Voorwaardelijke invrijheidstelling bij gevangenisstraf (wet)

Voorwaardelijke invrijheidstelling bij gevangenisstraf (wet)

Sinds 1 juli 2008 is de Wet voorwaardelijke invrijheidstelling (Wet v.i.) van kracht. Deze wet bepaald dat gevangenen alleen nog onder voorwaarden in aanmerking komen voor vervroegde invrijheidstelling. Het betreft veroordeelden die een gevangenisstraf van minimaal één jaar opgelegd hebben gekregen. Gedeeltelijk voorwaardelijke straffen tellen niet mee, net zoals de TBS of ISD maatregel. De wet beoogt het terugdringen van recidive doordat gedetineerden v.i. moeten verdienen met goed gedrag.

Voorwaardelijke invrijheidstelling bij gevangenisstraf (wet)


Klik hier voor een artikelenreeks over de reclassering: Wat doet de Reclassering; Reactance (weerstand tegen bedreiging van gedragsvrijheid); Cirkel/fasen van gedragsverandering van Prochaska en DiClemente; Daders huiselijk geweld; Loverboys; Wet Voorwaardelijke invrijheidstelling; Elektronisch Toezicht / Elektronische controle / huisarrest; Cognitieve Vaardigheidstraining (CoVa) Eerst denken dan doen; STATIC-99 (Inschatting recidiverisico seksuele delinquenten); Werkstraf.

Vervroegd wordt voorwaardelijk

Voorheen kwamen gedetineerden na tweederde van hun gevangenisstraf te hebben uitgezeten vervroegd vrij. Aan de vervroegde invrijheidstelling waren geen voorwaarden verbonden. Dat behoort met de inwerkingtreding van de Wet v.i. tot de verleden tijd. Vanaf nu zijn er voorwaarden aan de v.i. verbonden. Ook is er sprake van een proeftijd. Wanneer de gedetineerde de opgelegde voorwaarden overtreedt, dan zal hij teruggeplaatst worden naar de gevangenis waar hij alsnog de rest van zijn straf of een deel daarvan moet uitzitten.

Wanneer komt een gedetineerde voor v.i. in aanmerking?

Een gedetineerde komt in aanmerking voor v.i. na minimaal één jaar detentie. Bij een gevangenisstraf van minder dan één jaar geldt deze regeling niet. Bij een straf van minimaal één jaar en maximaal twee jaar moet de veroordeelde na het eerste jaar nog eenderde van zijn straf uitzitten. Bij straffen langer dan twee jaar moet de veroordeelde tweederde van zijn totale straf ondergaan eer hij met v.i. kan vrijkomen.

Alle vrijheidsstraffen worden bij elkaar opgeteld voor de berekening van v.i. Gedeeltelijk voorwaardelijke straffen tellen niet mee. Personen die een maatregel opgelegd hebben gekregen, komen ook niet in aanmerking voor v.i. We kunnen hierbij denken aan de terbeschikkingstelling (TBS - een behandelmaatregel voor mensen die voortkomende uit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis der geestvermogens een delict hebben gepleegd) en de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD - met deze maatregel kunnen stelselmatige plegers van misdrijven gedurende langere tijd, maximaal twee jaar, opgesloten worden).

We geven drie (reken)voorbeelden.

  • Casus persoon X, veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf. Moet na de eerste 12 maanden nog eenderde van 6 maanden uitzitten. Na 14 maanden kan hij met v.i.

  • Casus persoon Y, veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf. Moet daarvan tweederde uitzitten. De persoon zou dus na 8 jaar met v.i. kunnen.

  • Casus persoon Z, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Betrokkene komt niet in aanmerking voor v.i. aangezien hij veroordeeld is tot een deels voorwaardelijke straf.

Algemene en bijzondere voorwaarden

De algemene voorwaarde voor voorwaardelijke invrijheidstelling is dat veroordeelden tijdens hun proeftijd niet opnieuw een strafbaar feit mogen plegen. Deze voorwaarde is 'algemeen', dat wil zeggen dat die geldt voor iedere veroordeelde die voor v.i. in aanmerking komt.

Naast de algemene voorwaarde, kunnen bijzondere voorwaarden aan de v.i. verbonden worden. Deze voorwaarden verschillen per gedetineerde en zijn afhankelijk van de persoon van de gedetineerde, het strafbare feit dat hij heeft gepleegd, de recidivekans en de bij hem geconstateerde criminogene factoren - dat zijn factoren die bijdragen aan de kans op herhaling. De verwachting is dat in ongeveer tweederde van de gevallen bijzondere voorwaarden zullen worden opgelegd.

