Diversen en

Medezeggenschap en de Medezeggenschapsraad

De medezeggenschapsraad is voor sommige organisaties wettelijk verplicht maar wat houdt het in? en wanneer is het verplicht?


Medezeggenschap

Medezeggenschap kan worden omschreven als “het geheel van maatregelen met behulp waarvan werknemers invloed kunnen uitoefenen op het beleid van de onderneming of de instelling waar zij werken.” Deze omschrijving zegt echter nog niets over het niveau waarop deze medezeggenschap betrekking kan hebben. Het maakt nogal wat uit of deze invloed betrekking heeft op de beleidsbepaling of zich beperkt tot de uitvoering van het beleid. Daarom is het zinvol om medezeggenschap te onderscheiden in een proces van democratisering en in een proces van participatie.

Medezeggenschap als democratie

Het gebruik van het woord democratie verwijst naar een bepaalde ordening van machtsverdeling in de onderneming. Deze ordening is in twee typen te onderscheiden:
  • Het hiërarchische principe van machtsverdeling. Hierbij is sprake van een formele machtsongelijkheid tussen de verschillende niveaus in een arbeidsorganisatie in de vaststelling en uitvoering van het beleid. In de meest extreme vorm heeft dit betrekking op de situatie wanneer aan de top van de onderneming (directie, bestuur) zonder nadere verantwoording aan de werknemers het beleid wordt vastgesteld en uitgevoerd.
  • Het democratische principe van machtsverdeling. Hiervan is sprake wanneer er tussen de diverse groepen in de onderneming een formele machtsgelijkheid bestaat in het vaststellen en uitvoeren van het ondernemingsbeleid.

Medezeggenschap als participatie

Bij participatie bestaat de mogelijkheid om binnen een bepaalde structuur van machtsrelaties actief deel te nemen, geïnvolveerd te raken. Participatie kan dan zowel in een gedemocratiseerde als in een niet-gedemocratiseerde structuur plaatsvinden. Participatie kan plaatsvinden zonder dat er automatisch sprake behoeft te zijn van een wijziging in de machtsrelaties. Participatieprocessen spelen zich meestal af aan de voet van de organisatie (op de werkplek). Zij kunnen institutionele vormen aannemen, bijvoorbeeld door werkoverleg en kwaliteitskringen maar kunnen ook door verandering in leiderschapstijlen worden nagestreefd. Ook moderne vormen van arbeidsorganisaties zoals zelfsturende teams kennen een hoog participatief gehalte. Het is van belang te onderstrepen dat participatie vanuit heel andere overwegingen wordt voorgestaan dan het geval is bij democratisering. Participatie wordt hoofdzakelijk vanuit instrumentele motieven vormgegeven. De ondernemingsleiding ziet hierin een middel om de betrokkenheid, en daarmee hopelijk ook de motivatie, van de werknemers in de uitvoering van het beleid te vergroten.

Het schema op de volgende pagina biedt een overzicht van de verschillende medezeggenschapsorganen binnen de onderneming en andere regelingen die de autonomie van de directie proberen te begrenzen ten gunste van de werknemers. Daarbij is zoveel mogelijk geprobeerd uitdrukking te geven aan de onderlinge verbondenheid tussen al deze regelingen op ondernemingsniveau.

Bij het gepresenteerde schema passen enkele opmerkingen

In de eerste plaats is het schema niet voor alle ondernemingen in gelijke mate realistisch. De hierin vermelde regelingen, organen, en dergelijk zijn niet voor alle ondernemingen op dezelfde wijze voorgeschreven. Bovendien wordt niet in alle ondernemingen werkoverleg gevoerd, wat eveneens opgaat voor het bedrijvenwerk of bondswerk. Grosso mode kan gesteld worden dat het schema van toepassing is op ondernemingen, die meer dan vijftig werknemers in dienst hebben en bovendien de rechtsvorm van een NV of BV hebben. In de tweede plaats zegt het schema nog niets over de aard van de medezeggenschap die door deze regeling aan de werknemers wordt geboden. Wat dit betreft is het van belang om reeds vooraf te wijzen op een fundamentele taakafbakening die er bestaat tussen de medezeggenschap die namens de werknemers door de vakbeweging wordt uitgeoefend en de medezeggenschapsorganen waarin de weknemers zelf op meer directe wijze participeren. Het komt er op neer dat de medezeggenschap van werknemers op het terrein van de arbeidsvoorwaarden in eerste instantie dient te lopen via de vakbonden. Dit betekend onder meer dat alles wat per CAO geregeld wordt, buiten de bevoegdheidssfeer valt van de medezeggenschapsorganen. Voorts kan men hieruit ook afleiden dat de medezeggenschap van de werknemers, anders dan via vakbonden, geacht wordt een ander (ruimer) karakter te dragen. Deze vorm van medezeggenschap dien niet alleen te stoelen op het idee van pure belangenbehartiging, aangezien dit aspect binnen het Nederlandse medezeggenschapsmodel wordt toegeschoven naar de vakbeweging. In de derde plaats wordt erop gewezen dat in het schema geen duidelijkheid wordt verschaft over de totale hoeveelheid medezeggenschap die de werknemers kunnen hebben op het ondernemingsbeleid. Bovendien suggereert dit schema dat er sprake zou zijn van een gelijkwaardige positie tussen de verschillende partijen en tussen de verschillende instrumenten die zij ter beschikking hebben om invloed op het beleid uit te oefenen. Het is van belang te onderstrepen dat in onze economische orde de zelfstandigheid van de ondernemingsfunctie de (beperkende) randvoorwaarde blijft vormen voor de mogelijkheden tot medezeggenschap van werknemers.

