Bevoegdheden van het Arbitragehof
Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich ontpopt tot een van de top-drie rechtscolleges in ons land (naast het Hof van Cassatie en de Raad van State. Een bespreking kan dan ook niet uitblijven. Het Arbitragehof is een zéér belangrijk Hof, maar heeft een zeer beperkte bevoegdheid. In geval van een prejudiciële vraag blijkt vaak uit welk een beperkt oogpunt het Hof een zaak maar kan bekijken: het oogpunt van bepaalde grondwetsartikelen of de bijzondere wetten over de staatshervorming.Praktijkjuristen zien het Arbitragehof vaak als een ver-van-mijn-bed-show. Dit is evenwel een zeer verkeerde opvatting: elke advocaat en elke rechter kan ermee in aanrakeing komen.
- Welke handelingen kan het Arbitragehof toetsen?
- Waaraan kan het Hof toetsen?
1 Handelingen die getoetst kunnen worden
Het Arbitragehof doet uitspraak over schending van een bepaald artikel door een wet, decreet of ordonnantie. Alle andere handelingen ontsnappen aan de bevoegdheid van het Hof.Binnenkort zullen we spreken van het Grondwettelijk Hof, maar elke rechter in België is dat een beetje: elke rechter is bevoegd om aktes van de uitvoerende macht te toesten aan de grondwet.
Het Arbitragehof is onbevoegd om rechterlijke uitspraken te toetsen aan de grondwet.
Een rechter die een handeling toetst aan een hogere norm moet in de eerste plaats goed weten wat de norm inhoudt, en wat haar draagwijdte is. Dit kan problemen opleveren in geval van complmexe wetteksten. Omzichtigheid is geboden.
Af en toe zal het Arbitragehof worden geconfronteerd met een situatie waarin ze een regel moet interpreteren. Het interpreteren is evenwel geen exclusieve bevoegdheid van het Arbitragehof. Er is in een conflict ontstaan tussen het Arbitragehof en het Hof van Cassatie over de vraag wie bevoegd is om wetten te interpreteren.
Handelingen kunnen langs twee wegen bij het Arbitragehof komen: langs een prejudiciële vraag en langs een beroep tot annulering.
Een beroep tot annulering kan men slechts instellen tot zes maand na de publicatie. Dit houdt in dat het Arbitragehof vaak als eerste Hof met een wet zal te maken krijgen. Het zal slechts zéér uitzonderlijk zijn dat de Raad van State of het Hof van Cassatie al een uitspraak zou hebben gedaan over deze of gene interpretatie.
Soms gaat het Arbitragehof vrij ver in het interpreteren van een wet. In dat geval verwerpt ze een beroep tot nietigverklaring maar duwt ze er ondertussen een heel gewrongen interpretatie door. Als andere rechtscolleges daarna nog een andere interpretatie wensen aan te wenden, kan dit slechts door het stellen van een prejudiciële vraag, in de hoop dat het Arbitragehof van haar eerdere rechtspraak afziet.
In het geval van een prejudiciële vraag ligt een en ander delicater. Probleem is dat deze niet aan een termijn zijn gebonden. Dat betekent dat ook een wet van 200 jaar oud, die ondertussen kapotgeïnterpreteerd is, voorwerp kan uitmaken van een prejudiciële vraag. Een ander probleem is dat een rechter in een bepaald geschil reeds van een bepaalde interpretatie is uitgegaan, eer hij een ongrondwettelijkheid kan vaststellen.
Wanneer het Arbitragehof om een toetsing wordt gevraagd, zal zij de regel interpreteren zoals het vragende rechtscollege dat heeft gedaan. Dit was alvast het uitgangspunt, dat overigens geen zo’n lang leven beschoren was. Indien de norm ongrondwettelijk werd geïnterpreteerd, maar een grondwettelijke interpretatie mogelijk was zal het Arbitragehof dit vermelden. In dat geval geeft het Hof de twee interpretaties weer:
1 - Degene die de rechter verwacht had, maar die evenwel als ongrondwettelijk door het Hof verworpen wordt.
2 - De interpretatie die volgens het Hof wel grondwettelijk is
Dit zijn de “tweestreepjesarresten”. Het Hof verwacht dat de rechter de grondwetsconforme interpretatie volgt, maar legt eigenlijk niets op.
