Juridisch en Rechtbank

Bevoegdheden van de hoven en rechtbanken

Een kort woord over de bevoegdheidsverdelende regels, en over de regeling van de conflicten van attributie, die, zoals de Grondwet het bepaalt, aan het Hof van Cassatie ter beslechting worden voorgelegd.


1 Bevoegdheidsverdelende regels

Er zijn verschillende soorten geschillen die bij een rechtbank aanhangig kunnen gemaakt worden:
  • Geschillen over subjectieve rechten: het subjectief contentieux
  • Geschillen over de objectieve wettigheid van bestreden handelingen: het objectief contentieux
  • Strafzaken: het strarechterlijk contentieux

Schematisch:

Subjectief contentieux:
Burgerlijk: hoven en rechtbanken
Politiek: enerzijds hoven en rechtbanken, anderzijds administratieve rechtscolleges. (*)

Objectief contentieux:
RAAD VAN STATE behandelt:
1% van de behandelde zaken: als cassatierechter tegen uitspraken van administratieve rechtscolleges, gemerkt met (*)
99% van de behandelde zaken als annulatierechter tegen beschikkingen van de overheid.

1.1 Bevoegdheden inzake het subjectief contentieux
1.1.1 Jurisdictionele bescherming van de subjectieve rechten
Artn. 144-145 GecGW gaan over geschillen over subjectieve rechten.
  • Voor geschillen over burgerlijke rechten zijn uitsluitend de hoven en rechtbanken bevoegd.
  • Voor geschillen over politieke rechten zijn de hoven en rechtbanken bevoegd, maar hier kan de wet uitzonderingen voorzien.
Dus: alle geschillen over subjectieve rechten moeten altijd voor een rechter gebracht kunnen worden. Artn. 144-145 GecGW concretiseren het beginsel van een “recht op een rechter”.

1.1.2 Wat is een subjectief recht?
Wanneer is er sprake van een geschil over een subjectief recht?
Hier is er een hele rechtspraak van het Hof van Cassatie. De laatste vijftien tot twintig jaar heeft het antwoord op deze vraag duidelijke contouren gekregen. Een geschil heeft betrekking op subjectieve rechten als de vordering van de eiser gegrond is op een welbepaalde juridische verplichting die een regel van het objectief recht rechtstreeks aan een derde oplegt.
Dus: als de wet duidelijk zegt wat de verplichting van een derde inhoudt, en eiser beroept zich daarop, ligt een conflict van subjectieve rechten voor.
Anders geformuleerd: wanneer de wet een welbepaald gedrag aan de verweerder oplegt, en eiser wil beroept zich op die verplichting, ligt een conflict van subjectieve rechten voor.
Als voorbeelde kunnen aangehaald worden, alle geschillen tussen particulieren over de uitvoering van een overeenkomst, alle familierechtelijke geschillen, alle aansprakelijk-heidsvorderingen…

1.1.3 Burgerlijke en politieke rechten
Art. 144 GecGW gaat over burgerlijke rechten, art. 145 GecGW over politieke rechten.
Zijn er nog andere subjectieve rechten dan burgerlijke en politieke? Het Hof van Cassatie heeft in 1956 geoordeeld van niet.

Wanneer is een recht burgerlijk of politiek?
De theorie van het Hof van Cassatie terzake is achterhaald.
Het Arbitragehof wordt hier soms mee geconfronteerd, bij toetsing aan art. 144 of 145 GecGW. Het Arbitragehof heeft zich vooral gefocust op politieke rechten: rechten die in een nauwe verhouding staan tot de prerogatieven van het openbaar gezag, zoals de sociale zekerheid, de rechten van asielzoekers…

Volgens het Hof van Cassatie zijn alle geschillen in verband met aansprakelijkheid (art. 1382 B.W.) geschillen over burgerlijke rechten, ook indien de tegenpartij een overheid is. Grondwettelijk gezien kunnen geschillen van overheidsaansprakelijkheid dus niet onttrokken worden aan de bevoegdheid van de hoven en rechtbanken. Dat is toch enigszins spijtig: de Raad van State kan een akte van de uitvoerende macht vernietigen, maar voor het bekomen van een schadevergoeding moet de schadelijder een nieuwe procedure voor een burgerlijke rechtbank starten.