Een speciale afdeling van het Openbaar Ministerie (OM) beslist over het al dan niet verlenen van v.i. en over de oplegging van de bijzondere voorwaarden en tevens kunnen ze de opgelegde voorwaarden wijzigen, aanvullen of opheffen. De directeur van de penitentiaire inrichting (PI - gevangenis) waar de veroordeelde verblijft, de reclassering en het lokale OM adviseren over het verlenen van v.i. en over de oplegging van bijzondere voorwaarden. Het lokale OM adviseert overigens alleen in die gevallen waarbij er sprake is van een zogenaamde 'executie-indicator': dat is de aantekening van het OM bij een vonnis dat zij op de hoogte gehouden wenst te worden en een adviserende rol wil hebben met betrekking tot eventueel te verlenen vrijheden aan de veroordeelde, zoals verlof, overplaatsing naar een inrichting met meer vrijheden en verlofmogelijkheden en de voorwaardelijke invrijheidstelling. De directeur van de PI, het plaatselijke OM en de reclassering stemmen hun advies onderling met elkaar af.

Overzicht bijzondere voorwaarden

Bij de bijzondere voorwaarden kunnen we onder andere denken aan:
  • vrijheidsbeperkende voorwaarden (geboden en verboden);
  • gedragsbeïnvloedende voorwaarden; en
  • op zorg gerichte voorwaarden.

Bij de vrijheidsbeperkende voorwaarden kunnen we denken aan:
  • contactverbod (bijv. het verbod contact te - laten - leggen met het slachtoffer);
  • locatieverbod (bijv. een wijk- of straatverbod);
  • locatiegebod (bijv. het gebod om zich op bepaalde tijden thuis te bevinden zodat structuur aangeleerd kan worden - dit kan gecontroleerd worden door middel van elektronisch toezicht);
  • alcohol- en drugsverbod (indien middelengebruik samenhangt met delictgedrag - niet bedoeld ter ondersteuning van een behandeling);
  • meldingsgebod (bijv. het gebod dat hij contact onderhoudt met de reclassering of andere instellingen).

De gedragsbeïnvloedende voorwaarden zijn gedragsinterventies die worden uitgevoerd door en/of onder verantwoordelijk van de reclassering. De volgende gedragsinterventies zijn mogelijk:
  • Training cognitieve vaardigheden (CoVa) en training cognitieve vaardigheden voor verstandelijk minderbegaafden (CoVa+) - Met de training leren deelnemers om eerst te denken, dan te doen.
  • Agressietraining (ART Wiltshire-NL) - In deze training worden daders van agressiedelicten geleerd om recidive te voorkomen door risicovolle situaties te vermijden en verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gedrag.
  • Arbeidsvaardighedentraining (ArVa) - Het ontwikkelen van inzicht en het leren van vaardigheden waarmee de veroordeelde beter in staat is werk te krijgen en te behouden.
  • Korte Leefstijltraining verslaafde justitiabelen - Deelnemers motiveren om hun problematisch en met delictgedrag samenhangende middelengebruik of gokgedrag te veranderen.
  • Leefstijltraining - Deze training is in vergelijking met de Korte Leefstijltraining meer gericht op het voorkomen en het onder controle krijgen van een terugval in middelengebruik en crimineel gedrag.
  • Woontraining - In dit programma worden vaardigheden aangeleerd en/of versterkt die voor het wonen nodig zijn.
  • Budgetteertraining - Dit programma is bedoeld voor daders die, onder andere, door de gevolgen van financieel wanbeheer delicten zijn gaan plegen.
  • Training voor plegers van huiselijk geweld - Het programma beoogt preventie van recidive en het verhogen van de veiligheid van vrouwen en kinderen.
  • Training voor plegers van seksuele delicten - Is nog in ontwikkeling.

Op zorg gerichte voorwaarden zijn de volgende:
  • behandeling in een inrichting - voor gedetineerden bij wie een bepaalde stoornis is vastgesteld en een gedragsinterventie en/of ambulante behandeling ontoereikend is;
  • ambulante behandeling - behandeling waarbij de veroordeelde thuis kan blijven wonen en één of meerdere dagdelen per week volgt hij een behandeling in een forensische polikliniek;
  • opname in een door justitie erkende 24-uurs instelling voor begeleiding op het gebied van wonen, werk, relaties, zingeving en het voorkomen van recidive (deze instellingen zijn: Exodus, Moria, Door, De Ontmoeting).

Uitstel of achterwege blijven van v.i.

