Recht op eerbiediging privéleven en woning in het EVRM
Volledig gaat het over het recht op de eerbiediging van het privé-leven, de woning het de briefwisseling, zoals dat wordt beschermd in het EVRM. Deze rechten worden vermeld in de twee grote internationale verdragen: het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten (IVBPR) .Er staan gelijkaardige bepalingen in de Belgische grondwet. Oorspronkelijk stonden slechts de twee minst belangrijke rechten erin: de onschendbaarheid van de woning en het brief-geheim . Veel later, in de jaren ’90 van de twintigste eeuw, voegde men de belangrijkste in: de eerbiediging van het privé- en gezinsleven .
De grondwet moet natuurlijk te allen tijde gelezen worden in het licht van de internationale bepalingen.
1 Toepassingsgebied: de voorwaarden van de bescherming
1.1 Bescherming van het privélevenOorspronkelijk had dit recht een eerder enge betekenis, en duidde het op een domein waarvan men kon verwachten dat het een soort “private sfeer” was, waar een bepaalde geslotenheid zou gelden.
Nu gaat het om een zekere persoonlijke autonomie, de mogelijkheid om zelf belangrijke beslissingen voor zichzelf te nemen. De opvatting dat de mens zichzelf moet kunnen zijn, en zijn eigen identiteit mag en kan kiezen, heeft almaar meer terrein gewonnen.
Een concreet voorbeeld is het idee (dat overigens steeds meer ingang vindt) dat men zelf mag kiezen hoe (lang?) men leeft, en de omstandigheden waarin men sterft kan bepalen.
1.2 Bescherming van het privéleven
Het gaat hier niet alleen om het “traditionele gezin”, ook het ongehuwd samen wonen wordt beschermd. Of samenwonende holebi-koppels, gehuwd of ongehuwd, beschermd worden, staat ter discussie. Zeker is dat als dit in een concreet probleem opduikt, dat het samenleven in elk geval tot de private sfeer behoort, en als privé-leven beschermd wordt.
De bescherming strekt over alles wat men normaliter binnen een gezin mag verwachten, zoals het samenzijn, de ouderlijke rechten, de rechten van het kind (merk dat daarover een apart verdrag bestaat).
1.3 Bescherming van de woning
De woning is onschendbaar.
1.4 Bescherming van de briefwisseling
Oorspronkelijk ging dit uitsluitend over “de brief”. Thans worden naast de traditionele postbode ook beschermd, de briefwisseling via vliegtuig of boot, en de telefax, communicatie via internet, e-mail etc. Beter zou echter zijn dat de grondwet aan de nieuwe ontwikkelingen wordt aangepast.
2 Draagwijdte
Uit deze rechten vloeien twee soort verplichten voort voor de overheid:Negatieve verplichtingen: verbod van inmenging[/L]
Positieve verplichtingen: gebod om bepaalde maatregelen te nemen[/L]
2.1 Negatieve verplichting: het verbod van willekeurige inmenging
2.1.1 Beginsel
In beginsel is er een verbod van inmenging, dit is dus de verplichting zich te onthouden. Hoe minder de overheid doet, hoe beter ze het verbod eerbiedigt.
2.1.2 Uitzonderingen
Er zijn natuurlijk uitzonderingen, de rechten zijn niet absoluut. Wanneer de overheid zich niet afzijdig houdt, er is er een inmenging. Dit is een waardevrije term. Een inmenging wordt een schending (pejoratieve connotatie) wanneer ze niet kan verantwoord worden. Een inmenging kan verantwoord worden door te voldoen aan de eisen zoals gesteld in art. 8,2° EVRM.
De voorwaarden: …dan voorzover:
1) Bij wet (materieel) is voorzien…
2) …en in een democratische samenleving nodig is…
3) …in het belang van ’s lands... (het moet dus een bepaald doel nastreven)
Voorwaarde 1: bij wet voorzien
Voor het overheidsoptreden moet er een rechtsgrond zijn in het nationale recht. Dit moet samen gelezen worden met art. 22 GecGW. Het eerste lid verwijst naar een wet in formele én federale zin. De decreten moeten zich m.a.w. richten naar de wetgeving in federale zin. Zo werd althans het art. 22 in bepaalde arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gelezen.
Voorwaarde 2: wettig doel
De maatregel die het grondrecht beperkt moet een wettig doel nastreven. Het artikel somt een aantal wettige doelen op. Deze lijst is zéér ruim opgevat, zodat de toets eigenlijk formeel wordt.
Voorwaarde drie: noodzaak in een democratische samenleving
De inmenging moet beantwoorden aan een bepaalde noodzaak in een democratische samenleving. In de praktijk is dit de belangrijkste voorwaarde, d.i. de voorwaarde die het meeste aanleiding tot casuïstiek oplevert. Het Hof heeft meer-maals bepaalt dat er een dwingende sociale behoefte moet zijn, waar de overheid moet voor instaan. De reden moet voldoende belangrijk zijn en het evenredigheids-beginsel moet gerespecteerd worden.