2 Normen waaraan getoetst kan worden
We kunnen niet verwijzen naar de grondwet als referentiekader voor de toetsingen van het Hof, dit is veel te onnauwkeurig. Het Hof toetst aan:- Bevoegdheidsbepalende regels
- Grondwetsartikelen i.v.m. rechten en vrijheden
- Aanvankelijk: toetsing aan drie door de grondwet gewaarborgde rechten en vrijheden
- Uitbreiding: toetsing aan alle door de grondwet gewaarborgde rechten en vrijheden
- Andere grondwetsbepalingen
2.1 Bevoegdheidsbepalende regels
Het Hof toetst aan de bevoegdheidsbepalende regels. Dit betreft dus niet alleen artikelen in de grondwet, maar ook artikelen de bijzondere wetten over de staatshervorming.
Het Hof gaat na of een bepaalde wetgever binnen de grenzen van zijn bevoegdheid is gebleven.
Dit is de oudste categorie waarvoor het Hof bevoegd is. Toen het in 1984 opgericht werd, was dat uitsluitend hiervoor. Het verklaart ook de naam van het Hof.
2.2 Grondwetsbepalingen i.v.m. rechten en vrijheden
Het Hof toetst aan de artn. 10, 11 en 24 GecGW:
- Beginselen van gelijkheid en non-discriminatie
- Vrijheid van onderwijs
Deze regeling (bevoegdheid over bevoegdheidsverdelende regels en artn. 10, 11 en 24 GecGW) gold van 1984 tot 2003. Volgens de grondwet is het evenwel mogelijk dat de bijzonderewetgever andere normen onder de bevoegdheid van het Hof brengt.
Art. 1 BWA (beroep tot nietigverklaring) en art. 26 BWA (prejudiciële vraag) bepalen sinds 2003 dat gans Titel II en artn. 170, 172 en 191 GecGW ook tot de bevoegdheid van het Hof behoren. Het praktisch effect van deze bevoegdheidsuitbreiding moet evenwel niet overschat worden: het Hof toetste vroeger al aan deze regels, al was het dan wel via een omweg langs artn. 10 en 11 GecGW.
Het Arbitragehof is in zijn arresten veel duidelijker het verband gaan leggen tussen de rechten en vrijheden van de grondwet en die van de internationale bepalingen. Als een recht uit de grondwet herhaald wordt in een internationale bepaling (EVRM of IVBPR, cf. supra) leest het Arbitragehof de grondwet in de zin van de verdragen. Dit is belangrijk, omdat er in de grondwet niets is opgenomen over de beperking van deze rechten. De beperkingsgronden uit de verdragen worden dus in de rechtspraak van het Arbitragehof overgedragen op de rechten in de grondwet.
Ook hier weer duikt een conflict met het Hof van Cassatie op. Deze laatste claimt het monopolie op het toesten aan een verdrag. Het Hof is tot een explosief standpunt gekomen in het Vlaams Blok- arrest en de arresten die daarop volgden.
De toekomst van het Arbitragehof is niet zeker, de bevoegdheid kan uitgebreid worden.
© 2006 - 2012 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Abstracte en concrete normencontrole voor het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich…
Gelijkheid en non-discriminatie Bespreking over het belangrijke leerstuk over gelijkheid en non-discriminatie in het Belg…
Bevoegdheden van de federale uitvoerende macht Een fundamenteel kenmerk van de Belgische parlementaire democratie is het…
Vrijheid van Onderwijs in het EVRM Summiere bespreking over de positie van de vrijheid van onderwijs in het Europees Verd…
Gerelateerde artikelen
Toetsing van de wet aan de grondwet Dit vraagstuk ligt in België bijzonder moeilijk. Vele landen met een unitaire of fede…Abstracte en concrete normencontrole voor het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich…
Gelijkheid en non-discriminatie Bespreking over het belangrijke leerstuk over gelijkheid en non-discriminatie in het Belg…
Bevoegdheden van de federale uitvoerende macht Een fundamenteel kenmerk van de Belgische parlementaire democratie is het…
Vrijheid van Onderwijs in het EVRM Summiere bespreking over de positie van de vrijheid van onderwijs in het Europees Verd…
Reageer op het artikel "Bevoegdheden van het Arbitragehof"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.