Keuzemogelijkheden in draadloze datacommunicatie
In het bedrijfsleven wordt steeds meer gewerkt met data collectie (het identificeren van enkelstuks goederen of partijen goederen via codedragers zoals barcodes of RFID-tags) waarbij de belangrijkste 'doelgroep' het identificeren van goederen is. In de logistiek - de sector waar het goederenbeheer en verkeer zich afspeelt - is er daarom behoefte aan (kennis van) data communicatiemogelijkheden. In dit artikel gaan we in op de historische ontwikkelingen van draadloze (data)communicatie. In magazijnen, distributiecentra en productieomgevingen maar ook in kantoren en winkels wordt steeds vaker gewerkt met draadloze (data)communicatie. Computerterminals en PC’s communiceren in netwerken via radioverbindingen, waarbij het Spread Spectrum-verbindingssysteem in korte tijd het meest aan populariteit heeft gewonnen maar sinds enige tijd weer wordt voorbijgestreefd door een nieuwe vorm van Narrow Band-communicatie.In beide gevallen is sprake van investeren in een lokaal radionetwerk (LAN, Local Area Network of WLAN, Wireless LAN). Het betekent investeren in radiozend- en ontvangantennes (access points) alsmede in radiomodules in PC’s en (mobiele) terminals plus in speciale datacommunicatiesoftware in de netwerkapparatuur, de hostcomputer, de PC’s en in de terminals.
Met de (mobiele) terminals, met notebooks en dergelijke communiceren buiten het bereik van het LAN betekent investeren in een tweede systeem. Dit WAN (Wide Area Network of WWAN, Wireless WAN) maakt daarbij gebruik van de radio-infrastructuur van derden. Het gebruikmaken van een reeds aanwezige infrastructuur (satelliettelefoon, internettelefoon (Voice over IP), radiodatacommunicatienetwerken van derden-providers als Mobitex, ook wel genaamd Private Networks – PN – of Wireless PN, dus WPN respectievelijk WPAN, Wireless Private Area Network) betekent extra kosten maken. Met name in de notebooks, terminals, PC’s ten behoeve van de communicatiemodules alsmede in de hostcomputer ten behoeve van een basisstation. Daarboven komen de kosten, verbonden aan het gebruik van het netwerk.
Een derde mogelijkheid is het toepassen van het GPRS- (Generic Packed Radio Signal) systeem. Daarbij communiceren alle terminals, PC’s, notebooks, voertuigboordcomputers, etc. via het door derden-providers in stand gehouden GSM-draadloze telefonienetwerk tegen een vast gebruiksbedrag per maand en met behulp van permanent ‘open’ communicatielijnen. Zowel in de LAN- als in de WAN-situatie.
Datacommunicatie in de logistiek
Logistieke processen – zowel in de productie als de opslag en distributie – maken gebruik van informatiestromen. In een nog niet zo grijs verleden werd de informatie betreffende te leveren producten, ontvangen en opgeslagen producten, van de voorraad afgenomen producten, ten behoeve van leveringen verzamelde producten en ten slotte te leveren en afgeleverde producten op lijsten vermeld.Bestelorders, afleverberichten, paklijsten, transportdocumenten, orderverzamellijsten, etc. waren gemeengoed in magazijnen, op inkoop- en verkoopkantoren en bij financiële administraties. Lijsten van toevoegingen, vermengingen, afnames van bepaalde hoeveelheden, etc., allen behorend tot recepturen van te produceren artikelen of middelen respectievelijk bewerkingsopdrachten in chemische, farmaceutische, cosmetische, voedings- en/of verspanende industrieën, assemblageopdrachten in elektronische of metaal-, hout- en kunststofverwerkende industrieën waren eveneens alom in gebruik.
Het werken met papieren informatie vraagt een grote mate van nauwkeurigheid ter zake van het invullen van gegevens, het bijhouden van gegevens, het lezen van de informatie en het (terug)bezorgen van de documentatie bij aanvragers, opdrachtgevers, planbureaus, bedrijfsbureaus, bedrijfsleiders, financiële administraties, etc.
Het vraagt ook een grote mate van nauwkeurigheid om de gegevens voorafgaand aan de processen samen te stellen en na afloop ervan te verwerken in debiteuren- en crediteurenadministraties, in voorraadbeheeradministraties, in- en verkoopadministraties, in planningsystemen, managementinformatiesystemen ten behoeve van lange en korte termijn bedrijfsplanningen, etc.
De meest bekende papieren informatie is de lijst zelfklevende etiketten waarmee orderpickers op pad worden gestuurd. Met daarop artikelnummers, stellinglokatienummers, klantgegevens en aantallen artikelen in zowel oogleesbare taal als in de vorm van een barcode.
Het grote voordeel van deze orderverzamelopdrachtenlijst is het feit dat gepickte artikelen ter plekke van een nieuw etiket kunnen worden voorzien. Daarmee kunnen ze geïdentificeerd worden in de verdere handlingactiviteiten.
Met name de barcode op het etiket zorgt voor de juiste routering in geautomatiseerde intern transportsystemen (conveyors). Bij de expeditieafdeling van het magazijn zorgt de barcode voor het samenstellen van de juiste zendingen.
Het werken met papieren informatie is in de meeste logistieke bedrijfsprocessen afgeschaft naarmate het gebruik van computers gemeengoed werd. Administratieve software bleek genoegen te nemen met automatisch ingelezen (gescande) gegevens aan de hand van streepjescodes – naderhand ook van op afstand leesbare elektronische etiketten, de zogeheten RFID-tags – en daarmee werden registratieve procedures niet alleen eenvoudiger maar ook betrouwbaarder.
Ze werden bovendien versneld doordat de software het leggen van verbindingen tussen verschillende bedrijfsprocessen en hun registratieve activiteiten overnam. Niet langer hoefden medewerkers op de productie- of distributiewerkvloer gegevens handmatig te verzamelen en op papier vast te leggen en niet langer hoefden in de hiërarchie van het bedrijf hoger geplaatsten langdurig na te pluizen welke ingevoerde gegevens waar en door wie verantwoord respectievelijk verwerkt (bewerkt) moesten worden.
De software maakte het mogelijk de ingevoerde gegevens aanstonds door te sluizen naar alle relevante afdelingen en medewerkers, waardoor die onmiddellijk (‘in real time’, ook wel genoemd ‘online’) over die informatie beschikking kregen.
Voor het gebruik van de etiketten in de orderverzamelprocessen werden andere oplossingen bedacht. In plaats van de artikelen pas te etiketteren bij het orderverzamelen, werden alle artikelen geëtiketteerd (in feite: gecodeerd met een unieke barcode of met een uniek gecodeerde RFID-tag) bij de inslag. Danwel werd toeleveranciers gevraagd de artikelen gecodeerd aan te leveren.
Het online communiceren gebeurde in den beginne niet onmiddellijk. Eerst werd de informatie verzameld in datafiles op de werkplek die pas na enige tijd blok-, file- of ‘batch’-gewijze werden overgebracht naar de centrale of hostcomputer.
Dit batchgewijze verzamelen van gegevens en informeren van zowel de host als de medewerker wordt nog altijd toegepast. Het systeem voldoet in bepaalde situaties uitstekend (zie hoofdstuk 1.1.1.) maar is/wordt toch verdrongen door ‘in real time’ communicerende systemen.
Deze communicatiesystemen zenden permanent informatie van en naar de host en de werkplek. Uiteraard zijn ze duur(der) in gebruik dan batchgewijze werkende systemen, maar de hogere gebruikskosten verdienen zich altijd terug door de toegenomen efficiëntie en daaraan gekoppelde flexibiliteit.
