Het recht op leven in het EVRM

Het recht op leven is als mensenrecht zo evident dat het soms gewoon over het hoofd wordt gezien. Toch zijn er een aantal uitzonderingen. Het feit alleen dat deze er zijn, kan als immoreel tegen de borst stoten, het is de realiteit van vandaag. Om de uitzonderingen te kunnen plaatsen, is het nodig om de principes goed te kennen.
Relevante artikelen: art. 2 EVRM en art. 6 IVBPR.

Toepassingsgebied

Wat wordt beschermd? Het leven.
Wat is het leven? Valt het ongeboren leven daaronder? Valt het levenseinde daaronder? Hier rijzen vrijwel dagelijks problemen. De maatschappelijke discussie woedt dan ook volop.

Draagwijdte

De overheid heeft zowel een positieve als een negatieve verplichting. Een positieve verplichting, is een verplichting om een bepaalde handeling te stellen. Een negatieve verplichting is het verbod om bepaalde daden te stellen, in verband met mensenrechten vaak een verbod om in te mengen in een bepaald recht.

De negatieve verplichting: het verbod om te beperken
Het beginsel
Het beginsel is vrij simpel. Er wordt aan de overheid een verbod opgelegd om zich wille-keurig te gaan inmengen in dit recht. De overheid mag niemand van zijn leven beroven, en mag niemand in situaties brengen waar die persoon in levensgevaar verkeert.

De uitzonderingen
a) De doodstraf
In principe is de doodstraf een toegestane uitzondering (art. 2 EVRM). Dit was het in elk geval op het ogenblik van de verdragsluiting (1950).
In Europa is later een grote beweging tegen de doodstraf opgestaan. Het zesde protocol aan het EVRM (1984) bepaalt dat de doodstraf afgeschaft is, behalve in oorlogstijd. Het dertiende protocol aan het EVRM (2000) bepaalt de onvoorwaardelijke afschaffing. Uiteraard gelden deze protocols maar voor de staten die hen expliciet bekrachtigd hebben. Dit betekent dat deze uitzondering de facto is opgegeven, althans in Europa. In het tweede protocol aan het IVBPR werd de doodstraf ook als afgeschaft beschouwd. In Europa mag dit protocol dan wel ruim aanvaarding hebben gevonden, de VS is tot op heden niet toegetreden.

b) Dodelijk geweld
Dit is wel een effectieve uitzondering.
Relevante artikelen: art. 2 EVRM en art. 2 IVBPR
Wanneer burgers gedood worden als gevolg van een dodelijk geweld is dat aanvaardbaar, voor zover dat dodelijk geweld absoluut noodzakelijk is.
Dit dodelijk geweld kan opzettelijk, maar ook ongewild gedood hebben. In beide gevallen zal de noodzaak van het geweld moeten aangetoond worden.

De positieve verplichting: de plicht om het recht op leven te beschermen
Men is verplicht om een aantal strafbepalingen te aanvaarden en toe te passen.
Soms moet men ook een aantal concrete maatregelen nemen om een bepaald individu te beschermen, wanneer er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat die persoon geviseerd wordt.
© 2006 - 2012 Guggenheimer, gepubliceerd in Juridisch (Zakelijk) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Het recht op individuele vrijheid in het EVRM Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt een aantal funda…
Vrijheid van meningsuiting in het EVRM De behandeling van de vrijheid van meningsuiting en het recht op informatie in het…
Nationaal en Internationaal Recht in Nederland Het nationaal recht is natuurlijk het belangrijkste recht voor ons landje:…
Eigendomsrecht in het EVRM Het eigendomsrecht was een splijtzwam bij het tot stand komen van het Europees verdrag voor de…
Grondrechten: fundamentele rechten Grondrechten zijn fundamenteel aan elk persoon. Het zijn rechten die onverkort gelden,…

Reageer op het artikel "Het recht op leven in het EVRM"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Guggenheimer
Rubriek: Zakelijk
Subrubriek: Juridisch
Schrijf mee!