De belangrijkste regelingen die op dit moment van belang zijn voor de medezeggenschap van werknemers binnen de onderneming zijn de volgende:
  • de Wet op de ondernemingsraden van 1998
  • de Structuurregelingen (1971)
  • het Enquêterecht (1971)
  • de Wet op de jaarrekening (1971)
  • de Arbeidsomstandighedenwet (1980)
  • de fusiecode (1971)
  • het werkoverleg, kwaliteitskringen
  • het bedrijvenwerk

Medezeggenschapsraad

Wat is een medezeggenschapsraad?
Een ondernemingsraad (OR) zorgt voor het behartigen van personeelsbelangen ten opzichte van de ondernemer. Hierdoor is de OR vaak in beeld als het gaat om de rechten van de medewerker. Daarnaast zorgt de OR er voor dat ook de belangen van de onderneming bewaakt worden. Een ondernemingsraad bestaat uitsluitend uit vertegenwoordigers die worden gekozen door het personeel. De leiding van de onderneming wordt niet vertegenwoordigd. Dit betekent dus dat de leiding op geen enkele manier invloed kan uitoefen op adviezen van de OR. Een OR heeft ook een aantal rechten. Hij heeft het recht om een rol te spelen in de besluitvorming. Zo kan een OR invloed uitoefenen op het bedrijfseconomische en organisatorische beleid (adviesrecht) en het personeels-/arbobeleid (instemmingsrecht) in de eigen instelling of bedrijf. Daarnaast kan de OR initiatieven nemen over alles wat in de organisatie speelt. (initiatiefrecht). Dit wordt duidelijker in de opsomming over de bevoegdheden van een ondernemingsraad die hieronder is weergegeven.

Bevoegdheden
De belangrijkste bevoegdheden van een ondernemingsraad zijn de volgende. Adviesbevoegdheid met mogelijkheid tot beroep. In artikel 25 is geschreven dat de ondernemingsraad de gelegenheid dient te krijgen, van de ondernemer, om een advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit tot:
  • overdracht van de zeggenschap over de onderneming of een deel daarvan;
  • het vestigen van, overnemen of afstoten van de zeggenschap over een andere onderneming, evenals het wijzigen of verbreken van duurzame samenwerking met een andere onderneming;
  • beëindigen van de werkzaamheden van de onderneming of van een belangrijk onderdeel ervan.
  • Belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden van de onderneming;
  • Het invoeren van belangrijke wijzigingen in de organisatie van de onderneming of in de verdeling van de bevoegdheden;
  • Wijziging van de plaats waar de onderneming haar werkzaamheden uitoefent;
  • Het groepsgewijs werven of inlenen van arbeidskrachten;
  • Het doen van een belangrijke investering;
  • Het aantrekken van een belangrijk krediet;
  • Het verstrekken en het formuleren van een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming betreffende de bovengenoemde aangelegenheden;
  • Het invoeren of wijzigen van een belangrijke technologische vernieuwing;
  • Het treffen van een belangrijke maatregel in verband met de zorg voor het milieu;
  • Het verstrekken van een belangrijk krediet;
  • De regeling met betrekking tot het zelf dragen van het risico, bedoeld in artikel 75 van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Verder is in de wet geregeld hoe de procedure van een advies van de OR dient te verlopen. Ook heeft de OR een beroepsrecht wanneer de leden het niet eens zijn met het uiteindelijk genomen besluit. Beide procedures worden hieronder weergegeven. Dit kan alleen over de onderwerpen die onder het adviesrecht vallen.