Iedere leidinggevende op elk niveau weet namelijk onmiddellijk van elke verandering en kan ingrijpen als de bedrijfsomstandigheden daar om vragen. Hetzij om het lopende productie- of distributieproces te veranderen voor een spoedorder, een onverwachte wijziging of een andere onverwachte ingreep, hetzij om processen te stroomlijnen, te combineren, juist uit elkaar te halen, etc.
In bedrijven waar gewerkt wordt met online datacommunicatie weet iedereen van minuut tot minuut wat er gebeurt, waarom het gebeurt en wat de vervolgstap is. Daar wordt bovendien elke uitgevoerde stap geregistreerd en vastgelegd ten behoeve van historische overzichten.
Die op hun beurt bijdragen aan de kennisvermeerdering in het bedrijf, doordat kennis niet alleen beschikbaar is voor één persoon maar voor alle individuen en doordat met de beschikbare kennis het maken van fouten – zeker traditionele herhalingsfouten – wordt voorkomen.
Zonder moderne datacommunicatie loopt elk logistiek proces vast door tijdsbeslag, menselijke interventies en de vertragende werking van de menselijke psyche. De computer kan de bedrijfsprocessen beter en sneller bewaken en besturen.
De computer kan eveneens de plannenmakers en beslissers sneller en efficiënter informeren dan de lijsten met verzamelde gegevens dat kunnen. Voorwaarde is wel een adequaat en op de bedrijfsdynamiek afgestemde datacommunicatie-infrastructuur.
Bekabelde netwerken
Met de komst van de computer werd hetzelfde communicatiesysteem toegepast dat reeds in bedrijven bekend was, namelijk de netwerk(telefoon)lijn. Waar nodig werd een terminal (gekoppeld aan een centrale computer, de host) neergezet of een zelfstandig werkende PC – naderhand veelal een notebook – welke via een kabelsysteem aan de server van het bedrijfsnetwerk werd verbonden.Open bedrijfsnetwerken geven alle over te dragen informatie snel en efficiënt door. Online en ‘in real time’ werken is mogelijk, maar zoals gezegd gaf in het begin de datacommunicatiebesturingssoftware vaak de voorkeur aan het bloksgewijze verzenden van informatie. De reden is de beperkte beslaglegging op de lijn.
Het permanent overseinen van gegevens is hetzelfde als het permanent voeren van een gesprek. De lijn is continu bezet en andere berichten kunnen niet worden verzonden. Nog altijd wordt veel informatie eerst verzameld en pas daarna overgebracht. Behalve het voorkomen van permanente lijnbezetting – waardoor slechts één terminal van een lijn gebruik kan maken – geeft het ook de desbetreffende medewerker de gelegenheid zijn werk te controleren, te corrigeren of te bewerken, alvorens het eindresultaat wordt verzonden.
Het bekabelde netwerk heeft het voordeel volstrekt vrij te zijn van storingen. Het heeft echter ook nadelen. Zo moeten gebruikers (machines, bureaus, terminals, PC’s) altijd op dezelfde locatie blijven staan, doordat verplaatsen ervan ook het verleggen van het kabelnetwerk inhoudt.
Mobiele maar via het kabelnetwerk communicerende terminals kunnen nimmer online communiceren, tenzij overal in het bedrijf – daarbuiten is helemaal onmogelijk – aansluitingen op het kabelnetwerk worden voorzien.
Bekabelde netwerken zijn daarom alleen toepasbaar voor permanente toepassingen zoals magneetcardreaders bij toegangsdeuren en poorten, voor permanent gebruikte barcodescanners op machines, voor betaal- en geldautomaten en in situaties waarin het voldoende is om één aansluitpunt te hebben voor de mobiele terminals. Hierbij kan gedacht worden aan de ‘cradle’, het instrument waarmee mobiele terminals communiceren met het kabelnetwerk (zie voor de werking hierna).
Bedrijven waar productie- en magazijngegevens niet permanent beschikbaar hoeven te zijn in de hostcomputer, kunnen goed met een batchgewijze systeem werken. Met name mobiele terminals, waarmee orderverzamelmedewerkers, productiemedewerkers, chauffeurs van mobiele intern transportvoertuigen, etc. hun werk doen en waarbij het voldoende is om een aantal malen per werktijd (bijvoorbeeld één keer per dagdeel) hun gegevens op te halen en aan te leveren aan de host, kunnen met batchterminals werken.
De terminals worden op een centrale plaats (bij de productiemanager, de magazijnmanager, het bedrijfsbureau) via de daar aan het bekabelde netwerk gekoppelde cradles van informatie voorzien of gedownload. Het volstaat communicatiesoftware te implementeren op de hostcomputer ten behoeve van de communicatie met de cradles. De terminals-zelf hebben door de fabrikant meegeleverde embedded software voor de communicatie met de cradlepoort. De cradle fungeert tevens als batterijlader voor de terminalbatterijen.
Batchgewijze werkende mobiele terminals werken als volgt. De planner stelt een taak samen op zijn PC of zijn netwerkterminal. Hij geeft daarbij als uitvoeradres het volgnummer van de terminal op. Zodra de embedded software van de mobiele terminal contact maakt met de cradle, controleert de planningsoftware of dit de terminal is, waarvoor de taak is samengesteld. Indien niet, wordt de boodschap niet ingeladen in het werkgeheugen van de mobiele terminal. Indien wel, dan volgt het gebruikelijke datacommunicatieproces waarbij de software eerst de reeds aanwezige datafiles uit het geheugen van de terminal downloadt in het hostsysteem en vervolgens de nieuwe gegevens uploadt in het geheugen van de mobiele terminal.
Bij deze toepassing maakt het niet uit, in welke cradle een mobiele terminal wordt geplaatst voor batterijladen en gegevens down- en uploaden. Er zijn batchsystemen waarbij een terminal persé in een bepaalde cradle moet worden geplaatst, doordat de adressering niet het terminalvolgnummer betreft, maar het cradlenummer.
De opgeladen (letterlijk: immers ook met gegevens) terminal wordt door de productie- of magazijnmedewerker meegenomen en de op het beeldscherm oproepbare orders (orderregels) worden uitgevoerd. Aanvullende informatie – bijvoorbeeld het bevestigen van het uitvoeren van een taak – wordt via het toetsenbord of met behulp van de barcodescanner ingevoerd en in het werkgeheugen opgeslagen. Daarbij gekoppeld aan het oorspronkelijke datafile, zodat bij downloaden de nieuwe gegevens correct worden verwerkt in de hostcomputer.
De batchterminal is uitermate geschikt voor het registreren van de aanwezigheid (aankomst/vertrek) van personen, voertuigen, goederen bij inslag, goederen bij opslag en orderverzamelwerkzaamheden wanneer één medewerker één order (voor één klant) afhandelt respectievelijk één (bewaking)taak uitvoert. Ook voor kassaregistraties (Point of Sale) is de batchterminal een geschikt middel, wanneer uitsluitend geldontvangsten en uitgaven worden geregistreerd en het voorraadbeheer, voortvloeiend uit de verkopen, eens per dag(deel) wordt bijgewerkt.
Voor productiemedewerkers is de mobiele batchterminal uitstekend bruikbaar wanneer een voorgeprogrammeerde ronde langs productiemachines wordt gemaakt en gecontroleerd moet worden of bepaalde opdrachten correct worden uitgevoerd. Ook kunnen opdrachten voor bepaalde machines – het toevoegen van bestanddelen aan mengers, het wijzigen van temperatuurinstellingen of het controleren van bepaalde handelingen zoals de temperatuur in bepaalde ruimten – in de mobiele terminal worden ingevoerd. De medewerker moet die opdrachten tijdens zijn ronde uitvoeren respectievelijk dient gegevens van de apparatuur vast te leggen.