De v.i. kan achterwege blijven of uitgesteld worden in geval:
  • is gebleken dat de veroordeelde zich na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf ernstig heeft misdragen, welke misdraging kan blijken uit: 1) ernstige bezwaren of een veroordeling terzake van een misdrijf; 2) gedrag dat tijdens de tenuitvoerlegging van de straf meermalen heeft geleid tot het opleggen van een disciplinaire straf;
  • de veroordeelde na de aanvang van de tenuitvoerlegging van zijn straf zich hieraan onttrekt of hiertoe een poging doet;
  • door het stellen van voorwaarden het recidiverisico voor misdrijven onvoldoende kan worden ingeperkt dan wel indien de veroordeelde zich niet bereid verklaart de voorwaarden na te leven;
  • de vrijheidsstraf is opgelegd door een buitenlandse rechter, de veroordeelde een deel van zijn straf in Nederland uitzit en waarbij door de buitenlandse autoriteiten is bepaald dat de veroordeelde niet in aanmerking komt voor v.i.

Het is de rechtbank die beslist of v.i. wordt uitgesteld of geheel achterwege blijft.

Klik op afbeelding voor vergroting
Klik op afbeelding voor vergroting

Naleving van de voorwaarden

Het OM ziet toe op de naleving van de voorwaarden. Het OM kan aan de reclassering opdracht geven de veroordeelde begeleiding te bieden bij en toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden. Indien een voorwaarde niet wordt nageleefd, doet de reclasseringsinstelling daarvan onverwijld melding aan het OM. In dat geval kan de invrijheidstelling worden teruggedraaid. Het OM brengt de zaak dan voor de rechtbank die beslist of de v.i. gedeeltelijk of geheel wordt herroepen. De veroordeelde moet in dat geval alsnog de rest van zijn straf of een deel daarvan uitzitten in de gevangenis.

Indien er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat een veroordeelde die voorwaardelijk in vrijheid is gesteld zich zodanig heeft gedragen dat de v.i. door de rechter zal worden herroepen, dan kan zijn aanhouding worden bevolen door het OM bij de rechter-commissaris (RC). Als de RC de vordering toewijst, beveelt hij de schorsing van de v.i. en moet de veroordeelde direct naar het huis van bewaring. Indien de RC de vordering afwijst, beveelt hij de hervatting van de v.i. van de veroordeelde en blijft hij tot aan de rechtszitting op vrije voeten. De voorwaarden van de v.i. blijven in dat geval uiteraard van kracht.

Proeftijd

De proeftijd gaat in op de dag van de dat de veroordeelde met v.i. gaat. De proeftijd van de algemene voorwaarde is gelijk aan de periode waarover v.i. wordt verleend, maar bedraagt ten minste één jaar. De proeftijd van een bijzondere voorwaarde wordt door het OM vastgesteld, maar is ten hoogste gelijk aan de periode waarover v.i. wordt verleend.

Doel van de wet

Het voorwaardelijk maken van de invrijheidstelling betekent dat veroordeelden zelf verantwoordelijk zijn of ze eerder vrijkomen en terug kunnen keren in de samenleving. Ook krijgt de meerderheid van de veroordeelden bijzondere voorwaarden opgelegd die zijn bedoeld om de recidivekans te verkleinen. De reclassering zal in veel gevallen toezien op de uitvoering en naleving van de bijzondere voorwaarden. Door het reclasseringstoezicht zal de veroordeelde ondersteund worden bij zijn resocialisatie en zal er toezicht worden gehouden op zijn handel en wandel. Veroordeelden die begeleiding of behandeling behoeven, zullen deze krijgen en ze worden zo nodig op praktisch gebied bijgestaan. Er is de spreekwoordelijke 'stok achter de deur': als de veroordeelde er met de pet naar gooit, zal hij terug moeten naar het gevang.

Uit onderzoek blijkt dat veel ex-gedetineerden in de eerste maanden na hun gevangenisstraf weer terugvallen in delictgedrag. Door de overgang van gevangenis naar maatschappij waar nodig met bijzondere voorwaarden in te kleden en afhankelijk te maken van het gedrag van de veroordeelde, is het de verwachting dat door deze nieuwe regeling minder ex-gedetineerden opnieuw een strafbaar feit zullen plegen. Daar is de persoon in kwestie, maar ook de samenleving mee gediend. We willen allemaal minder criminaliteit en meer veiligheid.

Mocht u naar aanleiding van dit artikel nog een vraag of vragen hebben over de v.i., dan kunt u gerust reageren.



