
Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Afdeling 11 Titel 10 Boek 7 BW behandeld de artikelen 690 t/m 691 en betreft een tweetal bijzondere bepalingen inzake de uitzendovereenkomst.
Afdeling 11. Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst
Artikel 690 (BW)
De uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derdeArtikel 691 (BW)
1. Op de uitzendovereenkomst is artikel 668a eerst van toepassing zodra de werknemer in meer dan 26 weken arbeid heeft verricht.2. In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 ten einde komt. Indien een beding als bedoeld in de vorige volzin in de uitzendovereenkomst is opgenomen, kan de werknemer die overeenkomst onverwijld opzeggen.
3. Een beding als bedoeld in lid 2 verliest zijn kracht indien de werknemer in meer dan 26 weken arbeid voor de werkgever heeft verricht. Na het verstrijken van deze termijn vervalt de bevoegdheid van de werknemer tot opzegging als bedoeld in lid 2.
4. Voor de berekening van de termijnen, bedoeld in de leden 1 en 3, worden perioden waarin arbeid wordt verricht die elkaar opvolgen met tussenpozen van minder dan een jaar mede in aanmerking genomen.
5. Voor de berekening van de termijnen, bedoeld in de leden 1 en 3, worden perioden waarin voor verschillende werkgevers arbeid wordt verricht die ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn mede in aanmerking genomen.
6. Dit artikel is niet van toepassing op de uitzendovereenkomst waarbij de werkgever en de derde in een groep verbonden als bedoeld in artikel 24b van boek 2 dan wel de één een dochtermaatschappij is van de ander als bedoeld in artikel 24a van boek 2.
7. Van de termijnen bedoeld in de leden 1, 3 en 4 en van lid 5 kan slechts bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan worden afgeweken ten nadele van de werknemer.
Zie ook:
- Algemene bepalingen
- Loon
- Vakantie en verlof
- Gelijke behandeling
- Bijzondere bepalingen
- Verplichtingen werkgever
- Verplichtingen van de werknemer
- Overgang van de onderneming
- Einde van de arbeidsovereenkomst
- De handelsvertegenwoordiger
Verwante artikelen
- Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers: Afdeling 10 Titel 10 behandeld de artikelen 687 t/m 689 betreffende enkele bepalingen inzake handelsvertegenwoordigers
- Enkele bijzondere verplichtingen van de werknemer: Afdeling 7 Titel 10 Boek 7 BW behandeld de artikelen 659 t/ 661 en handeld over enkele bijzondere verplichtingen van de werknemer. Deze komen er in het kort…
- Algemene bepalingen arbeidsovereenkomst: Afdeling 1 van Titel 10 de "algemene bepalingen" behandeld wat een arbeidsovereenkomst is. Wie hem aan kan gaan en op wie hij wel en niet van toepassing is. In deze a…
- De arbeidsovereenkomst en bijzondere bepalingen: Afdeling 5 Titel 10 beslaat de artikelen 650 t/m 653 en behandeld enkele bijzondere bepalingen van de arbeidsovereenkomst aangaande boete, proeftijd en concur…
- De arbeidsovereenkomst en gelijke behandeling: Afdeling 4 van Titel 10 Boek 7 BW behandeld de artikelen 646 t/m 649 en handeld over gelijke behandeling van werknemers op grond van sexe, arbeidstijd, ed.

Reageer op het artikel "Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