Zoals gezegd kan de batchterminal ook voor beveiligingsdoeleinden worden ingezet. Met name bij vervanging van de zogenoemde prikklok of priksleutel door het scannen van op controlepunten aangebrachte barcodes of het inlezen van RFID-taggegevens tijdens het passeren van zo’n controlepunt.
Batchgewijze communiceren
De batchterminal werkt met datafiles. Die worden uitsluitend aan de terminal geleverd tijdens het verblijf in de cradle of worden op dat moment aan het terminalgeheugen onttrokken. Doordat de effectieve werktijd van de oplaadbare batterij van een mobiele terminal ten minste acht uren is, kan een werkpakket voor de terminal maximaal de hoeveelheid informatie bevatten voor een acht uur durende taak. Bij het plannen van werkzaamheden voor individuele medewerkers dient derhalve een takenpakket te worden samengesteld voor deze werktijd, rekening houdend met rusttijden en de tijd, benodigd voor het zich verplaatsen langs machines, stellingen en door gebouwgedeelten.De kans bestaat dat een medewerker te veel of te weinig taakelementen meekrijgt. Doordat eerst na het uitvoeren van alle taken de mobiele terminal teruggeplaatst wordt in de cradle, kan ook pas dan worden geëvalueerd of het takenpakket voldoende, te groot (te veel omvattend) of juist te klein was.
Doordat de verzamelde gegevens uitsluitend worden overgedragen op het moment van cradle-connectiviteit (aanwezigheid van de terminal in de cradle), wordt het management niet eerder geïnformeerd over de werklast van de medewerker dan na het moment van terugplaatsen van de terminal in de cradle. Noch over door hem aangetroffen fouten in bijvoorbeeld machineactiviteiten (productie), over afwijkende aantallen artikelen in voorraad (magazijn) en dus kan het management ook niet eerder anticiperen op daardoor verkeerd uitgevoerde productietaken of onvolledig blijvende zendingen.
Bij batchgewijze communicatie wordt om de zoveel tijd zowel de medewerker als de hostcomputer van nieuwe gegevens voorzien en kunnen verzamelde gegevens worden vergeleken, verwerkt en gecontroleerd. Wanneer in een bedrijf geen à la minute gegevensevaluatie van belang is en er voldoende tijd en mogelijkheden zijn voor het naderhand aanpassen van productiefouten en zendingen, is de batchterminal met het bekabelde netwerk een goede toepassing.
Wanneer het van belang is om ‘in real time’ te kunnen communiceren met productie- en magazijnmedewerkers is de batchterminal niet het geëigende middel.
‘In real time’ of ‘online’ communiceren
Werken met online-verbindingen vraagt een heel andere werkorganisatie en indeling dan het werken met batchsystemen. Het meest in het oog springende verschil is de permanente verbinding tussen de medewerker op de werkvloer en de hostcomputer, waardoor ook permanent managementinformatie beschikbaar is voor planners, logistiek managers, in- en verkopers (actuele voorraadgegevens), productiemanagers, etc.In grote lijnen is de werkwijze als volgt. Een interne opdracht – planning – wordt samengesteld aan de hand van bijvoorbeeld binnengekomen orders. Ongeacht of het een productieopdracht of een magazijnopdracht betreft danwel een combinatie daarvan vanwege interne beleveringen, wordt door de software van het productie- respectievelijk magazijnbesturing- of distributieplanningsysteem (ERP, WMS, DRP) opdrachten samengesteld voor één of meer medewerkers.
Die opdrachten – in feite orderregels – omvatten bijvoorbeeld:
- Controleer voorraad
- Controleer productiecapaciteit
- Breng x-hoeveelheid grondstoffen naar machine Y
- Produceer artikel z volgens recept 1234567
- Breng x hoeveelheid verpakkingsmateriaal naar verpakkingslijn o
- Breng productiebatch xxxyyyzzz naar magazijn
- Sla productiebatch xxxyyyzzz op in stelling A2B
- Verzamel x-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A1
- Verzamel y-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A2
- Verzamel z-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A3
- Lever ordernr A1 af bij expeditie
- Lever ordernr A2 af bij expeditie
- Lever ordernr A3 af bij expeditie
- Maak ordernr A1 gereed voor verzending
- Maak ordernr A2 gereed voor verzending
- Maak ordernr A3 gereed voor verzending
- Print SSCC-label voor ordernr A1
- Print SSCC-label voor ordernr A2
- Print SSCC-label voor ordernr A3
- Bestel bij toeleverancier grondstoffen
- Bestel bij toeleverancier verpakkingsmateriaal
Deze orderregels zijn bestemd voor verschillende medewerkers. Ze worden – in tijd gezien – op verschillende momenten overgebracht door de hostcomputer aan de terminals van die medewerkers. Orderregel 1 gaat bijvoorbeeld naar de mobiele terminal (handheld) van een magazijnmedewerker en regel 2 naar een productiemedewerker respectievelijk een planner op het bedrijfsbureau. Regel 3 gaat weer naar een magazijnmedewerker en regel 4 naar een productiemedewerker, etc.
De regels (opdrachten) worden door de host verzonden nadat van de voorgaande regel een bevestiging is verkregen (bijvoorbeeld van het uitvoeren van de opdracht). Wanneer een medewerker een discrepantie ontdekt – bijvoorbeeld bij orderregel 10 een tekort aan voorraad artikelen doordat bij orderregel 8 per ongeluk teveel artikelen zijn gepickt – meldt hij dit terstond aan de host.
Deze produceert nieuwe orderregels, wanneer bijvoorbeeld ook bij de expeditie het teveel aan gepickte artikelen wordt ontdekt en teruggemeld. De nieuwe orderregels kunnen voor de medewerker met orderregel 10 inhouden dat hij alsnog het te kleine aantal artikelen naar de expeditie brengt en dat bij expeditie het surplus van orderregel 8 aan die van 10 wordt toegevoegd.
Of de medewerker met orderregel 8 krijgt opdracht om van de expeditie het geconstateerde surplus terug te brengen naar de opslag, waar zijn collega met orderregel 10 inmiddels staat te wachten. Het maakt immers niet uit of de replenishment voor orderregel 10 uit de productie komt danwel uit een surplus van expeditie.
De orderregels worden niet, zoals bij batchgewijze werken, pas medegedeeld nadat de handheld terminal in de cradle is teruggekeerd, maar à la minute. Elke wijziging in een oorspronkelijke planning kan daardoor onmiddellijk worden doorgevoerd.
Er ontstaat geen situatie, waarbij enige tijd een fout blijft bestaan, waardoor die fout als gevolg van vertraagd doorgeven van informatie ook kan worden doorgevoerd in andere orderregels.
Het voortdurend online doorgeven van informatie (orderregels en bevestigingen, wijzigingen en herstelberichten) levert een grote tijdwinst op en een grote mate van flexibiliteit en efficiency. Indien de medewerkers – zowel productie als magazijn – behalve over een mobiele terminal (handheld) ook beschikken over een mobiele printer of er is in de nabijheid een vast opgesteld printstation, dan kan een wijziging in ketenvolggegevens (bijvoorbeeld aantallen artikelen voor ordernummer A2) ook worden aangegeven op de transportverpakking door een nieuw etiket te printen met daarop de gewijzigde gegevens in oogleesbare taal en in een barcodesymbool.
Draadloze netwerken
Het online en in real time werken kan alleen via een draadloos communicatienetwerk (RFDC, radio frequency datacommunicatie). Een dergelijk radionetwerk maakt het immers mogelijk op elke plek en op elk tijdstip een boodschap door te geven zonder daarvoor een kabelverbinding te hoeven leggen.Het is mogelijk behalve (alfa)numerieke gegevens ook gesproken teksten via een RFDC-systeem over te brengen. De als 'voice' bekend staande techniek kan worden toegepast in zowel een narrow band- als een spread spectrumsysteem (zie hierna). Voorts kan een voice-systeem worden ingepast om telefoongesprekken via de mobiele terminal te voeren.