Verder lezen:
© 2009 - 2012 Tartuffel, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Tartuffel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde artikelen
Maatregelen pedoseksuelen voor veilige terugkeer samenleving Op 8 oktober 2009 heeft het Ministerie van Justitie de Tweed…
Voorwaardelijke veroordeling/voorwaardelijke straf Q&A Voorwaardelijke veroordeling / voorwaardelijke straf Q&A. Een voor…
Elektronisch Toezicht / Elektronische controle / huisarrest Elektronisch toezicht (ET) is gericht op het inperken van de…
De ex-vrouw van Marc Dutroux vervroegd vrij laten? Toen er bekend werd gemaakt dat de ex-vrouw van Marc Dutroux, Michelle…
Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis Elektronisch Toezicht door de rechter opgelegd en het vonnis…

Reageer op het artikel "Voorwaardelijke invrijheidstelling bij gevangenisstraf (wet)"

Kim, 04-01-2012 15:33
Beste,

Ik doe mijn eindwerk over re-integratie in het arbeidscircuit bij ex-gedetineerden. Binnen mijn eindwerk beschrijf ik ook de voorwaarden van invrijheidstelling. Dit artikel is voor mij enorm nuttig, en ik zou hiernaar willen verwijzen. Mijn vraag ik of ik de naam van de auteur zou mogen weten, zodat ik op een correcte manier die verwijzing kan maken. Als dit niet mogelijk is, weet ik dat ik een andere bron zal moeten zoeken.

Alvast bedankt,

Met vriendelijke groeten Reactie infoteur, 06-01-2012
De auteur schrijft onder het pseudoniem 'Tartuffel'.

Maya, 02-07-2011 12:23
Mijn vraag is wanneer iemand in 2006 veroordeeld is, pas in 2011 gevangen wordt gezet, ontdekt dat er fouten zijn gemaakt en daar door in 2011 in hoger beroep gaat en de vonnis gewijzigd wordt geldt dan de v.i. regeling van voor of na 2008 gezien het feit dat de officiële veroordeling in 2006 plaatsgevonden heeft. Reactie infoteur, 06-07-2011
Het gaat om de laatste veroordeling die door de rechter wordt uitgesproken. Verder geeft de wet een overgangsregeling. Bij veroordelingen die zijn uitgesproken voor de inwerkingtreding van de wet (1 juli 2008) is sprake van vervroegde invrijheidstelling. Op die veroordelingen is de oude wettelijke regeling van de vervroegde invrijheidstelling van toepassing. Hierop wordt een uitzondering gemaakt voor veroordelingen die wel voor inwerkingtreding van de wet zijn uitgesproken, maar waarvan de tenuitvoerlegging vijf jaar na de inwerkingtreding nog gaande is.

