Outplacement en Cao 51

Outplacement, actief arbeidsmarktbeleid en flexizekerheid

Sinds het beruchte witboek van de Europese Commissie is "flexicurity" een hot issue op arbeidsrechtelijk vlak. Actief arbeidsmarktbeleid en flexizekerheid is uitermate belangrijk voor een land als België, waar de vergrijzing zonder mededogen dreigt toe te slaan. We beschouwen de link tussen outplacement en deze twee nieuwe concepten.


BLANPAIN wijst erop dat “teneinde het recht op arbeid waar te maken is er een actief arbeidsmarktbeleid nodig dat er op gericht is om vraag en aanbod op de arbeidsmarkt(en) maximaal op elkaar af te stemmen. Het komt er op aan dat werkgevers en werknemers elkaar effectief vinden (…)”. Mogelijke maatregelen die hij noemt, zijn selectie en werving, headhunting, outplacement en uitzendarbeid. Ook NEYT wijst op de nauwe band tussen outplacement en het recht op arbeid.

Recht op arbeid

Het recht op arbeid is geen subjectief recht voor elk individu; het kan door hem niet afgedwongen worden. Wat dit recht wel inhoudt, is de verplichting voor de overheid om haar beleid te richten op het nastreven van een situatie van volledige werkgelegenheid. Flexizekerheid, en daarvan deel uitmakend een actief arbeidsmarktbeleid, zijn een concretisering van dit recht. Deze twee worden hierna verder besproken.

Flexizekerheid

Met het concept van flexizekerheid wordt getracht een mobiele en flexibele arbeidsmarkt te creëren waarbij een hoge werkgelegenheidsgraad wordt bereikt, zonder dat dit ten koste gaat van het sociaal zekerheidssysteem. Flexizekerheid valt uiteen in twee aspecten: aan de ene kant meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt, die vooral aan de zijde van de werkgevers gevraagd wordt, en aan de andere kant de zekerheid op werk, een inkomen, doorgroeimogelijkheden, enz. die de werknemers daarvoor in ruil willen. WILTHAGEN splitst beide aspecten nog eens op in elk vier categorieën, waaronder flexibel aanwerven/ontslaan en werkzekerheid. Het omgekeerde beeld is ook waar: ook de werkgevers en werknemers zijn vragende partij voor resp. zekerheid en flexibiliteit. Flexizekerheid overstijgt de schijnbaar tegenstrijdige situatie en maakt een win-winresultaat mogelijk.

De arbeidsmarkt kampt met problemen zoals langdurige werkloosheid en de vergrijzing van de (beroeps)bevolking waardoor een verandering in ons arbeidssysteem noodzakelijk blijkt te zijn. Ook de globalisering en het stijgende aantal vrouwen die toetreden tot de arbeidsmarkt zijn reden voor verandering. Flexizekerheid biedt ogenschijnlijk de oplossing voor deze problemen.

Actief arbeidsmarktbeleid

Verder is er ook nog het concept van actief arbeidsmarktbeleid. Deze dook op halverwege de 20ste eeuw. De OESO stelde in 1964 een reeks activerende maatregelen voor, maar het optimisme kreeg een flinke deuk door de inflatie en de oliecrisis van de jaren ’70. De maatregelen die toen werden genomen in kader van een activerend beleid, waren niet opgewassen tegen de groeiende werkloosheid.

Een actief arbeidsmarktbeleid is erop gericht om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen, in tegenstelling tot een passief arbeidsmarktbeleid waarin de werklozen eenvoudigweg een werkloosheidsvergoeding ontvangen. Het recht op arbeid is dan niet enkel een recht, maar ook een ‘quasi-plicht’ voor het individu. Het houdt geen volwaardige plicht in, omdat het o.i. onaanvaardbaar is dat de overheid arbeid oplegt aan haar onderdanen en zo de arbeidsmarkt tot een communistische vorm zou verworden. Het is wel zo dat de niet-werkwilligen de consequenties moeten dragen van hun onwil, zonder ze echter in armoede te doen verzinken.