Een beroep kan worden aangetekend:
  • Als het besluit niet in overeenstemming is met het advies van de OR;
  • Als nieuwe feiten of omstandigheden bekend zijn geworden die de ondernemingsraad tot een ander advies hadden kunnen brengen.

Een beroep kan worden ingediend bij de ondernemingskamer in Amsterdam. Het beroepsrecht heeft betrekking op de OR als geheel en niet een deel ervan. Voor de procedure van een beroep doen staat ook omschreven in de wet. Als het beroep door de ondernemingskamer is gegrond, kan de ondernemingsraad een verzoek indienen om de ondernemer te verplichten het genomen besluit geheel of gedeeltelijk in te trekken of de ondernemer verbieden handelingen te verrichten ter uitvoering van het genomen besluit.

Procedure regels van adviesrecht; artikel 25 lid 2-6, II.46 WOR
  • 2 De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Het advies moet op een zodanig tijdstip worden gevraagd, dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
  • 3 Bij het vragen van advies wordt aan de ondernemingsraad een overzicht verstrekt van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen.
  • 4 De ondernemingsraad brengt met betrekking tot een voorgenomen besluit als bedoeld in het eerste lid geen advies uit dan nadat over de betrokken aangelegenheden te minste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Ten aanzien van de bespreking van het voorgenomen besluit in de overlegvergadering is artikel 24, tweede lid, van overeenkomstige toepassing
  • 5 Indien na het advies van de ondernemingsraad als in het eerste lid bedoeld wordt genomen, wordt de ondernemingsraad door de ondernemer zo spoedig mogelijk van het besluit schriftelijk in kennis gesteld. Indien het advies van de ondernemingsraad niet of niet geheel is gevolgd, wordt aan de ondernemingsraad tevens meegedeeld, waarom van dat advies is afgeweken. Voor zover de ondernemingsraad daarover nog niet heeft geadviseerd, wordt voorts het advies van de ondernemingsraad ingewonnen over de uitvoering van het besluit.
  • 6 Tenzij het besluit van de ondernemer overeenstemt met het advies van de ondernemingsraad, is de ondernemer verplicht de uitvoering van zijn besluit op te schorten tot een maand na de dag waarop de ondernemingsraad van het besluit in kennis is gesteld. De verplichting vervalt wanneer de ondernemingsraad zulks te kennen geeft.

Beroep bij ondernemingskamer; artikel 26, II.46 WOR
  • 1 De ondernemingsraad kan bij de ondernemingskamer van het gerechtshof te Amsterdam beroep instellen tegen het besluit van de ondernemer als bedoeld in artikel 25, vijfde lid, hetzij wanneer dat besluit niet in overeenstemming is met het advies van de ondernemingsraad, hetzij wanneer feiten of omstandigheden bekend zijn geworden, die, waren zij aan de ondernemingsraad bekend geweest ten tijde van het uitbrengen van zijn advies, aanleiding zouden kunnen zijn geweest om dat advies niet uit te brengen zoals het is uitgebracht.
  • 2 Het beroep wordt ingediend bij verzoekschrift, binnen een maand nadat de ondernemingsraad van het in het eerste lid bedoelde besluit in kennis is gesteld.
  • 3 De ondernemer wordt van het ingestelde beroep in kennis gesteld.
  • 4 Het beroep kan uitsluitend worden ingesteld ter zake dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot zijn besluit had kunnen komen.
  • 5 De ondernemingskamer behandelt het verzoek met de meeste spoed. Alvorens te beslissen kan zij, ook ambtshalve, deskundigen, alsmede in de onderneming werkzame personen horen. Indien de ondernemingskamer het beroep gegrond bevindt, verklaart zij dat de ondernemer bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het betrokken besluit had kunnen komen. Zij kan voorts, indien de ondernemingsraad daarom heeft verzocht, een of meer van de volgende voorziening treffen:
    • A het opleggen van de verplichting aan de ondernemer het besluit geheel of ten dele in te trekken, alsmede om aan te wijzen gevolgen van dat besluit ongedaan te maken.
    • B het opleggen van een verbod aan de ondernemer om handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het besluit of van onderdelen daarvan. Een voorziening van de ondernemingskamer kan door derden verworven rechten niet aantasten.
  • 6 Het is verboden een verplichting of een verbod als bedoeld in het vorige lid niet na te komen, onderscheidenlijk te overtreden.
  • 7 De ondernemingskamer kan haar beslissing op een verzoek tot het treffen van voorzieningen voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien beide partijen daarom verzoeken, dan wel indien de ondernemer op zich neemt het besluit waartegen beroep is ingesteld, in te trekken of te wijzigen, of bepaalde gevolgen van het besluit ongedaan te maken.
  • 8 Nadat het verzoekschrift is ingediend kan de ondernemingskamer, zo nodig onverwijlde, voorlopige voorzieningen treffen. Het vijfde lid, vierde en vijfde volzin, en het zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
  • 9 Van een beschikking van de ondernemingskamer staat uitsluitend beroep in cassatie open.