Voorbeeld
De politie verdenkt iemand van drugstrafiek en luistert een aantal telefoongesprekken af. Dit is duidelijk een inmenging, om te weten of het ook een schending is, moeten de drie voorwaarden overlopen worden.
1) is het bij wet voorzien? Daarvoor moet de nationale wetgeving bestudeerd worden. Er zijn duidelijke regels in welk geval het afluisteren van telefoongesprekken kan, en in welke gevallen niet. Het kan slechts m.b.t. bepaalde misdrijven (waar drugstrafiek één van is) en mits het volgen van strenge procedureregels.
2) wettig doel? Zie art. 8,2° EVRM: hier kunnen meerdere aangehaald worden; vb. het beschermen van de openbare orde, het voorkomen van strafbare feiten en het bescher-men van de rechten van anderen.
3) noodzakelijk? Hiervoor moet het dossier bestudeerd worden. Hoe ernstig is de verdenking, en hoe zwaar weegt het misdrijf?
Waarschijnlijk zal men in een dergelijk geval kunnen oordelen dat er wel een inmenging voorligt, maar geen schending.
Nabeschouwing
Het Hof kent een zekere beoordelingsmarge toe aan de nationale overheid. Zij zal nooit in hun plaats treden om beslissingen te nemen. Het komt aan de nationale overheden en aan de nationale rechtbanken toe te oordelen. Er bestaat duidelijk een zekere marge, het Hof zal pas erkennen dat er een schending voorligt, als die nationale instelling buiten die marge is getreden.
Positieve verplichting: verplichting om positieve maatregelen te nemen
De nationale overheden moeten ervoor zorgen dat (vb.) het EVRM geen dode letter blijft. Dat staat niet met zoveel woorden in art. 8 EVRM, maar het Hof heeft dat wel gelezen in het eerste lid van dat artikel.
Art. 22,2° GecGW heeft het over bescherming, een positieve verplichting dus. Het ver-schil met het eerste lid is dat het hier over álle overheden gaat. Ieder is binnen zijn sfeer verplicht. Dit is een uitdrukkelijke erkenning van een positieve verplichting.
Maar hoe ver reikt die verplichting? Tot wanneer behoort iets tot de discretionaire bevoegdheid, en wanneer wordt het een plicht? Het EVRM moet terzake de criteria vast-stellen: wanneer is er een positieve verplichting, en wat is de omvang?
De rechten van het individu moeten afgewogen worden tegen de redenen van algemeen belang die zich ertegen verzetten om de maatregel te treffen (moeite, kosten…). De overheid kan niet verplicht worden ál te zware inspanningen te leveren in verhouding tot het belang van het individu. Als de maatregel niet te zwaar is, moet zij uiteraard getroffen worden.
Een voorbeeld. Lang betwist was het recht van transseksuelen om hun nieuwe identiteit, hun geslacht in concreto, erkend te zien (= vb. van een positieve verplichting).
Een overheid die geen maatregelen neemt kan tekort schieten. Oorspronkelijk werd niet zo geoordeeld, het Hof aanvaardde het argument dat het aanpassen van een ingewik-keld systeem als het register van de burgerlijke stand, en te ingrijpende maatregel was, die niet opwoog tegen het belang van enkele honderden in België. Nu is het Hof echter van mening veranderd: ze oordeelt dat de inspanning toch niet zo groot is, en dat het een zeer begrijpelijke eis is van de getroffenen. Het Hof concludeert m.a.w. toch een positieve verplichting.
© 2006 - 2012 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…
Vrijheid van Onderwijs in het EVRM Summiere bespreking over de positie van de vrijheid van onderwijs in het Europees Verd…
Vrijheid van meningsuiting in het EVRM De behandeling van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie in het…
Diverse mensenrechten in het EVRM Een aantal mensenrechten in het EVRM kunnen kort worden besproken. Dit betekent niet da…
Eigendomsrecht in het EVRM Het eigendomsrecht was een splijtzwam bij het tot stand komen van het Europees verdrag voor de…
Gerelateerde artikelen
Het recht op individuele vrijheid in het EVRM Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt een aantal funda…Vrijheid van Onderwijs in het EVRM Summiere bespreking over de positie van de vrijheid van onderwijs in het Europees Verd…
Vrijheid van meningsuiting in het EVRM De behandeling van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie in het…
Diverse mensenrechten in het EVRM Een aantal mensenrechten in het EVRM kunnen kort worden besproken. Dit betekent niet da…
Eigendomsrecht in het EVRM Het eigendomsrecht was een splijtzwam bij het tot stand komen van het Europees verdrag voor de…
Reageer op het artikel "Recht op eerbiediging privéleven en woning in het EVRM"
Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.