Voor het werken met draadloze netwerken is een specifieke infrastructuur benodigd. Voor lokaal gebruik (LAN of WLAN) zijn er twee radiosysteem beschikbaar. De infrastructuur bestaat hierbij uit een antennesysteem (access points), welke overigens wel via kabels aan de host zijn verbonden (ze staan altijd op dezelfde plaats), een antenne in of aan de mobiele terminal (handheld of voertuigterminal) en communicatiesoftware in zowel de host, de terminals als de access points.
De access points en de communicatiemodules in de terminals zijn ‘dual mode’ uitgevoerd oftewel als tweewegsysteem.
De mogelijkheden voor radioverbinding zijn groot. Van oudsher is er het ‘narrow band’-systeem, dat werkt met een speciaal toegewezen frequentie. Het heeft een bereik van circa 1000 meter in gebouwen en terreinen als gevolg van een hoog zendvermogen (1 Watt), is storingsvrij doordat niemand anders op deze frequentie mag werken en heeft een relatief lage transmissiesnelheid met betrekkelijk weinig overdrachtscapaciteit (zie 2.1.). Voor het werken met het narrow band-systeem is toestemming vereist van de beherende autoriteit (het ministerie van verkeer en waterstaat) alsmede dienen gebruiksleges te worden voldaan. In ruil voor deze vergoeding zorgt de overheid voor een altijd ongestoorde ontvangst.
Het Spread Spectrum-radiosysteem werkt op andere frequenties, heeft een korter bereik (max. 300 meter) tengevolge van een lager zendvermogen (0,1 Watt) en kent geen frequentietoewijzing door de overheid. Leveranciers dienen er voor te zorgen dat voorafgaand aan een systeeminstallatie wordt gecontroleerd of de te gebruiken frequentie niet binnen het werkgebied door derden wordt toegepast. De overdrachtscapaciteit is hoog. Om storingsvrij te kunnen werken, wordt een speciaal systeem toegepast (‘frequency hopping’ respectievelijk ‘direct sequenze’) dat er voor zorgt dat een bepaald kanaal eerst op storing of medegebruik wordt gecontroleerd alvorens het bericht over dat kanaal wordt verzonden. Door het relatief korte bereik van een Spread Spectrum access point is meestal een aantal access points benodigd om binnen bedrijfsgebouwen en terreinen volledige dekking te krijgen.
Voor interlokaal gebruik (WAN of WWAN) moet met andere infrastructuren worden gewerkt. Deze worden geleverd door service providers met veelal landelijke of zelfs continentale dekking door middel van radiozendmasten en bekabelde doorvoeren naar de hostcomputer van de gebruiker.
Die infrastructuren maken het mogelijk waar ook in Europa met behulp van een voertuigboordcomputer of een mobiele computer – meestal een notebook, soms een PC maar ook handhelds zijn mogelijk (ook aan boord van binnenvaartschepen) – contact te maken met de hostcomputer. Via dit WAN kunnen orders worden doorgegeven door buitendienstmedewerkers (account managers, verkoop), kunnen veldmedewerkers technische dienst (onderhoudsmonteurs, inspecteurs) technische informatie raadplegen die op de host is opgeslagen.
Ook kunnen de account managers nagaan of van bepaalde artikelen voorraad aanwezig is danwel hoe lang de levertijd zal zijn. Onderhoudsmonteurs kunnen onderdelen bestellen en inspecteurs kunnen à la minute bevindingen doorgeven ten behoeve van rapportages of besluitvorming.
Voor zeegaande vaartuigen, voertuigen buiten bereik van WAN-netwerken en individuele gebruikers van radiotelefonienetwerken buiten bereik van de reguliere infrastructuur is er de satellietverbinding. Deze beschikt over een speciale antenne welke gericht wordt op een telecommunicatiesatelliet die in verbinding staat met een grondstation dat op zijn beurt de gegevens doorgeeft aan de hostcomputer. Het gebruik van satelliettelefoons vraagt enige behendigheid vanwege het richten van de antenne op de satelliet.
LAN: Narrow Band
RFDC in een (W)LAN kan worden toegepast via een Narrow Band-radiosysteem. Narrow Band-systemen onderscheiden zich door een groot bereik (circa 1000 meter) en een relatief lage gegevensoverdracht (4800-9600 baud per seconde (bps). De Narrow Band-frequenties bevinden zich in de 450-470 MHz-band. Het zendvermogen is maximaal 1 W.Toewijzing van de te gebruiken frequentie geschiedt door de overheid, waarvoor licentiekosten dienen te worden betaald. Een enkelvoudige dekking (1 access point) is voldoende, met als consequentie dat bij het uitvallen van de zender het hele complex communicatieloos is. Het maximum aantal terminals is circa 25. Uitbreiding betekent een tweede netwerk aanleggen of vertragingen accepteren in de transmissiesnelheden.
Narrow Band-systemen worden beveiligd tegen storingen doordat KPN Telecom er op toeziet dat geen andere zender op de uitgegeven frequentie werkt.
LAN: Spread Spectrum
Spread Spectrum werkt in de 2,4 GHz-band, heeft een maximum zendvermogen van 0,1 Watt en een maximum bereik van 30-300 meter. Het kent daardoor meer access points door het beperkter bereik van de zender (300 meter per access point), maar is minder kwetsbaar bij zenderuitval. De communicatiesnelheid is 1 of 2 Mb per seconde (Mbps) en het aantal terminals is in principe onbeperkt.Frequentietoewijzing gebeurt naar keuze van de leverancier van de apparatuur. Aan het frequentiegebruik zijn geen licentiekosten verbonden. Storingsbeveiliging geschiedt door technische voorzieningen als ‘frequency hopping’ en ‘direct sequence’.
Een Spread Spectrum 'direct sequence' (SSDS)-systeem gebruikt één kanaal en tast dat af op storingen alvorens te zenden en onderbreekt het zenden bij een storing. Het kan zeer grote gegevensbestanden verwerken.
Een Spread Spectrum 'frequency hopping' (SSFH)-systeem verdeelt de beschikbare band in 79 kanalen (hopping frequencies) en 'hopt' in een bepaalde volgorde van kanaal naar kanaal, waarbij zender en ontvanger elkaar automatisch volgen. SSFH kan eveneens grote gegevensstromen aan en blijft ook onder extreme storingen (bijvoorbeeld van magnetrons of motoren) functioneren. Dergelijke storingen kunnen fataal zijn voor een SSDS-systeem.
WPAN: Mobiele datanetwerken
Het Narrow Band-systeem kan ook worden toegepast als WAN (Wide Area Network), zij het met beperking in de afstanden. Doordat het Spread Spectrumbereik min of meer de omvang van en LAN is gaan bepalen, wordt een groter bereik dan circa 600 meter (bedrijfsterrein) al tot een WAN gerekend.Door een aantal service providers zijn infrastructuren gerealiseerd voor het ontvangen en verzenden van radiosignalen. In principe betreft het de uitwisseling van data (gegevens), hoewel soms ook gesproken berichten (voice zoals Voice over IP, een internetprotocol) mogelijk zijn. Deze infrastructuren staan bekend als Private Netwerken (Wireless Private Networks) of (wireless) Private Area Networks (WPAN).
Voor het gebruik van een PAN- of WPAN-netwerk is abonnementsgeld verschuldigd alsmede ‘gesprekskosten’. Het systeem werkt op dezelfde wijze als bij een bekabeld telefoonnet waarover bijvoorbeeld internetberichten (emails) of faxen worden verzonden. Het netwerk communiceert veelal via wat zwaardere communicatiemodules in bijvoorbeeld notebookcomputers, voertuigboordcomputer, mobiel gebruikte PC’s zoals aan boord van binnenvaartschepen, etc.