Michelle, 05-04-2011 22:11
Hai, Ik lees geboeid deze pagina. Erg verhelderend in de wirwar van informatie op het net. Alleen vraag mij wel een aantal dingen af. Een vriend van mij is pas veroordeeld tot 24 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk. Hij heeft er reeds 6,5 maanden op zitten in voorarrest, dus zou hij nog 9,5 maanden moeten zitten. Hoe ik het begrijp, is dat hij rechtstreeks in BBI geplaatst zou kunnen worden en over 1,5 maand naar ZBBI? Of heb ik het mis? En PP? Ik lees dat detentiefasering aan de hand van de bruto staf wordt berekend. Hoe gaat dat? Ik kan dat namelijk nergens vinden. Voor zover ik kan nalezen, zijn er 2 manieren om in het PP te komen. Via TR en BSD. Wat is het beste, of liever, het snelst (Hij wilt niets liever dan zo snel mogelijk weer thuis zijn bij zijn vriendin en zoontje)? Wat moet hij zelf regelen en achteraan zitten, of misschien juist zijn advocaat en wat gaat automatisch en hoe lang duurt het over het algemeen voordat er een overplaatsing plaats vindt? En is er een lijst met BBI en ZBBI instellingen, waar hij uit zou kunnen kiezen? Ook dat kan ik nergens vinden. Vast bedankt! Reactie infoteur, 07-04-2011
Een aantal feiten op een rijtje:
- Een gedetineerde moet ten minste 1/3de deel van zijn straf in een gesloten inrichting doorbrengen. Daarna kan hij eventueel in aanmerking komen voor fasering.
- Fasering kan hooguit de laatste 18 maanden van iemands gevangenisstraf. Niet eerder. Er gaat onder gedetineerden het verhaal rond dat het ook de laatste 2 jaar mogelijk is, maar dat is flauwekul.
- Een gedetineerde kan hooguit een half jaar naar een ZBBI en maximaal 1 jaar deelnemen aan een PP. De periode dat een ged. in een BBI kan doorbrengen is 18 maanden.
- Een ged. kan 1/6de deel van zijn brutostraf met PP.
- In de zaak van uw vriend betekent bovenstaande (theoretisch!): 24 - 8 maanden = 16 maanden effectief zitten. 1/3de deel van 16 maanden is 5,3 maand. Hij zou dus nu in een BBI geplaatst kunnen worden. 1/6de deel van de bruto straf is 4 maanden. Hij kan dus de laatste 4 maanden met PP. En daartussenin wellicht nog een periode in een ZBBI (let op: de minimale verblijfsduur in een ZBBI is 6 weken).
- Iedere gedetineerde die in eerste aanleg is veroordeeld en een strafrestant heeft van 4 maanden of langer, komt in aanmerking voor TR.
- TR richt zich op het voorkomen dat gedetineerden na hun straf opnieuw een delict plegen. In de diagnostiekfase van het programma TR wordt de kans op recidive bij een bepaalde gedetineerde ingeschat en wordt er een re-integratieplan opgesteld met daarin alle programma's en gedragsinterventies die hij moet volgen om de kans op recidive te verkleinen.
- Een gedetineerde die niet meewerkt aan het plan, komt niet in aanmerking voor fasering.
- Het is mogelijk dat een gedetineerde eerst een bepaalde gedragsinterventie moet afronden voordat hij gefaseerd wordt naar een opener regime. TR staat bekend om zijn persoongeboden aanpak. Iedere ged. heeft zijn eigen re-integratieplan. Er zijn ook gedetineerden die een klinische behandeling moeten ondergaan, zij gaan niet naar een (Z)BBI.
- Pas nadat het re-integratieplan TR is opgesteld, zal een ged. eventueel verder gefaseerd worden. De afd. BSD verzorgt de selectie van de gedetineerde voor een bepaalde inrichting. Het re-integratieplan is daarbij bepalend.
- Normaalgesproken zal, nadat het vonnis (in eerste aanleg) in de inrichting is binnengekomen, een medewerker TR (trajectbegeleider) de gedetineerde bezoeken en vragen of hij aan TR wil meewerken. Niet meewerken heeft consequenties voor iemands fasering.
- Fasering is ook afhankelijk van iemands gedrag in de inrichting. Als hij is ontvlucht, (recent) drugs (heeft) gebruikt of rapporten heeft gehad wegens onoorbaar gedrag, dan staat dat een fasering in de weg. Ook zal de officier van justitie en de lokale politie om advies gevraagd worden. Deze adviezen wegen mee in de beordeling of iemand gefaseerd kan worden. Ook moet iemand beschikken over een goed verlofadres.
- Informatie wat betreft PP's treft u hier: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/regelingen/63490-penitentiair-programma-pp-in-laatste-fase-gevangenisstraf.html

Lijstje van BBI's en ZBBI's:
- BBI De Kruisberg te Doetinchem;
- ZBBI Niendure te Almelo;
- ZBBI de Marstal in Zeeland (plaats en niet de provincie);
- ZBBI De Nederhof te Middelburg;
- ZBBI Het Spoor te Utrecht;
- ZBBI Te Roer in Roermond;
- Groot Bankenbosch is een beperkt beveiligde inrichting (BBI) te Veenhuizen;
- Amerswiel vormt samen met de locaties Zuyder Bos, Westlinge en Schutterswei de Penitentiaire Inrichting (PI) Heerhugowaard Alkmaar. Amerswiel is een Huis van Bewaring, een gevangenis, een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) en een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI).
- Ter Peel in Horst aan de Maas is een inrichting voor vrouwelijke gedetineerden en heeft onder meer de volgende regimes: een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) met 38 plaatsen;
een Moeder met Kindhuis met 5 plaatsen; een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) met 5 plaatsen.

Ik durf niet te zeggen of dit lijstje compleet is. Ook kan het ieder moment veranderen, want ik weet bijvoorbeeld dat BBI Doetinchem op de nominatie staat om (weer) gesloten te worden. De afd. BSD kan de gedetineerde precies vertellen naar welke (Z)BBI iemand geplaatst kan worden. Houd rekening met wachtlijsten van enkele weken of langer.

Ik hoop uw vraag hiermee voldoende te hebben beantwoord. Anders stelt u maar aanvullende vragen.

