Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen

Per 1 oktober 2009 is de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (hierna Wet dwangsom en beroep) in werking getreden. In dit artikel wil ik de belangrijkste punten uit deze wet onder de aandacht brengen en uitleggen wat dit kan betekenen voor u. De wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld gemeentes, provincies en waterschappen beslissen over uw aanvragen binnen de wettelijke gestelde termijn.

Invoering van de wet

De invoering van de Wet dwangsom en beroep kan gezien worden als een extra stok achter de deur bij overheidsorganen om alle aanvragen en bezwaarschriften binnen de wettelijke termijnen af te handelen. Wanneer u een aanvraag of bezwaarschrift indient bij de gemeente mag u verwachten dat de aanvraag binnen de wettelijke termijn en goed wordt afgehandeld. Wanneer dit niet binnen de vastgestelde termijn gebeurd, dan heeft u onder bepaalde voorwaarden recht op een vergoeding van maximaal € 1.260,00. U kunt dan een brief sturen naar het bestuursorgaan waar u uw aanvraag heeft ingediend. In die brief stelt u de overheid ‘ingebreke’ en vraagt u om een dwangsom. De overheid heeft dan twee weken de tijd om alsnog een beslissing te nemen. Tevens kunt u direct in beroep gaan tegen het niet tijdig beslissen bij de rechtbank.

De Wet dwangsom en beroep

De wet geldt voor alle aanvragen om beschikkingen en bezwaarschriften. Als in een bijzonder wettelijk voorschrift een beslistermijn is opgenomen, dan geldt die termijn als termijn waarbinnen het overheidsorgaan moet beslissen. Deze wet is niet van toepassing bij besluiten van algemene strekking (zoals bijvoorbeeld verkeersbesluiten) en ook niet voor de vaststelling e.d. van algemeen verbindende voorschriften (zoals verordeningen).

Voorbeeld van een dwangsom bij niet tijdig beslissen
Voor alle aanvragen van vergunningen of ontheffingen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening moet volgens artikel 1.2 APV binnen acht weken na ontvangst worden beslist. Deze termijn kan met maximaal acht weken worden verlengd. Bevat de bijzondere regeling echter geen beslistermijn, dan geldt als beslistermijn de redelijke termijn uit artikel 4:13 Awb. Wat redelijk is, hangt af van het soort beslissing. Dat kan enkele weken of maanden zijn, maar in sommige gevallen ook een paar dagen. Deze redelijke termijn bedraagt volgens vaste jurisprudentie meestal acht weken. Wanneer het bestuursorgaan van mening is dat de redelijke beslistermijn nog niet is verstreken, dan is het belangrijk dat zij dit schriftelijk meedelen aan u.

Opschortingstermijnen

Volgens de Wet dwangsom en beroep wordt de beslistermijn op aanvragen in een aantal gevallen opgeschort. Deze zijn:
  • Wanneer u in de gelegenheid bent gesteld om de aanvraag aan te vullen krachtens artikel 4:5 van de Awb;
  • Wanneer u is medegedeeld dat voor de beschikking op de aanvraag noodzakelijke informatie aan een buitenlandse instantie is gevraagd;
  • Op het moment dat u schriftelijk instemt met uitstel (dit is alleen mogelijk als de wettelijke beslistermijn nog niet is verstreken);
  • Wanneer de vertraging aan u kan worden toegerekend;
  • Op het moment dat er sprake is van overmacht voor het bestuursorgaan.

Het ontvangen van de Dwangsom

De maximale looptijd van de dwangsom is tweeënveertig dagen. U heeft recht op een dwangsom voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. De dwangsom bedraagt voor de eerste veertien dagen € 20,00 per dag, de daarop volgende veertien dagen € 30,00 per dag en de overige dagen € 40,00 per dag. De dwangsom kan dus maximaal € 1.260,00 bedragen. Is de aanvraag/het bezwaarschrift ingediend door meerdere personen, dan wordt het bedrag van de dwangsom evenredig onder alle aanvragers/bezwaarden verdeeld.

