestant hebben van ten minste zes weken en ten hoogste zes maanden; en
- die beschikken over een aanvaardbaar verlofadres.
Voor plaatsing in een zeer beperkt beveiligde inrichting of afdelingen komen niet in aanmerking gedetineerden ten aanzien van wie:
- vaststaat dat zij na de detentie zullen worden uitgezet of uitgeleverd; of
- de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met bevel tot verpleging van overheidswege is opgelegd.
- is geconstateerd dat zij deelname weigeren, dan wel hun deelname weigeren voort te zetten aan een traject in het kader van het programma Terugdringen Recidive.
Gedetineerden ten aanzien van wie een door de selectiefunctionaris akkoord bevonden voorstel voor deelname aan een penitentiair programma aanwezig is, komen tevens in aanmerking voor plaatsing in een zeer beperkt beveiligde inrichting of afdeling. Het verblijf in de zeer beperkt beveiligde inrichting direct voorafgaande aan de plaatsing in het penitentiair programma duurt maximaal zes maanden.
In een ZBBI krijgt de gedetineerde iedere weekend regimair verlof. Hij kan te werk worden gesteld bij een externe werkgever.
Kan een gedetineerde bezwaar aantekenen tegen een beslissing van de selectiefunctionaris?
De betrokkene heeft conform art. 17 Pbw het recht een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen tegen elke beslissing tot externe overplaatsing. De SF stelt de betrokkene in de gelegenheid schriftelijk of mondeling diens bezwaarschrift toe te lichten, tenzij hij het aanstonds kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond acht. De SF stelt de indiener van het bezwaarschrift binnen zes weken van zijn met redenen omklede beslissing schriftelijk en zoveel mogelijk in een voor deze begrijpelijke taal op de hoogte. Hierbij wijst hij hem op de mogelijkheid van het instellen van beroep.Wanneer kan een gedetineerde in aanmerking komen voor een penitentiair programma (PP)?
Een gedetineerde kan in de laatste fase van zijn gevangenisstraf in aanmerking komen voor een penitentiair programma (PP), waarbij hij in principe thuis woont en een programma volgt van ten minste 26 uren per week gericht op zijn terugkeer in de samenleving en het terugdringen van recidive. De deelnemer staat (een gedeelte van het PP) onder elektronisch toezicht (ET). Hij wordt begeleid door de reclassering. Bij een overtreding van de regels volgt een waarschuwing en bij een herhaling volgt terugplaatsing in de gevangenis.Art. 4 lid 2 Pbw stelt de volgende voorwaarden aan deelname aan een PP:
- Aan een penitentiair programma kan worden deelgenomen gedurende ten hoogste een zesde deel van de opgelegde vrijheidsstraf direct voorafgaand aan de datum van invrijheidstelling, mits:
- a. de gedetineerde is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van ten minste zes maanden;
- b. het strafrestant bij aanvang van de deelname aan het penitentiair programma ten minste vier weken en ten hoogste een jaar bedraagt; en
- c. er geen andere omstandigheden zijn die zich tegen zijn deelname verzetten.
Onder de in 'c' genoemde 'andere omstandigheden' kan worden verstaan:
- Wat zijn de aard en de achtergronden van het gepleegde delict?
- Het detentieverloop, hoe heeft de gedetineerde zich tijdens zijn gevangenschap gedragen?
- Hoe groot is de kans op recidive?
- Kan hij de verantwoordelijkheid aan?
- Heeft hij een aanvaardbaar verblijfadres?
- Is hij geschikt en gemotiveerd voor deelname aan de verschillende programma-onderdelen (trainingen, werk, behandeling, enz.)?
Lees verder
- Penitentiair Programma (PP) in laatste fase gevangenisstraf
- Wat doet de Reclassering: toezicht/werkstraf/diagnose-advies
- Voorwaardelijke invrijheidstelling bij gevangenisstraf (wet)
- Strafonderbreking (SOB) tijdens gevangenisstraf of detentie
- Urinecontrole (UC) gevangenis & hoelang zijn drugs in bloed
© 2011 - 2012 Tartuffel, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Elektronisch Toezicht / Elektronische controle / huisarrest Elektronisch toezicht (ET) is gericht op het inperken van de…
Strafonderbreking (SOB) tijdens gevangenisstraf of detentie Tijdelijke strafonderbreking (SOB) tijdens gevangenisstraf of…
De regels rondom softdrugs Nederland heeft een in de wereld uniek beleid wat betreft softdrugs. Onder bepaalde voorwaarde…
Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis…
Gerelateerde artikelen
Penitentiair Programma (PP) in laatste fase gevangenisstraf Een gedetineerde kan in de laatste fase van zijn gevangenisst…Elektronisch Toezicht / Elektronische controle / huisarrest Elektronisch toezicht (ET) is gericht op het inperken van de…
Strafonderbreking (SOB) tijdens gevangenisstraf of detentie Tijdelijke strafonderbreking (SOB) tijdens gevangenisstraf of…
De regels rondom softdrugs Nederland heeft een in de wereld uniek beleid wat betreft softdrugs. Onder bepaalde voorwaarde…
Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis…
Bronnen en referenties
- BrC 08-05-2006 - 06/110/GB.
- Gerard de Jonge en Hettie Cremers: Bajesboek - Handboek voor gedetineerden, Papieren Tijger, Breda, 6e druk 2008.
- Penitentiaire beginselenwet (Pbw).
- Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden + Memorie van Toelichting.
- Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.
- Wetboek van Strafrecht.
- Wijziging Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting en de Wijziging Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting en de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden. Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 23 juni 2008, nr. 5546389/08/DJI, houdende wijziging van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting en de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden in verband met de terugplaatsing van gedetineerden die een traject volgden in het kader van het Programma terugdringen recidive (TR).