Decramer Natasja, 13-01-2011 13:28
Geachte mijn dochter heeft een vriend die onder toezicht staat en enkel buiten mag van 8uur tot 19.00u een duw in een ruzie werd bijna fataal vandaar zijn voorwaardelijke straf nu is mijn vraag wij willen 4 dageb naar Turkije is er een mogelijkheid dat hij mee kan ?
vg een mama die graag op vakantie wil met haar kroost Reactie infoteur, 13-01-2011
Deze vraag moet hij voorleggen aan zijn toezichthouder van de reclassering. Maar ik geef hem weinig kans.

Fraudeur, 23-10-2010 20:31
Hallo, ben vorige week veroordeeld in hoger beroep tot 12 maand onv. + 6 voorw. voor verduistering in dienstbetrekking. Momenteel dus in afwachting van oproep, indien ik niet in cassatie ga. Nu word dus denk ik zelfmelder? Kan ik nu het volgende verwachten? Opname in BBi en dan bij goed gedrag via stapelproject over 6 maanden naar een ZBBI? En word je ook in de buurt van je woonplaats geplaatst, of daar waar plaats is? Kan ik in een ZBBI werk bij eigen werkgever weer oppakken? Mag/kan ik ook werken in een BBi ? Reactie infoteur, 26-10-2010
Nadat u definitief bent veroordeeld, krijgt u een oproep om u te melden in een BBI (Beperkt Beveiligde Inrichting). In de laatste fase van uw detentie kunt u in aanmerking komen voor doorplaatsing naar een ZBBI en aansluitend een BPP (zie voor een bespreking hiervan mijn vorige reactie). Hiervoor wordt een bepaalde berekening gehanteerd.

Per september 2007 is in alle inrichtingen het programma Terugdringen Recidive (TR) in werking getreden. De detentiefasering wordt nu grotendeels bepaald door het Coördinatiebureau TR in samenspraak met de Selectie Functionaris (SF). Alle gedetineerden met een strafrestant van ten minste vier maanden komen, als ze voldoende Nederlands spreken, legaal in Nederland zijn en tevens niet tot terbeschikkingstelling (tbs) zijn veroordeeld, in aanmerking voor TR. Op basis van een zogenaamde RISc wordt een risico-analyse afgenomen, waarmee de kans op herhaling van delictgedrag wordt ingeschat. Op basis van deze inschatting wordt een advies opgesteld over het eventueel aan te bieden TR traject, d.w.z. de te volgen interventies (trainingen, enz.) en detentiefasering.

Gedetineerden worden zoveel mogelijk in de buurt van hun woonplaatst geplaatst. Maar het aantal BBI's en ZBBI's is de laatste jaren sterk ingeperkt, waardoor 'in de buurt van' een relatief begrip is geworden. Bovendien gelden er voor sommige inrichtinge lange(re) wachtlijsten, hetgeen ook een rol speelt bij de plaatsing van gedetineerden.

In een BBI werkt een gedetineerde op het terrein van de inrichting zelf, bijvoorbeeld in de groenvoorziening of op een houtwerkplaats. In een ZBBI is het in principe niet mogelijk bij een eigen werkgever te werken, maar worden gedetineerden bij werkgevers geplaatst die in 'de werkgeversbak' van de inrichting staan. Uitzonderingen daarop zijn mogelijk. De werkgever moet dan wel worden goedgekeurd door de inrichting die een werkgevercheck bij de politie laat verrichten en soms ook bij de wekgever langsgaat voor een onderhoud en het maken van afspraken. Wel is het zo dat de werkgever voor de geleverde diensten een bedrag overmaakt op de rekening van de inrichting en de gedetineerde krijgt daarvan een bepaald deel. Alleen tijdens een Penitentiair Programma (PP) verdient een gedetineerde een volledig loon als hij bij een werkgever werkt. Dat moet ook wel, want tijdens een PP moet hij in zijn eigen onderhoud voorzien.

Olga, 18-10-2010 12:27
Voorwaardelijke invrijheidsteling kan gelden voor straffen langer dan een jaar. Hoe ziet een gevangenisstraf van bijvoorbeeld 7 maanden er uit? Is er weekend- en of maandverlof? Van het begin van de uitvoering of aan het eind?
En hoe ziet een bezoekregeling in dit kader er uit? Reactie infoteur, 19-10-2010
Hoe iemands (verdere) detentie eruit ziet bij een gevangenisstraf, hangt af van zijn of haar totale (bruto)straf en het strafrestant nadat hij/zij veroordeeld is in eerste aanleg. Pas als iemand in eerste aanleg is veroordeeld, kan hij/zij in aanmerking komen voor doorplaatsing van een huis van bewaring (HvB) naar een (gesloten of meer open) gevangenis. Eerder niet.