Het niet ontvangen van de Dwangsom

Niet iedereen die een dwangsomverzoek indient, komt voor toekenning daarvan in aanmerking. In de volgende situaties bestaat in ieder geval geen recht op een dwangsom:
  • U heeft het bestuursorgaan onredelijk laat in gebreke gesteld. Wat precies onder onredelijk laat moet worden verstaan zal afhangen van de omstandigheden van het geval, zoals de aard en frequentie van de contacten tussen de gemeente en de aanvrager;
  • Op het moment dat het bestuursorgaan geen beslissing heeft kunnen nemen door u (bijvoorbeeld als de aanvrager zelf bij herhaling om uitstel van een hoorzitting of om nader onderzoek heeft gevraagd);
  • Wanneer u geen belanghebbende bent in de zin van de Algemene wet bestuursrecht;
  • Op het moment dat u of het bezwaar niet-ontvankelijk of ongegrond is.

Het instellen van direct beroep bij de rechtbank

Als een bestuursorgaan niet tijdig beslist op een aanvraag en ook niet tijdig –dat wil zeggen binnen de geldende beslistermijn-heeft medegedeeld dat er niet op tijd kunnenbeslist wordt kan de aanvrager de gemeente ingebreke stellen. Door de ingebrekestelling zal er alsnog beslist moeten worden op de aanvraag. Het bestuursorgaan moet dan de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom uit eigen beweging bij beschikking vaststellen. De aanvrager of bezwaarmaker hoeft hierom niet te verzoeken; hij hoeft ‘slechts’ een ingebrekestelling te sturen.

Op het moment dat het bestuursorgaan ingebreke blijft kan de aanvrager direct beroep instellen bij de rechtbank. Het is mogelijk om meteen in beroep te gaan bij de rechter. U hoeft dus niet langer eerst bezwaar te maken tegen het uitblijven van een beslissing, zoals in het verleden. Verklaart de rechter uw beroep gegrond, dan is de overheid verplicht om alsnog binnen twee weken beslissen.

Wanneer het bestuursorgaan alsnog een beslissing heeft genomen, zal het meestal de hoogte van de dwangsom tegelijk met die beslissing kunnen vaststellen en bekendmaken. Wanneer het bestuursorgaan dit niet doet, dan zal het dit in elk geval moeten doen binnen twee weken na de dag waarop de alsnog genomen beslissing aan de aanvrager is verzonden. Tenzij natuurlijk al eerder het maximum bedrag van € 1.260,00 is bereikt. In dat geval moet de vaststellingsbeschikking genomen worden binnen twee weken na de dag waarop het maximum is bereikt. De termijn waarbinnen de dwangsom daadwerkelijk uitbetaald moet worden is zes weken. Deze termijn gaat lopen nadat de vaststellingsbeschikking op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt (dat een dag naar verzending van de vaststellingsbeschikking).

Is de aanvrager het niet eens met de verschuldigdheid of de hoogte van de dwangsom dan kan hij daartegen op de gebruikelijke wijze bezwaar en beroep instellen. Dit betekent dan de gang naar de commissie bezwaarschriften van de gemeente of de rechtbank.
© 2010 - 2012 Zonnetje, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Wet openbaarheid van bestuur De wet openbaarheid van bestuur (Wob) is er sinds 1980. Vanaf dat moment regelt de wet de in…
Commissie bezwaarschriften De commissie bezwaarschriften is een adviesorgaan van de gemeente. Wanneer u het niet eens ben…
Wet BIBOB (integriteitsbeoordeling door openbaar bestuur) De Wet Bibob is een wet die anders is dan andere wetten. De ter…
Bezwaar maken tegen WOZ Bezwaar maken tegen WOZ. Bezwaar maken tegen de WOZ-beschikking: hoe pak je dat aan? En is het ef…
Bezwaar maken tegen verkeersboete Als u het niet eens bent met een parkeerboete of andere verkeersboete (bekeuring) kunt…

Bronnen en referenties
  • www.wetten.nl
  • www.overheid.nl

Reageer op het artikel "Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Zonnetje
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Juridisch
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!