Juridisch en Senaat

Samenstelling van de wetgevende kamers (federaal) in België

Er zijn twee wetgevende kamers, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. De geschiedenis van de verhouding tussen beide kunt u elders lezen, hier gaat het over hun samenstelling.


1 De Kamer van Volksvertegenwoordigers

De Kamer telt 150 leden. Deze worden rechtstreeks verkozen in kieskringen. Sinds kort gelden de provinciale kieskringen, behalve voor Brussel-Halle-Vilvoorde. Het Arbitragehof heeft evenwel geoordeeld dat dat een niet te verantwoorden discriminatie is, die voor de verkiezingen van 2007 dient te worden weggewerkt.

De zetels worden verdeeld naar evenredigheid met de uitgebrachte stemmen. De grondwet specificeert dat de kieskringen een aantal zetels krijgen toegewezen, naargelang het aantal stemmen. In de Kamer is dus niet noodzakelijk paritair samengesteld. Een bijkomend gevolg is dat op dit ogenblik het aantal Franstalige Volksvertegenwoordigers toeneemt.

Per kieskring wordt het systeem van de evenredige vertegenwoordiging toegepast, er is evenwel een kiesdrempel van 5%, om de versnippering in het politieke landschap tegen te gaan.

2 De Senaat

In de Senaat zetelen momenteel 71 + 3 senatoren.

2.1 Samenstelling
Er zijn vier categorieën senatoren:
  • De rechtstreeks verkozen senatoren
  • De gemeenschapssenatoren
  • De gecoöpteerde senatoren
  • De senatoren van rechtswege

De rechtstreeks verkozen senatoren
De rechtstreeks verkozen senatoren worden rechtstreeks door de bevolking verkozen, op dezelfde dag als de verkiezing voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.
Voor de Senaat werkt men niet met provinciale kieskringen, maar met twee grote kiescolleges: één voor Vlaanderen en één voor Wallonië. Alle Nederlandstaligen krijgen met andere woorden dezelfde lijst voorgeschoteld.
Het feit dat de kieskringen zo groot zijn, zorgt ervoor dat de partijen geneigd zijn hun gro-te kanonnen in te zetten
Er zijn 25 senatoren zijn aan Vlaamse kant, en 15 aan Franstalige kant. De verhouding ligt met andere woorden vast in de grondwet, en fluctueert niet mee met de bevolkingscijfers, zoals dat wel het geval is voor de Kamer van Volksvertegen-woordigers.
Op het Nederlandstalige kiescollege wordt gestemd door alle inwoners van het Vlaams gewest en de kiezers uit Brussel-Halle-Vilvoorde die kiezen voor Vlaamse lijsten. Op het Franstalige kiescollege wordt gestemd door alle inwoners van het Waalse gewest en de kiezers uit Brussel-Halle-Vilvoorde die stemmen voor Franse lijsten.
Met andere woorden, zowel het aantal senatoren als de verhouding Vlamingen t.o. Franstaligen staat vast, het aantal kiezers voor elke kieslijst evenwel niet.

De gemeenschapssenatoren
In de grondwetswijziging van 1993 zag men de Senaat als de ontmoetingsplaats van de gemeenschappen, gewesten en de federale regering. Vandaar dat een aantal senatoren aangeduid worden door en uit de gemeenschapsparlementen. Zij zijn de enigen in de wetgevende kamers die nog een dubbele functie vervullen: zij zijn in de eerste plaats volksvertegenwoordiger in een gemeenschapsparlement en in de tweede plaats senator. Voor 1995 hadden alle volksvertegenwoordigers van de gemeenschapsparlementen ene dubbel mandaat: ze werden nl. aangewezen door en uit het federale parlement.
De verhouding van de senatoren ligt vast:
  • 10 senatoren worden aangewezen door en uit het Vlaams Parlement
  • 10 senatoren worden aangewezen door en uit het Franstalige Gemeenschaps-parlement
  • 1 senator wordt aangewezen door en uit het Duitstalige Gemeenschaps-parlement.
Art. 68 § 1, 3° en 4° GecGW bepalen welke partijen recht hebben op een senator. Er worden tien zetels verdeeld onder het Vlaams parlement volgens de uitslag van de laatste senaatsverkiezing.

De gecoöpteerde senatoren
Er zijn tien gecoöpteerde senatoren zijn: zes Vlaamse en vier Waalse.
De taalgroepen van de rechtstreeks verkozen senatoren en de gemeenschapssenatoren wijzen deze bijkomende senatoren aan.
De gecoöpteerde senatoren werden initieel voorzien, om theoretisch sterk onderbouwde, maar minder hippe politici bij het wetgevend werk te betrekken, bedoeld als onafhan-kelijke ondersteuning.
In de praktijk echter, gebruiken de winnende partijen deze categorie van senatoren om nieuwkomers te lanceren; en gebruiken de verliezende partijen deze categorie om een aantal gebuisden met een zitje in de Senaat te vereren.

De senatoren van rechtswege
De kinderen van de koning (of …) senator kunnen worden vanaf de leeftijd van 18 jaar.
Deze senatoren tellen evenwel nooit mee om aanwezigheidsquorums te bereiken. Ze kunnen meestemmen, maar in de praktijk doen ze dat nooit.

2.2 De minimale vertegenwoordiging van elke streek
Theoretisch is het mogelijk dat alle senatoren uit dezelfde streek, bijvoorbeeld de westhoek, zouden komen. Om hier paal en park aan te stellen, is er art. 67 § 2 GecGW.
Dat artikel bepaalt dat er ten minste 1 Vlaamse senator uit Brussel moet zijn, en ten min-ste 6 Franstalige senatoren uit Brussel. Het kieswetboek vereist overigens dat er minstens één senator is uit elke provincie.

Het is vooral in de laatste fase, de fase van de coöptatie, dat de Senaat er moet op toezien dat deze regel gerespecteerd wordt. De regel is evenwel niet afdwingbaar. Zowel in 1999 als in 2003 werd de Senaat op onregelmatige wijze samengesteld. Het EHRM heeft evenwel geoordeeld dat als de grondwet zelf niets voorziet om de miskenning van deze regels te sanctioneren, dat zij zich evenmin geroepen voelt om dat te doen.
© 2006 - 2009 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op 28-12-2006. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Samenstelling van de wetgevende kamers (federaal) in België"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.