Diversen en Sturing

Sturing van vraag en aanbod in de gezondheidszorg

Sturing van vraag en aanbod in de gezondheidszorg

Naar aanleiding van het thema ‘sturing van vraag en aanbod in de gezondheidszorg’ heb ik onderzoek gedaan naar twee onderwerpen binnen dit thema. Het eerste onderwerp is de toekomst van de gezondheidszorg met betrekking tot de vergrijzing. Het tweede onderwerp is vraag en aanbod regulering en wachtlijsten.


Toekomst van de gezondheidszorg, met betrekking tot de vergrijzing.

Naar verwachting zullen er in 2030 6 miljoen ouderen zijn. In 2000 waren dat er 3,7 miljoen. Dat betekend dat het aantal ouderen in 30 jaar met 63% zal toenemen. Meer dan de helft van de 55-plussers is vrouw en ongeveer 30% is alleenstaand. Op dit moment is de vergrijzing te verklaren door de babyboomers, waarvan de eerste in 2000 55 jaar werden. In 2050 zullen de meeste babyboomers overleden zijn, en dan is de verdeling tussen verschillende leeftijdgroepen weer enigszins evenwichtig. De vergrijzing is dus waarschijnlijk een tijdelijk fenomeen.

Verschillende vormen van beleid
Het levensloopbewust beleid is erop gericht de ouderen te ondersteunen bij het produceren van hun eigen welbevinden. Ook word een actieve participatie in de maatschappij bevorderd. Het is hierbij belangrijk dat verschillende maatschappelijke instituties en voorzieningen (vrijwilligerswerk, ICT, onderwijs, enz) toegankelijk zijn of worden voor ouderen. Leeftijdsdiscriminatie moet verdwijnen. Op alle departementen en beleidsterreinen moet rekening gehouden worden met ouderen.

Het generatiebewust beleid gaat om de samenwerking tussen de verschillende generaties. In de toekomst moet dit nog meer versterkt worden. Bij een grotere populatie van ouderen moet niet alleen door de jongere generatie gezorgd worden voor zorg voor ouderen en financiële compensatie, maar kunnen ouderen zelf ook op verschillende manieren bijdragen aan de maatschappij, in betaalde functies, vrijwilligerswerk of mantelzorg. Overgang van vrijwilligerswerk en mantelzorg naar betaald werk zou gestimuleerd kunnen worden. Men riskeert dan echter wel dat er een achterstand komt bij het aantal vrijwilligers en ook de mantelzorg afneemt. De overheid zal aanmoedigen dat ouderen langer doorwerken. Dit doen ze onder anderen door mensen zelf te laten verzekeren voor prepensioen.

Bij het ouderenbeleid moet er ook meer aandacht voor burgerschap komen. Ouderen moeten meer betrokken worden en zijn bij de maatschappij. Behalve de maatschappelijk participeren ( bijvoorbeeld via verenigingsleven, vrijwilligerswerk, politieke participatie), moeten ouderen ook consumptief kunnen participeren. Ze moeten dus genoeg inkomen hebben om kwalitatief goede goederen en diensten te kunnen kopen. Ook is het belagrijk dat ouderen zich bewust zijn hun rechten en plichten.

In de toekomst zal de ondernemende burger erop gericht zijn, zijn eigen levensloop te regelen. Veel burgers die daar nog toe in staat zijn zullen economisch en sociaal productief blijven, wat ten goede komt aan de ouderen die door psychische of lichamelijke beperkingen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Voor deze nieuwe moderne ouderen moet wel ruimte zijn. De sociale politiek zal er dan ook op gericht zijn burgers te ondersteunen bij hun eigen levensplan.

Aanpassingen in de maatschappij met het oog op de vergrijzing
Door de vergrijzingen zijn er te weinig woningen voor ouderen. Woningen moeten toegankelijker zijn voor ouderen. Ook in de leefomgeving moet meer rekening gehouden worden met ouderen. Zij ondervinden nog te veel obstakels in de omgeving. Ook in het verkeer en vervoer moeten aanpassingen komen. Dit zorgt er ook weer voor dat ouderen actief kunnen blijven.

Er moet gestimuleerd worden dat ouderen aan hun lichamelijke conditie blijven werken, bijvoorbeeld door beweging en er een gezonde leefstijl op na te houden , om langer gezond te blijven. Ook is het belangrijk dat ze investeren in hun sociale netwerk. Dit om eenzaamheid te voorkomen. Om goed voorbereid te zijn op de oudere leeftijd, moeten mensen al vroeg gaan nadenken over hoe ze willen leven als ze ouder zijn. Hiermee kunnen ze bijvoorbeeld bij een eventuele verbouwing in huis al rekening houden.