WAN: Satelliettelefoon
Satellietcommunicatie is het wereldwijd overdragen van data en/of voice-berichten via aan boord van voer- en vaartuigen geplaatste boordcomputers (veelal voorzien van satelliettelefoontoestellen), waarmee opdrachten en confirmaties kunnen worden doorgegeven alsmede tracking & tracinginformatie.Het systeem werkt met een zend-/ontvangmodule als genoemd bij de mobiele datanetwerken, maar nu speciaal ontwikkeld voor verdragende reikwijdten (honderden kilometers) om de afstand te overbruggen tussen de telefoon en de communicatiesatelliet die zich in een zogeheten geostationaire baan bevindt boven de aarde.
Zoals gezegd voorziet het systeem behalve in het doorgeven van data (inclusief faxberichten) ook in spraaktelefonie. Zeegaande schepen kunnen bovendien informatie van sensoren – bijvoorbeeld voor het meten van temperatuur en vochtigheid in zeecontainers – via de boordcomputer en de satelliettelefoonverbinding doorgeven aan walstations.
In de Verenigde Staten van Amerika worden deze systemen gebruikt voor het communiceren met (goederen)treinen en vrachtwagens in woestijngebieden. Populair is voorts het gebruik van deze vorm van WAN-communicatie bij reizigers in berggebieden, waar geen andere ‘cellulaire’ infrastructuur beschikbaar is.
Draadloze openbare telefonie
Het betreft hier de zogenoemde ‘cellulaire’ telefonie oftewel GSM, het Global System for Mobile communication. Met de kleine handzame mobiele telefoon is behalve het voeren van gesprekken en het verzenden van zogeheten SMS-berichten (Short Message System) ook het draadloos overseinen van databestanden mogelijk. Daartoe wordt de mobiele telefoon of een identieke functie (modemkaart) aan bijvoorbeeld een notebookcomputer gekoppeld. Wanneer een hoeveelheid data moet worden verzonden, zoekt het modem contact via het GSM-netwerk met het modem van de hostcomputer.Het systeem werkt min of meer identiek voor zowel internetverbindingen (met willekeurige service providers) als voor rechtstreekse verbindingen met hostcomputers. Het systeem kan zowel worden toegepast door buitendienstmedewerkers (account managers, service medewerkers) als door logistieke medewerkers binnen en buiten bedrijfscomplexen.
Waar een permanente open verbinding benodigd is tussen de mobiele terminal met GSM-mogelijkheid en een bepaalde hostcomputer, kan het zogenoemde GPRS-systeem worden toegepast.
Voice (gesprekken)
Het cellulaire systeem – het woord komt uit het Amerikaans, waar het de betekenis heeft gekregenvan een mobiele telefooncel – voorziet in het altijd en overal bereikbaar zijn. In eerste instantie is het opgezet en bedoeld voor het voeren van telefoongesprekken (voice). Het systeem werd op een bepaald moment voor voice- en SMS-doeleinden naast de reeds in voer- en vaartuigen aanwezige andere datacommunicatiesystemen (WWAN’s) toegepast.
Voor de ontwikkelaars van cellulaire systemen was dat aanleiding om te bezien of de mogelijkheden van de diverse systemen niet zouden kunnen worden gecombineerd. Mede om daarmee te besparen op de infrastructuur die voor een belangrijk deel technische overeenkomsten vertoont en door toepassing van zowel gestandaardiseerde besturingssoftware als hardware voor meerdere gebruikstoepassingen geschikt zou zijn.
De infrastructuur heeft overigens beperkingen. Het cellulaire systeem werkt uitsluitend in een straal van circa 2000 meter rond een zendmast. Het zendvermogen van de handheld-telefoon is dan ook circa 2 Watt. Wanneer een cellulaire telefoon aan de rand is of net buiten het bereik van een zendmast valt en er is geen tweede zendmast in de nabijheid, wordt de verbinding verbroken. Ook wanneer de cellulaire terminal in een vanwege bebouwing onbereikbaar gebied is (tunnel, bunker).
Door in dergelijke gebieden zenders aan te brengen, kan de verbinding worden gegarandeerd, maar niet in alle – on- of dunbewoonde – gebieden loont het de moeite om de infrastructuur op te zetten. De zendmasten dienen immers bekabelde voeding te krijgen en bekabelde connectiviteit met de vaste telefooncentrale. Een straalzender op de mast kan dat laatste eventueel ondervangen, maar dan nog kan het probleem van de elektrische energievoorziening de infrastructuur parten spelen. Het GSM-systeem is daarom niet altijd en overal op het vasteland verkrijgbaar. Op grote wateroppervlakken (binnenmeren) evenmin.
SMS-berichten
Zoals bekend en reeds eerder opgemerkt, leidde de verdere uitwerking van de mogelijkheden van cellulaire telefonie tot het verzenden en ontvangen van SMS-berichten. Deze korte berichtjes mogen zich in een grote populariteit verheugen, maar zijn ook toepasbaar voor professionele doeleinden. Bijvoorbeeld voor het verzenden van visuele ‘fax’-berichten (zichtbaar op het telefoondisplay) of het verzenden van dezelfde orderregels als is uiteengezet bij LAN-verbindingen.Daartoe dient echter zowel de mobiele telefoon als het transmissiesysteem geschikt te worden gemaakt voor dergelijke toepassingen. Door een aantal gespecialiseerde hard- en softwareleveranciers is een soort SMS-berichtensysteem ontwikkeld voor het verzenden via de GSM-frequenties maar dan tussen draagbare (logistieke) terminals, de bekende handhelds, die een beter te gebruiken display hebben dan het standaard ‘mobieltje’ en die ook over geheugencapaciteit beschikken voor het opslaan van logistieke informatie.
GPRS voor LAN en WAN samen
De samenvloeiing van voice en data mag met de hedendaagse digitale netwerken wereldwijd een feit zijn, de werking gaat er nog steeds van uit dat er per gesprek of bericht actief een verbinding met de centrale wordt opgezet en dat deze verbinding na het beëindigen van het gesprek of bericht wordt verbroken. Met de introductie van GPRS, het Generic Packed Radio Signal-systeem, is de mogelijkheid geschapen om via datzelfde GSM-netwerk constant ‘wireless’ in verbinding te staan met de centrale. Deze kan als LAN of WAN in verbinding staan met de gebruiker.De GPRS-verbinding kan ook direct met het internet worden gekoppeld en vervolgens een directe verbinding hebben met de achterliggende computer. Hierbij wordt een zogeheten TCP/IP-verbinding gemaakt en is het mobiele handheld GSM (GPRS)-toestel aan het computersysteem gekoppeld als ware het een terminal in het lokale IP-computernetwerk. Hierdoor heeft de gebruiker altijd contact in een tweerichting-communicatieverbinding.
Doordat de kosten van een dergelijke verbinding voor dataverwerking laag zijn, is deze op plaatsen waar GSM-ontvangst is, zeer goed inzetbaar voor binnen (LAN) en buiten (WAN) een bedrijfs- of instellingslocatie. Zonder zelf te investeren in een eigen LAN- of WAN-netwerk wordt snelle en goedkope datacommunicatie gerealiseerd op een enkelvoudig GPRS-communicatienetwerk met alle benodigde extra faciliteiten.
Plaatsbepalingstechnieken
De voortschrijdende technische ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt mobiele zend/ontvangunits tijdens transmissietaken te lokaliseren. Met name de GMS-telefoon kan worden getraceerd doordat hij zich automatisch aan- en afmeldt bij een zendmast in een bepaalde regio, wanneer hij die regio binnengaat of verlaat.Ditzelfde was al van aanvang mogelijk bij het gebruik van satellietcommunicatiesystemen, doordat de satelliet door middel van kruispeilingen met behulp van een tweede en/of derde satelliet de locatie van de mobiele zender opspoort.