Een casus of voorbeeld ter verduidelijking. Stel dat iemand een gevangenisstraf van 7 maanden heeft. En het is in ons voorbeeld precies 1 oktober 2010. De gedetineerde uit ons voorbeeld heeft als begindatum detentie: 1-10-2010 en einddatum detentie: 1-5-2011. Dan zou hij/zij in theorie per direct in een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) geplaatst kunnen worden, met eenmaal per vier weken regimair verlof, wat betekent dat hij/zij een weekend naar huis mag.

Vroegste ZBBI datum bij stapeling is: 1-1-2011. ZBBI staat voor Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting en dit betekent dat de gedetineerde (in het vervolg afgekort als 'ged.') ieder weekend met verlof gaat. 'Stapeling' betekent dat de ged. in de laatste fase van zijn gevangenisstraf deelneemt aan een Penitentiair Programma (PP). Kan de ged. hier niet aan deelnemen, dan is de ZBBI datum 5-2-2011. De PP datum is 27-03-2011. Alle PP's korter van 9 weken, worden BPP's genoemd.

BPP staat voor Basis Penitentiair Programma. Bij een BPP gaat iemand naar huis en neemt hij voor 26 uren per week deel aan een resocialisatieprogramma van een zogeheten Penitentiair Trajecten centrum (PTC). Vroeger werd dit 'dagdetentie' genoemd. Het BPP is een kortlopend programma bedoeld voor gedetineerden met een strafrestant van minimaal 4 weken tot maximaal 8 weken. Doel van dit programma is ondersteuning en informatie verstrekken over thema's die van belang zijn bij de terugkeer in de samenleving, zoals:

• Sociale vaardigheden
• Maatschappelijke oriëntatie
• Persoonlijk zorg
• Vrijetijdsbesteding
• Arbeidsoriëntatie
• Financiën
• Sollicitatietraining

Arbeid vormt een onderdeel van het totale programma. In de praktijk betekent dit, dat de deelnemers veelal arbeidsritme en werkervaring opdoen bij een van de externe relaties van het PTC. (Bron: http://www.ptc-haarlem.nl)

De faseringsdata in bovenstaande voorbeeld veranderen als een ged. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van bv. 10 maanden en hij/zij nog een strafrestant heeft van 7 maanden. De berekening voor wanneer een ged. kan faseren wordt berekend aan de hand van de brutostraf. Er is een maximum aan verbonden. Een ged. kan hooguit de laatste 18 maanden van zijn detentie in aanmerking komen voor fasering, met een maximum van 1 jaar deelname aan een PP en maximaal een verblijf van een 1/2 jaar in een ZBBI. Aan plaatsing in een BBI is geen maximum verbonden (behalve dan eerder genoemde 18 maanden bij een lange gevangenisstraf).

Nog een paar opmerkingen. Een ged. komt alleen voor fasering (plaatsing in gevangenissen met een meer open regime zoals BBI en ZBBI en deelname PP of BPP) in aanmerking bij goed gedrag, dat wil zeggen dat hij/zij geen drugs gebruikt en/of ander onoorbaar gedrag vertoont. En ten aanzien van fasering wordt tevens advies gevraagd aan de plaatselijke politie en OM (Openbaar Ministerie). Zij kunnen bezwaar aantekenen. Uiteindelijk is het de Selectie Functionaris (SF) van het gevangeniswezen die beslist. Verder moet het verlofadres worden goedgekeurd, hetgeen vaak tevens het adres is waar iemand zijn BPP doorbrengt.

Ten slotte nog dit. In een gesloten gevangenisafdeling en in een BBI kan een ged. wekelijks bezoek ontvangen van vaak 2 uur per keer. Deze bezoeken vinden plaats in een algemene ruimte waar ook andere gedetineerden met hun bezoek aanwezig zijn. Er is soms ook de mogelijkheid voor Bezoek Zonder Toezicht (BZT). Hier zijn bepaalde voorwaarden aan verbonden.

Ik hoop uw vraag voldoende te hebben beantwoord. Mocht u naar aanleiding van bovenstaande nog vragen hebben, stel deze gerust.