In het algemeen moet er vooral op economisch niveau veel veranderen. Het productieve vermogen van de Nederlandse economie moet versterkt worden; het arbeidspotentieel moet optimaal benut worden; de EMU-schuld en het EMU-tekort moet verder teruggedrongen worden en verbeteringen in het stelsel van ouderdomspensioenen moeten doorgevoerd. Met deze economische voordelen kunnen de kosten van de vergrijzing gecompenseerd worden.

Hoe past de gezondheidszorg zich aan aan de vergrijzing?
De vergrijzing zal vooral bij de ouderenzorg en thuiszorg leiden tot knelpunten, maar het zal ook moeilijkheden veroorzaken bij de betaalbaarheid van de gezondheidszorg.

Het beleid van kostenbeheersing moet versoepeld worden. Bij de vergrijzing is de gezondheidszorg nog belangrijker en dus zullen er ook hogere kosten zijn. Als dit uitgegeven wordt aan kwalitatief goede zorg zal dit bijdragen aan de nationale welvaart. De aansluiting tussen vraag en aanbod moet verbeterd worden, omdat bij de onveranderde situatie de ouderzorg uiteindelijk zal vastlopen. Ook moet de thuiszorg verbeterd worden, zodat zij zorg kunnen bieden aan een bredere groep ouderen.

De eerste oplossingsrichting voor de hoge kosten van de gezondheidszorg is een andere lastenverdeling. Een mogelijkheid zou zijn om de ouderen een hogere eigen bijdrage te vragen, maar dit kan alleen als het aanbod dan ook aangepast wordt op specifieke vraag van de ouderen. Een andere mogelijkheid is om ouderen een hogere premie te laten betalen bij de zorgverzekering, wat eerlijk is, omdat zij ook meer zorg gebruiken. Voor mensen die dit financieel niet redden kan de hogere premie gecompenseerd worden met een inkomensafhankelijke subsidie.

De tweede oplossingsrichting is om de zorgkosten op een of andere manier te verdelen. De laatste oplossingsrichting is kapitaalvorming in een vroeg stadium. Er is echter twijfel of hiermee de toekomstige zorgkosten opgevangen kunnen worden.

Vraag en aanbod regulering en de wachtlijsten

Ook in de gezondheidszorg is er een relatie tussen vraag een aanbod. Het aanbod wordt deels op de vraag naar zorg afgesteld, maar andersom werkt het ook. Als er meer zorg wordt aangeboden komt er ook meer vraag naar de zorg. Als er een nieuw product komt is daar direct vraag naar, en als er meer ziekenhuisbedden zijn worden er ook direct meer mensen opgenomen in het ziekenhuis. Omdat een te grote consumptie van de zorg tot te hoge kosten leidt wordt het aanbod beperkt gehouden.

Een andere reden waarom er minder gebruik wordt gemaakt van zorg is verzekeringsdekking en inkomen. Als een bepaalde behandeling niet in het verzekeringspakket zit, of een eigen bijdrage vereist wordt het gebruik van de behandeling afgeremd. De mate waarin hiervan gebruik wordt gemaakt hangt ook af van de hoogte van het inkomen, met andere woorden, het gemak waarmee een patiënt deze behandeling kan betalen.

De organisatie van de gezondheidszorg is ook een factor die de omvang van de medische consumptie bepaald. Een belangrijk aspect is de huisarts als poortwachter. Veel patiënten hebben een doorverwijzing van een huisarts nodig om naar een specialist te kunnen.
© 2007 - 2009 Parisgirl, gepubliceerd in Diversen (Zakelijk) op 22-11-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Parisgirl is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Ouder worden we allemaal, onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS; Gezondheidszorg in het licht van de toekomstige vergrijzing, Commissie sociaal-economische deskundigen in opdracht van de Sociaal Economische Raad
  • Gezondheidszorg in het licht van de toekomstige vergrijzing, Commissie sociaal-economische deskundigen in opdracht van de Sociaal Economische Raad
  • Volksgezondheid en Gezondheidszorg, Mackenbach en van der Maas, 3e druk

Reageer op het artikel "Sturing van vraag en aanbod in de gezondheidszorg"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.