De plaatsbepalingsystemen kunnen goede diensten bewijzen bij het zoekraken van schepen en voertuigen, zeecontainers of specifieke ladingstukken.
Via het GPS-systeem
Plaatsbepaling met behulp van het Global Positioning Systeem (GPS) houdt in dat aan een zeecontainer, een zeegaand schip, een locomotief van de spoorwegen en eventueel aan elke goederenwagon, aan vrachtwagens, vrachtwagentrailers en losse aanhangers een GPS-transponder met satelliet-zender wordt bevestigd. Deze transponder reageert op radiosignalen van de communicatie- en plaatsbepalingsatellieten boven de aarde. Door middel van een kruispeiling via drie of soms meerdere satellieten wordt de locatie van de transponder vastgelegd. Dergelijke kruispeilingen vinden om de zoveel tijd plaats. Dit kan echter alleen als er contact kan worden gelegd met ‘de buitenwereld’ met behulp van de daarvoor benodigde antenne. De locatie wordt dan berekend tot een nauwkeurigheid van circa 25 meter. Hetgeen wil zeggen dat bij een ontvangststation op een kaart de coördinaten van de meridianen worden weergegeven in een vierkant van 25 x 25 meter. Binnen dat vierkant bevindt zich de transponder en daarmee het schip, de trein, de container of de vrachtwagen.
Wanneer aan boord van een zeeschip vele containers van een transponder zijn voorzien, worden die niet allemaal als één grote cluster geprojecteerd maar iedere transponder wordt als unieke eenheid geprojecteerd bij het ontvangststation dat deze unieke transponder volgt. Op die manier kan de rederij het schip volgen en weten bijvoorbeeld verladers van auto-onderdelen waar hun containers zich bevinden. Evenals verladers van textiele producten, machineonderdelen, bulkzendingen productiegrondstoffen, etc. Ook al bevinden alle containers zich aan boord van hetzelfde schip.
Ook treinen kunnen als gezegd op deze wijze worden gevolgd. In Europa is dit veelal niet van toepassing door de relatief korte trajecten en de mogelijkheid de trein via de transportmanager te volgen. Die krijgt immers door welk station zojuist gepasseerd is en daarmee de locatie. In de Verenigde Staten van Amerika, in de Russische Federatie, in delen van Azië en in Australië ligt dit anders. Daar zijn de spoorlijnen lang en daarmee ook de trajecten. Ze gaan veelal door bergen, wouden, woestijnen en steppegebieden zonder in dagen een station tegen te komen, waar passageregistratie kan plaatsvinden. Bovendien zijn veelal in deze onherbergzame gebieden geen kabelverbindingen aangelegd of meer aanwezig (de telegraafpalen van weleer worden niet meer gebruikt), waardoor communicatie uitsluitend per radio kan plaatsvinden.
Vanwege de kromming van de aarde vereist dit kortegolfverbindingen of het gebruik van satelliettelefonie en het GPS-volgsysteem. Ook nu weer zijn individuele zeecontainers traceerbaar, treinwagons en de locomotieven. Door in de containers ook temperatuurloggers, vochtigheidsmeters en soortgelijke meetsensoren aan te brengen, die hun bevindingen softwarematig rapporteren aan de GPS-module van de container, kan de verlader dagelijks – of vaker – op de hoogte worden gehouden van de conditie van de verzonden goederen.
Wanneer bijvoorbeeld een onverwachte temperatuurstijging in een gekoelde container wordt gerapporteerd, kan dit ladingbederf betekenen. De verlader kan dan de ontvanger van de goederen bij voorbaat informeren, zodat die zijn productieplanning of verkoopstrategie kan bijsturen. Bovendien kunnen verlader en afnemer nieuwe leveringsafspraken maken nog voordat de container met zijn inmiddels bedorven lading op de plaats van bestemming arriveert.
Voor vrachtwagens en trailers/aanhangers geldt hetzelfde. Bovendien is het GPS-tracking & tracingsysteem een uitstekende hulp gebleken bij het bestrijden van diefstal. Veel vrachtwagens zijn in de loop der jaren door criminelen gestolen vanaf parkeerplaatsen, laad- en losplaatsen of bij culinaire danwel sanitaire stops. Sinds internationaal rijdende vrachtwagens en hun aanhangers/trailers van een GPS-module (al dan niet met temperatuur- en vochtigheidsloggers) zijn voorzien, is het mogelijk gebleken binnen korte tijd na een diefstal de lokale politie in te lichten vanaf de thuisbasis. Bovendien kan met grote nauwkeurigheid de laatste positie worden medegedeeld, waardoor de kans op succesvolle interventie enorm is toegenomen.
Een extra voorziening is de elektronische deurbeveiliging op vrachtwagentrailers, laadruimten en aanhangers. Ook zeecontainers kunnen van dergelijke ‘seals’ worden voorzien. Het zijn evenals de temperatuurloggers e.d. sensoren die het openen van de deuren waarnemen en registreren. Wanneer de chauffeur van de vrachtwagen op reguliere wijze de laadruimte opent, is dit voorzien en wordt deze activiteit als ‘legaal’ geregistreerd. Opent daarentegen iemand de deuren op een niet-voorzien moment – dus niet bij een reguliere laad- en losplaats – dan wordt dit als ‘illegaal’ geregistreerd.
De verlader, transporteur, ontvanger weten dan dat de lading door onbevoegden kan zijn weggenomen of gewijzigd. Ook voor politie en douane is het gebruik van seals van belang, doordat ze bijvoorbeeld registreren of onderweg illegale reizigers zijn ingestapt, drugs of andere smokkelwaar in de trailer of container is verstopt, etc.
Via het GSM-systeem
Dergelijke registraties kunnen ook gemeld worden door het GSM-systeem, het Global System for Mobile communication. In dat geval communiceren de transponders via het mobiele telefoonnet. De werkwijze is qua rapportage identiek aan die van het GPS, maar de communicatiewijze verschilt. De transponders dienen nu namelijk voorzien te zijn van een GSM-antenne en een communicatiemodule (telefoonmodule), die op gezette tijden of naar aanleiding van een ‘call’ contact heeft met de thuisbasis. De centrale computer ‘belt’ als het ware de GSM-telefoon in de transponder en neemt bij tot stand komen van de verbinding de in de transponder opgeslagen gegevens van de temperatuurlogger, de vochtigheidsmeter en de seal over. Bovendien registreert het systeem tussen welke zendmasten de verbinding tot stand komt, zodat de locatie van de transponder kan worden vastgelegd. Indien de GSM-verbinding door middel van GPRS voortdurend met de centrale computer in contact staat, kan deze peiling ook daarmee worden doorgegeven c.q. worden opgevraagd.
Anders dan bij GPS is deze plaatsbepaling minder fijnmazig, want de ‘cellen’ van de GSM-zendmasten en de onderlinge overlappingen bepalen de nauwkeurigheid van de peiling. Ze staan dusdanig ver uit elkaar dat in de bebouwde kom van een grote(re) stad met een nauwkeurigheid van circa 250 meter kan worden gemeten en daarbuiten tot circa 2000 meter.
De locatie kan dus niet tot op enkele meters nauwkeurig worden bepaald, maar voor anti-diefstalmaatregelen is een plaatsbepaling met een dergelijke nauwkeurigheid en vooral de snelle responsetijd vaak al voldoende.
Het systeem heeft een belangrijk nadeel ten opzichte van het GPS, doordat het uitsluitend toepasbaar is in streken waar GSM-zendmasten zijn geplaatst. Daar waar de cellulaire telefoon onbereikbaar is (zoals in sommige bergstreken in Europa), kan geen plaatsbepaling via GSM gebeuren. Uiteraard ook geen uitleesactiviteiten van loggers en seals.
