Spanningen tussen de hoogste rechtscolleges
Tussen de hoogste rechtscolleges in België heerst een grote spanning sinds de oprichting van het Arbitragehof in de jaren '80. Deze spanning is recent tot een uitbarsting gekomen in een aantal arresten. Een bespreking. Het 'Te Deum' is een feest waarbij traditioneel de Belgische koning wordt gevierd in de Brusselse kathedraal. Aan de linkerzijde van de middenbeuk zitten traditioneel de vertegenwoordigers van de rechterlijke macht. Voor de oprichting van het Arbitragehof was het duidelijk wie op de eerste rij zat: de raadsheren van het Hof van Cassatie. Toen het Arbitragehof werd opgericht, was dit niet langer duidelijk, en werd een beurtrol geïnstalleerd: het ene jaar de raadsheren van het ene Hof, het andere jaar de raadsheren van het andere Hof. Dit verklaart waarom de eerste rij altijd netjes vol zit, en de tweede rij altijd zo goed als leeg is. De raadsheren van beide hoven wensen niet aanwezig te zijn wanneer ze genoegen moeten nemen met de tweede rij. Dit is slechts een uiterlijk teken van een gevecht dat al een tijdje onderhuids woedt, maar dat recent openbaar is geworden. Een bespreking.De feiten
Art. 57 § 2, 1e lid, 1° OCMW-wet: rechten worden vastgesteld van personen die zonder papieren (=illegaal) in het land verblijven. Het gaat om beperkte rechten: slechts dringende medische hulp (= dubbele beperking!!!) waartoe België krachtens internationale richtlijnen verplicht is. Deze regeling is er gekomen om de vloedgolf aan vluchtelingen onder controle te krijgen.Art. 57 § 2, 4e lid OCMW-wet: De illegaal die als vluchteling wil erkend worden, verblijft illegaal in het rijk zodra zijn asielaanvraag is geweigerd en het bevel het grondgebied te verlaten aan hem betekend werd. Gevolg van deze regeling is, dat illegalen vaak de ganse procedure uitmelken om tijd te rekken, en bijgevolg veel langer aan art. 57 § 2, 1e lid, 1° kunnen ontsnappen, en van de volledige maatschappelijke bijstand kunnen genieten.
Een wet van 1999 voorziet in een eenmalige regularisatie: hiervoor moeten illegalen een aanvraag indienen bij een bepaalde commissie. Ook tegen een uitspraak van deze commissie is voorzien in de mogelijkheid om bij de Raad van State in beroep te gaan.
De arresten
In 2001 is er een eerste arrest: het Hof van Cassatie stelt een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof. Ze stelt de gelijke behandeling tussen enerzijds illegalen in het algemeen en anderzijds illegalen die een regularisatieaanvraag hebben ingediend in vraag. Ze vind het niet logisch dat illegalen die een regularisatieaanvraag hebben ingediend onder toepassing van art. 57 § 2, 1e lid, 1° OCMW-wet blijven, en slechts van de beperkte maatschappelijke bijstand kunnen genieten. Het Hof van Cassatie verwacht een uitspraak die gunstig is voor de aanvragers van een regularisatie: ze verwacht dat het Hof zal oordelen dat ook zij recht hebben op de volledige maatschappelijke bijstand. Het Arbitragehof antwoordt evenwel dat die gelijke behandeling niet oneerlijk is: het gaat volgens haar om een gelijke behandeling van gelijke gevallen.In 2002 is er een tweede arrest: het Hof van Cassatie neemt er een andere interpretatie aan.
In de wet van 1999 is er een art. 14 dat stelt dat tussen de aanvraag van de regularisatie en de negatieve beslissing men het land niet kan worden uitgezet. Merk dat het gedoogbeleid niet geldt voor de ganse procedure: het beroep in laatste aanleg bij de Raad van State werkt niet opschortend.
Het Hof van Cassatie redeneert dat de ratio van art. 57 OCMW-wet was, dat men een incentive wilde geven aan de illegalen om ons land te verlaten door hen slechts beperkte medische hulp toe te kennen. Wanneer art. 14 wet 1999 hen het recht geeft om te blijven (al is het maar voorlopig), geldt die beperking van art. 57 OCMW-wet niet.
Dus: het art. 57 § 2, 1e lid 1° OCMW-wet (beperkte maatschappelijke bijstand) wordt niet meer toegepast op die illegalen die een regularisatieaanvraag indienden.
Op deze manier gaat het Hof van Cassatie de vraag van de conformiteit aan de grondwet uit de weg.
In 2004 stelt het Hof van Cassatie een prejudiciële vraag over het verschil in behandeling tussen enerzijds de illegalen die een regulariesatieprocedure hebben ingesteld, die tot aan de afwijzing van de commissie volledige bijstand krijgen, en later (zelfs tijdens de procedure voor de Raad van State) slechts de dringende medische hulp en anderzijds de illegalen die langs de gewone asielprocedure trachten een verblijfsvergunning te bemachtigen, en tot aan het eind van die procedure, de behandeling in laatste aanleg voor de Raad van State incluis, van de volledige maatschappelijke dienstverlening kunnen genieten. Ze stelt dus een prejudiciële vraag over deze in haar ogen ongelijke behandeling van gelijke gevallen.
Het Arbitragehof is intussen gefrustreerd omdat illegalen die een regularisatieprocedure startten volledige dienstverlening krijgen, dit in strijd met haar arrest van 2001 maar conform het arrest van het Hof van Cassatie van 2002. In het arrest (B.9) haalt het Arbitragehof zeer zwaar uit naar het Hof van Cassatie (…”ondubbelzinnige bewoordingen” … “eenduidige parlementaire voorbereidingen”…). Het Arbitragehof antwoordt dan ook dat er sprake is van een ongelijke behandeling van ongelijke gevallen, en dus geen probleem. Het oordeelt dat de verplichting van de Belgische staat jegens asielzoekers opgelegd worden door internationale verplichtingen; en dat dat niet geldt voor de illegalen die een regularisatie-procedure hebben opgestart, mede omdat dat een gunstmaatregel is van de Belgische staat. In B.13.6 wijst ze er fijntjes op dat de arresten van het Arbitragehof bindend zijn.
We dienen er echter op te wijzen dat het Arbitragehof hier uit de bocht gaat. In 2001 had ze geoordeeld dat die bepaalde interpretatie niet strijdig is met de grondwet. Nu stelt ze dat die interpretatie bindend is. Het is evenwel niet logisch dat dat bindend karakter volgt uit het arrest van 2001, waar men slechts over de grondwettelijkheid heeft geoordeeld.
© 2006 - 2012 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Inrichting van het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich ontpopt tot een van de top-…
Bevoegdheden van het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich ontpopt tot een van de to…
Abstracte en concrete normencontrole voor het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich…
De rechterlijke organisatie Een korte toelichting over drie belangrijke onderwerpen: de organen van de rechterlijke macht…
Gerelateerde artikelen
Toetsing van de wet aan de grondwet Dit vraagstuk ligt in België bijzonder moeilijk. Vele landen met een unitaire of fede…Inrichting van het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich ontpopt tot een van de top-…
Bevoegdheden van het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich ontpopt tot een van de to…
Abstracte en concrete normencontrole voor het Arbitragehof Het Belgische Arbitragehof is opgericht in 1989 en heeft zich…
De rechterlijke organisatie Een korte toelichting over drie belangrijke onderwerpen: de organen van de rechterlijke macht…
Reageer op het artikel "Spanningen tussen de hoogste rechtscolleges"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.