1.2 Bevoegdheid inzake het objectief contentieux
In het objectief contentieux zijn de rechten van de eiser niet relevant. De focus is gericht op de wettelijkheid van de handeling van de tegenpartij. Die heeft per definitie de mogelijkheid om op verschillende wijze een handeling te stellen, en een paar ervan gaan de grenzen van de wettigheid misschien te buiten. Dit is in tegenstelling tot een geschil in het subjectief contentieux, waar aan de tegenpartij één mogelijke handeling opgelegd wordt.

De overheid mag een beleid voeren en daar bepaalde keuzes maken. Er is geen welbepaalde verplichting in hoofde van de verweerder, maar een discretionaire bevoegdheid.

Niettemin kan in een bepaald geschil de vraag rijzen of de overheid wel binnen de grenzen van de wet is gebleven. Heeft ze geen kennelijk onredelijke beslissing genomen? Heeft ze wel de procedure nauwgezet gevolgd?

In 1831 moest de overheid louter optreden als politieman tussen de burgers. Naarmate ze meer en meer bevoegdheden kreeg, beschikte ze meer en meer over discretionaire bevoegdheden. Lange tijd zweeg de grondwet hierover: wanneer men buiten de toepassing van artn. 144-145 GecGW bleef, kon de overheid doen wat ze wilde.

Na de tweede wereldoorlog is de Raad van State opgericht als het rechtscollege voor het objectief contentieux, in eerste én laatste aanleg.

2 Regeling van conflicten van attributie

Soms rijst de vraag of een concreet geschil wel om een subjectief recht gaat, of het niet veeleer naar een administratief rechtscollege moet doorgezonden worden.

De grondwet heeft de beslechting van deze geschillen opgedragen aan het Hof van Cassatie. Merk dat het Hof, als onderdeel van de rechterlijke macht, hier een beetje rechter en partij is… Hiervoor is geen speciale procedure voorzien, men komt automatisch bij de cassatierechter bij onenigheid.

Een geschil komt er omdat een zaak aanhangig gemaakt is, en de tegenpartij of het college zelf stelt de onbevoegdheid. In geval van een conflict over een burgerlijk recht komen we automatisch bij de cassatierechter:
  • De rechter in eerste aanleg beslist:
    • Ofwel dat ze bevoegd is, en beslecht de kwestie
    • Ofwel dat ze onbevoegd is. Bij onenigheid gaat men in beroep…
  • De rechter in beroep beslist:
    • Ofwel dat hij bevoegd is, en beslecht de kwestie
    • Ofwel dat hij onbevoegd is. Bij onenigheid gaat men in cassatie…
  • Het Hof van Cassatie beslist dat de rechter (on)terecht (on)bevoegd heeft verklaard.

Een geschil over een politiek recht wordt beslecht door een administratief rechtscollege. Indien men het niet eens is met de beslissing kan men zich tot de Raad van State als cassatierechter wenden. In dit geval en in het geval van een conflict over het objectief contentieux – waar men de Raad van State in eerste aanleg vat – ligt de eindbeslissing bij de Raad van State en niet bij het Hof van Cassatie, dat volgens de grondwet zich moet buigen over conflicten van attributie.
Daarom is er een wettelijke uitzondering voorzien: in zeer uitzonderlijk geval kan men tegen een arrest van de Raad van State cassatieberoep aantekenen: namelijk in geval van een conflict van attributie, als eiser in cassatie meent dat de Raad van State zich onterecht (on)bevoegd verklaard heeft.
© 2007 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 05-01-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Bevoegdheden van de hoven en rechtbanken"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.