Het belangrijkste voordeel van plaatsbepaling via GSM is evenwel de relatief lage kosten. Bovendien is geen buitenantenne benodigd (zoals voor GPS), waardoor het systeem ook binnen (dezelfde) gebouwen werkt. Het ‘bellen’ via GSM is altijd goedkoper dan het ‘bellen’ via GPS. Zeker wanneer een GPRS-pakket wordt toegepast.
Draadloze datacommunicatie via Voice of Speech
Binnen logistieke processen is op LAN-niveau een andere ontwikkeling gekomen, te weten die van het logistieke Voice of Speech. Het betreft hier een tweeweg-radiosysteem via access points binnen bedrijven, waarbij de logistiek medewerker geen handheld- of truckterminal ter beschikking heeft (op het mobiele intern transportvoertuig) maar een ‘headset’ (koptelefoon met keelmicrofoon), waarmee hij permanent in verbinding staat met de hostcomputer.De programmatuur van de hostcomputer is voorzien van spraaksoftware, waarmee orderregels niet in oogleesbare karakters op een display worden weergegeven maar in oorhoorbare taal worden doorgegeven.
De medewerker van het bedrijfsbureau typt nog steeds via het toetsenbord zijn opdrachten in of scant deze vanaf barcodes op een zogeheten template (een lijst met barcodes, die bepaalde activiteiten representeren), waarna de Voice- of Speechsoftware (de gebruikte term hangt af van de leverancier) deze orderregels omzet in oorhoorbare tekst.
Logistieke datacommunicatie via Voice
De medewerker in de productie- of magazijnruimte krijgt dan ook dezelfde orderregels als in het eerder voorbeeld te horen, maar nu in een iets gewijzigde vorm:
- 1a – Ga naar magazijnlocatie A1A en controleer daar de aanwezige voorraad
- 1b – Meldt de voorraad terug (medewerker: ‘100 kilogram’)
- 2a – Ga naar productieruimte 1 en controleer de beschikbare productiecapaciteit
- 2b – Meldt de capaciteit terug (medewerker: ‘machine Y is beschikbaar’)
- 3a – Breng x-hoeveelheid grondstoffen naar machine Y
- 3b – Meldt het uitvoeren van de opdracht (medewerker: ‘opdracht 3 is uitgevoerd’)
- 4a – Produceer artikel z volgens recept 1234567
- 4b – Meldt de productiegereedheid terug (medewerker: ‘productiebatch z1a tot en met k is uitgevoerd’)
- 5a – Breng x hoeveelheid verpakkingsmateriaal naar verpakkingslijn o
- 5b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘palletnummer 12345 aangeleverd op lijn o’)
- 6a – Breng productiebatch xxxyyyzzz naar magazijn
- 6b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘twintig dozen met xxxyyyzzz overgebracht naar magazijn’)
- 7a – (Medewerker inslag rapporteert) ‘Twintig dozen met xxxyyyzzz ingevoerd in opslag op stelling A2B’
- 7b – de software in de hostcomputer zet dit om in oogleesbare informatie in het overzicht ‘voorradig’, waaruit verkopers danwel productieplanners of anderen hun informatie putten
- 8a – Ga naar opslaglocatie A2B
- 8b – (medewerker:) ‘Aangekomen bij A2B’
- 8c - Verzamel x-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A1
- 8d – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘x gepickt op A2B van xxxyyyzzz1A voor A1’)
- 9a – Verzamel y-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A2
- 9b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘y gepickt op A2B van xxxyyyzzz1A voor A2’)
- 10a – Verzamel z-hoeveelheid verpakte artikelen van product xxxyyyzzz1A op A2B met ordernr A3
- 10b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: z gepickt op A2B van xxxyyyzzz1A voor A3’)
- 11a – Lever ordernr A1 af bij expeditie
- 11b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A1 afgeleverd bij expeditie’)
- 12a – Lever ordernr A2 af bij expeditie
- 12b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A2 afgeleverd bij expeditie’)
- 13a – Lever ordernr A3 af bij expeditie
- 13b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A3 afgeleverd bij expeditie’)
- 14a – Maak ordernr A1 gereed voor verzending
- 14b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A1 gereed’)
- 15a – Maak ordernr A2 gereed voor verzending
- 15b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A2 gereed’)
- 16a – Maak ordernr A3 gereed voor verzending
- 16b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘A3 gereed’)
- 17a – Print SSCC-label voor ordernr A1
- 17b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘Label geprint voor A1’)
- 18a – Print SSCC-label voor ordernr A2
- 18b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘Label geprint voor A2’)
- 19a – Print SSCC-label voor ordernr A3
- 19b – Meldt de uitvoering terug (medewerker: ‘Label geprint voor A3’)
- 20 – Bestel bij toeleverancier grondstoffen
- 21 – Bestel bij toeleverancier verpakkingsmateriaal
Er zijn derhalve verschillen. De software is gecompliceerder, doordat woorden aan de computer moeten worden aangeleerd. De leveranciers van Voice- en Speechsystemen zijn er evenwel in geslaagd complete softwaremodules samen te stellen die deze orderregels reeds kennen. Wel dient ter plaatse de locatienummering, artikelgegevens, etc. in de modules te worden ingevoerd.
Een tweede verschil is dat sommige opdrachten ook (nog wel) via toetsenbord of barcodescanner danwel RFID-reader (tagreader) geregeld worden. De software van de hostcomputer moet daar op worden ingesteld (zie orderregels 20 en 21 die bij de inkoopafdeling worden toegepast en niet in de orderverzamelarea van het magazijn of bij de productieafdeling).
Het meest opvallende verschil is uiteraard dat de medewerker op de werkvloer geen scanner, terminal of ander handgedragen apparaat meevoert. Hij heeft daardoor beide handen vrij voor inpak-, opslag-, wegneem- of soortgelijke activiteiten respectievelijk het instellen van productiemachines, transportbanden, sorteersystemen, etc.
Voor het werken met Voice- of Speech ’terminals’ (men spreekt niet van headsets maar simpelweg – ook – van terminals) is een bepaalde frequentie nodig. Evenals een adressering van de berichten naar een uniek benoemde terminal. Per slot van zake zullen er tientallen zo niet meer terminals in gebruik zijn.
Ook hier wordt gebruik gemaakt van Spread Spectrumradiotechnieken maar nu niet in de vorm van het overseinen van datapakketjes maar van blokjes gesproken tekst.
Logistieke datacommunicatie via GPRS
Communiceren wint binnen de logistieke wereld steeds meer aan belang. Voor zowel interne afstemming als in de berichtgeving naar klanten. Met het steeds verder terugbrengen van voorraden in de keten is de spanning binnen de distributieketting steeds hoger.Steeds vaker heeft de klant reeds via het internet inzicht in de positie van de goederen welke op voorraad zijn of onderweg zijn. Met de GPRS-communicatietechniek is het mogelijk hier een nieuwe dimensie aan toe te voegen.
Met GPRS wordt een virtueel netwerk gecreëerd, waarbinnen het proces begint bij de ontvangst van de order van de klant en eindigt bij de aflevering. Het voorraadbeheer respectievelijk de overslag vormen daarbij slechts een deel van de distributieketting. De rapportage over de status kan verdergaan dan alleen over opslag of overslag rapporteren.
Zo kan bij de collectie reeds de data direct worden doorgegeven aan het centrale systeem. Dit is niet alleen van belang voor het starten van interne planningprocessen en dergelijke, maar ook bedoeld om de klant te informeren op welk moment (tijdstip) en op welke locatie de goederen in ontvangst zijn genomen.