Instemmingbevoegdheid

De ondernemer behoefd volgens artikel 27 de instemming de instemming van de ondernemingsraad voor elke door hem te nemen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van:
  • Deze bevoegdheid geldt niet indien deze zaken inhoudelijk geregeld zijn in de CAO.
  • Een regeling betreffende pensioenverzekering, winstdeling of sparen; een werktijd; of vakantieregeling;
  • Een belonings- of functiewaarderingssysteem;
  • Een regeling op het gebied van:
    • aanstelling-, onstlag- of bevorderingsbeleid
    • personeelsopleiding
    • personeelsbeoordeling
    • bedrijfsmaatschappelijk werk
    • werkoverleg
    • klachtenbehandeling; veiligheid, de gezondheid of het welzijn in verband met de arbeid of het ziekteverzuim
    • registratie van, de omgang met en de bescherming van personeelsgegevens van het personeel
    • waarneming en controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van het personeel

Procedure regels voor instemmingsrecht; artikel 27 lid 2-6, II.46 WOR
  • 2 De ondernemer legt het te nemen besluit schriftelijk aan de ondernemingsraad voor. Hij verstrekt daarbij een overzicht van de beweegredenen voor het besluit, alsmede van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben. De ondernemingsraad beslist niet dan nadat over de betrokken aangelegenheid tenminste éénmaal overleg is gepleegd in een overlegvergadering. Na het overleg deelt de ondernemingsraad zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed zijn beslissing aan de ondernemer mee. Na de beslissing van de ondernemingsraad deelt de ondernemer zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de ondernemingsraad mee welk besluit hij heeft genomen en met ingang van welke datum hij dat besluit zal uitvoeren.
  • 3 De in het eerste lid bedoelde instemming is niet vereist, voor zover de betrokken aangelegenheden voor de onderneming reeds inhoudelijk is geregeld in een collectieve arbeidsovereenkomst of een regeling van arbeidsvoorwaarden vastgesteld door een publiekrechtelijk orgaan.
  • 4 Heeft de ondernemer voor het voorgenomen besluit geen instemming van de ondernemingsraad verkregen, dan kan hij de kantonrechter toestemming vragen om het besluit te nemen. De kantonrechter geeft slechts toestemming, indien de beslissing van de ondernemingsraad om geen instemming te geven onredelijk is, of het voorgenomen besluit van de ondernemer gevergd wordt door zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen.
  • 5 Een besluit als bedoeld in het eerste lid, genomen zonderde instemming van de ondernemingsraad of de toestemming van de kantonrechter, is nietig, indien de ondernemingsraad tegenover de ondernemer schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De ondernemingsraad kan slechts een beroep op de nietigheid doen binnen een maand nadat hetzij de ondernemer hem zijn besluit overeenkomstig de laatste volzin van het tweede lid heeft meegedeeld, hetzij – bij gebreke van deze mededeling – de ondernemingsraad is gebleken dat de ondernemer uitvoering of toepassing geeft aan zijn besluit.
  • 6 De ondernemingsraad kan de kantonrechter verzoeken de ondernemer te verplichten zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het vijfde lid. De ondernemer kan de kantonrechter verzoeken te verklaren dat de ondernemingsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het vijfde lid.

Medebestuur

De ondernemingsraad heeft het recht om minstens de helft van het aantal bestuursleden te benoemen van instellingen die ten behoeve van werknemers door de ondernemer zijn opgericht. Adviesbevoegdheid bij directiebenoeming of – ontslag. De ondernemingsraad heeft adviesrecht ten aanzien van een voorgenomen benoeming of ontslag van een bestuurder van de onderneming. De ondernemingsraad heeft echter geen beroepsrecht indien zijn advies niet wordt opgevolgd.