Ewoud, 01-08-2010 19:39
Naar aanleiding van dit artikel heb ik een vraag.
Voorwaardelijke invrijheidstelling kan achterwege blijven als crimineel zich na tenuitvoerlegging straf hieraan onttrekt. Als iemand dus (poging doet tot) ontsnappen uit de gevangenis kan het achterwege blijven.
Geldt dit achterwege blijven van voorwaardelijke invrijheidstelling ook voor criminelen die zich niet melden bij de gevangenispoort op afgesproken tijdstip en door politie opgehaald zijn maar zich verder wel in de gevangenis keurig gedragen en niet (poging tot) ontsnappen doen?

vraag 2; deze voorwaardelijke invrijheidstelling geldt voor straffen vanaf 1 jaar. Worden criminelen die zich niet melden bij de gevangenis dan als ze door politie opgehaald worden dan hiervoor helemaal niet gestraft??

alvast bedankt, Reactie infoteur, 09-08-2010
Hallo Ewoud,

Beantwoording vraag 1.
Als een gedetineerde zich niet meldt om een gevangenisstraf te ondergaan, dan hoeft dit niet per se van invloed te zijn op zijn v.i. Als hij zich verder goed aan de regels houdt van het regiem en hij zijn detentie zonder gedragsproblemen te vertonen doorloopt, kan hij evengoed in aanmerking komen voor v.i. De reclassering en de gevangenis waar betrokkene verblijft, zullen hierover adviseren. Dat betrokkene zich niet netjes gemeld heeft, kan wel consequenties hebben ten aanzien van zijn detentiefasering. Normaalgesproken kan een gedetineerde (bij goed gedrag en nog een aantal vereisten) de laatste 18 maanden van zijn gevangenisstraf (bij een langere gevangenisstraf, anders korter) in aanmerking komen voor plaatsing in een Beperkt Beveiligde Inrichting (BBI) met om de vier weken maand regimair verlof, plaatsing in een Zeer Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI) met elk weekend regimair verlof, en aansluitend (bij gebleken geschiktheid) deelname aan een Penitentiair Programma (PP), zie: http://mens-en-samenleving.infonu.nl/diversen/31565-elektronisch-toezicht-elektronische-controle-huisarrest.html

Beantwoording vraag 2.
Ze krijgen geen extra straf. Wel kunnen ze op een voor hun ongelegen tijdstip van hun bed gelicht worden. Vaak gaat de politie bijvoorbeeld rond de kerstdagen mensen oppakken die nog een openstaande straf hebben. Verder kan het feit dat ze zichzelf niet gemeld hebben consequenties hebben voor hun fasering (zie beantwoording vraag 1). Verder is het zo dat een kortdurende detentie van zeg een aantal maanden normaalgesproken uitgezeten kan worden in een BBI (zie beantwoording vraag 1). Als ze zichzelf niet correct melden, dan worden ze opgepakt door de politie en gaan ze eerst naar een huis van bewaring (HvB) waar ze enorm veel uren achter de deur doorbrengen, van waaruit ze geselecteerd worden voor plaatsing op een afdeling in een gesloten gevangenis zonder regimair verlof - wel eventueel verlof in het kader van de Algemene Verlofregeling Gedetineerden (AVG) maar dat zal zeker de eerste keer vaak afgewezen worden bij gedetineerden die zichzelf niet gemeld hebben. Bij een langer durende gevangenisstraf kunnen ze eventueel nog in aanmering komen voor fasering, maar nogmaals, het feit dat ze zichzelf niet hebben gemeld kan in hun nadeel werken.

Kortom, het feit dat gedetineerden zichzelf niet melden blijft niet zonder consequenties.

Ik hoop uw vraag hiermee voldoende te hebben beantwoord.

Mvg, Martin

?!@, 26-05-2009 10:15
Als een rechter er bewust voor kiest om geen voorwaardelijk strafdeel op te leggen, kan het dan ook in het vonnis worden opgenomen dat de veroordeelde niet in aanmerking komt voor VI?

Bronnen en referenties
  • Reclassering Nederland: Landelijke menukaart (Erkende) Gedragsinterventies - Overzicht 2009
  • Werkboek voorwaardelijke invrijheidsstelling reclassering; Opleidingsinstituut DJI, juni 2008.
  • Wet van 6 december 2007 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en enige andere wetten in verband met de wijziging van de vervroegde invrijheidstelling in een voorwaardelijke invrijheidstelling / Staatsblad 2007 500
  • Wet voorwaardelijke invrijheidstelling: http://www.justitie.nl/onderwerpen/straf%5Fen%5Fboete/Wet%2Dvoorwaardelijke%2Dinvrijheidstelling/
Infoteur: Tartuffel
Rubriek: Zakelijk / Juridisch
Bronnen en referenties: 4
Reacties: 8
Schrijf mee!