Terzake van de aflevering kan de eindgeadresseerde ook direct worden geïnformeerd. Deze kan een SMS-, een email- of een voicemail-bericht ontvangen met informatie over het moment van aflevering, plaats van aflevering (dat kan bijvoorbeeld bij een pakketafleverstation zijn zoals een benzinestation of een lokale supermarkt), de distributietijd, de status van de zending, etc.
De service, aansprakelijkheid en rapportage gaat niet meer van deur tot deur maar tot die van persoon tot persoon.
Hierdoor ontstaat tevens een nieuwe dimensie bij het invullen van een ‘service level agreement’. Met de prijsstelling van GPRS-communicatie en andere internet- en telecommunicatiediensten in de zakelijke omgeving, is deze toepassing zeer kosteneffectief. Met name voor bedrijven met meer vestigingen, buitenterreinen, buitendienstmedewerkers, subcontractors en partners in de bedrijfskolom.
Accessoires aansluiten (printers, scanners, RFID-readers)
Ongeacht het communicatiesysteem tussen terminal (notebook, PC) en hostcomputer kunnen de op locatie gebruikte mobiele terminals (notebooks, PC’s) worden voorzien van extra accessoires als documenten- of etikettenprinters, barcodescanners en tagreaders.Voor mobiel gebruik is een behoorlijke diversiteit aan mobiele – op batterijen werkende danwel hun voeding ontvangend van de accu’s van de voertuigen – printers verkrijgbaar. Variërend van aan de heupriem of een schouderdraagband meegedragen kleine etikettenprinters tot bonnenprinters in buitendienstkoffers.
Met deze printers kunnen op locatie zelfklevende barcode-etiketten op stellingen worden aangebracht, op gepickte of juist opgeslagen goederen of kunnen lijsten met gegevens omtrent uitgevoerde werkzaamheden worden uitgedraaid.
Buitendienstmedewerkers als onderhoudsmonteurs of inspecteurs kunnen er een rapport van bevindingen mee samenstellen, een lijst verstrekken van gebruikte onderdelen of uitgevoerde handelingen en account managers kunnen er een bestellijst of orderbevestiging mee uitdraaien.
Mobiele terminals (handhelds) worden veelal van een geïntegreerde scankop voorzien voor het inlezen van barcodes. Het uitvoeren van een scanning kan worden voorbereid door middel van een functietoets op het toetsenbord of gebeurt automatisch na het indrukken van de scantoets (opdrachttoets).
Waar de printer aan de terminal verbonden kan zijn met een kabeltje of via een infraroodverbinding danwel een radioverbinding voor korte afstanden (RFDC of GPRS), is voor de koppeling tussen terminal en scanner in dit geval geen aparte verbinding benodigd. Bij gebruik van een notebookcomputer of soortgelijke uitvoering kan een afzonderlijke scanner worden ingezet, die met een kabeltje aan deze computer wordt verbonden. Ook barcodeleespennen zijn toepasbaar.
Het gebruik van een RFID-reader (tagreader) vraagt bijzondere voorzieningen. De reader kan geschikt zijn voor het uitzenden en ontvangen van electromagnetische signalen (veelal verband houdend met een aanwezigheidsregistratie of een anti-diefstalelement) of van radiosignalen waarmee grotere of kleinere gegevensbestanden van de tag naar de reader worden overgeseind.
De reader is bovendien voorzien van een antenne voor korter of langer bereik. Dergelijke readers vragen voorzieningen voor zowel het communicatiedeel als de software en zijn daarom niet integreerbaar met de terminal, tenzij de terminal geïntegreerd wordt in de reader.
Er zijn ook systemen verkrijgbaar waarbij RFID-reader, antenne, barcodescanner en handheld-terminal één geheel vormen.
Sommige accessoires zoals printers beschikken over software waarmee uitgevoerde taken als managementinformatie worden (terug)gemeld aan de hostcomputer. Deze printers kunnen via de radio-module van de terminal (RFDC) de informatie als het ware zelfstandig doorgeven.
Daarvoor moet wel specifieke software in de terminal worden toegevoegd. Hetzelfde geldt voor systemen waarbij de printer door middel van een koppeling aan een GSM-telefoontoestel (dat als het ware als modem fungeert) verbinding maakt met de hostcomputer (GPRS). Dit kan overigens ook separaat gebeuren en derhalve niet via een GPRS-kanaal.
Samenvatting, conclusies, aanbevelingen
Het is duidelijk dat voor iedere toepassing een datacommunicatiesysteem beschikbaar is. Wie uitsluitend werkt met vast opgestelde scan-, meet-, weeg- en overdrachtpunten heeft voldoende aan een bekabeld netwerk maar kan ook een continu bereikbaar draadloos netwerk inzetten zoals Narrow Band, Spread Spectrum of GPRS.Waar dataoverdracht niet kritisch is, kan bij mobiele datacollectie gewerkt worden met een batchgewijze werkend gegevensverzamelsysteem, dat om de zoveel tijd deze gegevens overdraagt via het bekabelde netwerk danwel het draadloze netwerk via Narrow Band, Spread Spectrum of GPRS.
Waar binnen een bedrijfslocatie online data-uitwisseling met mobiele scan-, meet-, weeg- en overdrachtpunten gewenst is, komen de Narrow Band-, Spread Spectrum- en GPRS-mogelijkheden als enigen in beeld. Wanneer contact moet worden onderhouden met buiten het bedrijf actieve medewerkers binnen het bereik van een ‘private network’-infrastructuur, kan daarvoor worden gekozen. Maar ook voor het GPRS- en Satcom-systeem. Wanneer een PN-infrastructuur ontbreekt, komen alleen GPRS- en SATCOM in aanmerking.
Waarbij wordt aangetekend dat SATCOM alleen zinvol is bij zeer grote afstanden tot de thuisbasis en met de kans op het ontbreken van alle andere communicatie-infrastructuren.
Bedacht moet worden dat het internet als communicatiemedium buiten beschouwing is gelaten doordat dit (ook) een andere communicatie-infrastructuur vraagt. Namelijk hetzij een continu (online) bekabeld systeem (bijvoorbeeld ADSL), hetzij een continu draadloze infrastructuur zoals GPRS, PN en – in mindere mate vanwege de kosten en de afstanden – SATCOM.
Op basis van de in kaart gebrachte mogelijkheden lijkt GPRS voor alle vormen van mobiele,. draadloze datacommunicatie de beste papieren te hebben. Met de beperking dat dit alleen mogelijk is wanneer een goed werkende GSM-infrastructuur beschikbaar is.
© 2009 - 2012 Logipers, gepubliceerd in Diversen (Zakelijk) op .
Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Data identificatie, data collectie en datacommunicatie Automatische identificatie betreft het door computersystemen doen…
Wat is UMTS technologie? Universal Mobile Telecommunications System (UMTS) is de opvolger van de GSM/GPRS techniek, die i…
Ratio spreads met opties De ratio spread is een verhouding tussen het aantal opties long en het aantal opties short in ee…
LAN Evenementen Een LAN party, wat is dat nou eigenlijk? Veel mensen deinzen terug bij het horen van de term en zien mete…
Gerelateerde artikelen
Voice recognition, een vorm van datacommunicatie Stemherkenning (voice of speech recognition) komt in zwang. Het gebruik…Data identificatie, data collectie en datacommunicatie Automatische identificatie betreft het door computersystemen doen…
Wat is UMTS technologie? Universal Mobile Telecommunications System (UMTS) is de opvolger van de GSM/GPRS techniek, die i…
Ratio spreads met opties De ratio spread is een verhouding tussen het aantal opties long en het aantal opties short in ee…
LAN Evenementen Een LAN party, wat is dat nou eigenlijk? Veel mensen deinzen terug bij het horen van de term en zien mete…