Het opstellen van een ondernemingsovereenkomst

Met de herziening van de wet in 1998 krijgen de ondernemer en de ondernemingsraad de mogelijkheid tot het sluiten van een zogeheten ondernemingsovereenkomst. Dit zijn afspraken tussen ondernemer en ondernemingsraad die naast allerlei beleidsinhoudelijke zaken als reorganisaties, investeringsplannen en dergelijke ook over arbeidsvoorwaarden kunnen gaan. In deze ondernemingsovereenkomst kunnen echter geen afspraken worden gemaakt die indruisen tegen de minimumbevoegdheden uit de wet en tegen al gemaakte afspraken in de CAO. Met deze wettelijk geregelde ‘ondernemingsovereenkomst’ wordt tegemoetgekomen aan de praktijk waarbij de ondernemingsraad buiten al de bestaande bevoegdheden om convenanten en protocollen met de ondernemer afsloot. Met deze overeenkomst kan de ondernemingsraad bedrijfsspecifieke oplossingen vastleggen voor problemen waarin wetgeving en CAO-regelingen niet voorzien.

Het functioneren van een ondernemingsraad in de praktijk

De ondernemingsraad heeft zich in de afgelopen vijftig jaar ontwikkeld tot een vertrouwd en erkend instituut in de meeste ondernemingen. Uit onderzoek met betrekking tot de naleving van de Wet op de ondernemingsraden blijkt dat ongeveer 90% van de ondernemingen die verplicht zijn een onderneming in te stellen, dit ook hebben gedaan. Aan de ondernemingsraad wordt zowel door bestuurders als werknemers over het algemeen een belangrijke en invloedrijke rol toegeschreven in het bestuur van de onderneming. Uit diversen onderzoeken komen echter wel steeds drie centrale problemen naar voren in het functioneren van de ondernemingsraad. Deze problemen hebben op betrekking op:

1 De deskundigheid van de ondernemingsraadsleden;
Naarmate de ondernemingsraad meer betrokken wordt in de beleidsvorming op centrale en ingewikkelde beleidsgebieden, dient zich het probleem voor of ondernemingsraadsleden wel over voldoende deskundigheid beschikken om tegenspel te bieden aan de bedrijfsleiding. Uit onderzoek blijkt dat een ondernemingsraad zich juist het sterkst ontplooit op die beleidsgebieden welke als minder centraal kunnen worden omschreven, zoals personeelsbeleid, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden. Op de meer centrale beleidsgebieden, zoals interne organisatie, investeringen en productieontwerp, is daarentegen de inbreng van de bedrijfsleiding het grootst en neemt de ondernemingsraad in het algemeen gemakkelijker de standpunten over van de leiding. Hieruit zou men kunnen concluderen dat een verruiming van de bevoegdheden van de ondernemingsraad op centrale beleidsgebieden nog niet automatisch betekent dat daarmee de invloed van de ondernemingsraad op deze beleidsgebieden wordt vergroot. Het deskundige tegenspel bieden op deze ingewikkelde beleidsgebieden lijkt hier het grootste tegenspel te vormen. Scholing en vorming van ondernemingsraadleden lijken dan ook de oplossing om hieraan tegemoet te komen. Hiertoe is onder meer het GBIO (Stichting Gemeenschappelijk Begeleidinginstituut Ondernemingsraden opgericht) opgericht in 1975. Een van de doelstellingen van deze stichting is het begeleiden en ondersteunen van de scholing van de ondernemingsraden.

2 Het contact met de achterban
Uit onderzoek blijkt dat de ondernemingsraad meestal zeer zelfstandig opereert. Dat betekent dat de raad geen gestructureerde contacten onderhoudt met de achterban. Een uitzondering hierop vormen ondernemingen waar spraken is van actieve bedrijfsledengroepen van de vakbeweging. In ondernemingen waar het werkoverleg goed functioneert, wordt dit instrument nauwelijks gebruikt om een betere relatie met de ondernemingsraad te ontwikkelen.

3 Het tijdsbeslag
Het werk voor en in de ondernemingsraad neemt in de praktijk veel tijd in beslag. Als men de voorbereiding, de vergaderingen, het vooroverleg en dergelijke allemaal bij elkaar ziet, dan is het lidmaatschap van de OR niet iets wat men er zo maar even bij kan doen. Dit alles vormt vaak een belemmering om zich verkiesbaar te stellen voor de ondernemingsraad. Om dit probleem op te lossen zijn bedrijven ertoe overgegaan een aantal leden van de ondernemingsraad volledig of gedeeltelijk vrij te stellen.
© 2007 - 2009 Proren, gepubliceerd in Diversen (Zakelijk) op 26-02-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Proren is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Medezeggenschap en de Medezeggenschapsraad"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.