In kader van het actief arbeidsmarktbeleid is de werkloosheidsval die bestaat in België, waardoor werken voor veel werklozen niet loont, een acuut probleem. Het sociaal zekerheidssysteem dat in ons land bestaat, is bedoeld om als sociale vangnet te dienen voor zij die buiten hun wil om, zonder inkomen vallen. Deze vangnet is echter een hangmat geworden, wat de werkloosheidsval genoemd wordt. Deze werkloosheidsval dient op een effectieve manier bestreden te worden, anders hebben activerende maatregelen maar weinig kans op succes.

Het actief arbeidsmarktbeleid moet ook preventief zijn: vermijden dat mensen die in de werkloosheid terechtkomen, langdurig werkloos worden. Outplacement-begeleiding realiseert dit: pas ontslagen werknemers helpen met zo snel mogelijk een andere betrekking te vinden, zij het bij een andere werkgever of als zelfstandige. Het nadeel van dit preventief beleid is het kostenplaatje en het fenomeen dat ‘dead weight’ genoemd wordt, d.w.z. “het besteden van middelen die leiden tot een toestand die identiek is aan wat de toestand zou geweest zijn zonder de uitgave”. GORIS wijst op het vertekend beeld dat we daardoor krijgen van het succes van activerende maatregelen. Zelfs zonder outplacementbegeleiding zouden veel kandidaten toch een andere betrekking vinden, doch sommigen doen daar wat langer over dan anderen. Een preventief beleid is m.a.w. niet kostenefficiënt, terwijl dit juist één van de principes van flexizekerheid is.

Evaluatie

Zowel flexizekerheid als een actief arbeidsmarktbeleid zijn mooie theorieën, maar hoe vertaalt zich dat naar de praktijk? Hierna volgen nog enkele voorbeelden van activerende maatregelen die in het kader van outplacementbegeleiding zijn ingesteld.

DE VOS en KONINGS pleiten o.m. voor een verschuiving van “het arbeidsmarktbeleid naar activeringsmaatregelen gericht op een directe verbetering van het matching-proces tussen werkzoekende en werkgever eerder dan het plaatsen van werkzoekenden in allerlei opleidingsprogramma’s en gesubsidieerde tewerkstellingsprogramma’s” om zodoende de arbeidsmarkt actiever te maken.

O.i. wordt dit met outplacementbegeleiding meer en meer bereikt, omwille van het feit dat private arbeidsbemiddeling tegen betaling niet langer verboden is. We zijn er echter nog niet: het matching-proces zou verbeteren als de outplacementbureaus ook andere taken op zich zouden mogen nemen, zonder dat ze hiervoor gesanctioneerd worden.

Auteurs DE VOS en KONINGS stellen ook: “Herdenk de organisatie van de werkloosheidsverzekering als een instrument van actief arbeidsmarktbeleid. Activeer de werkloosheidsuitkering door het totale budget per werkloze op te trekken en te verdelen over de werkloosheidsuitkering en activeringsmaatregelen op maat van de werkloze en van de lokale arbeidsmarkt. Maak de verdeelsleutel afhankelijk van de duurtijd van de werkloosheid en maak de werkloosheidsuitkering afhankelijk van participatie in activeringsprogramma’s die kort na het begin van de werkloosheid worden opgestart.”

Ook deze gedachte werd in kader van het generatiepact ingeschoven in de outplacementbegeleiding. Heden is het zo dat als de pas ontslagen werknemer niet meewerkt met een outplacementbegeleiding of een valabel aanbod daartoe niet aanvaardt, hij gesanctioneerd kan worden in de werkloosheidsregeling . Dit zal er o.i. toe leiden dat de werknemers actiever zullen meewerken aan het vinden van een nieuwe betrekking.
© 2008 Guggenheimer, gepubliceerd in Banen (Zakelijk) op 30-05-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Guggenheimer is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Outplacement, actief arbeidsmarktbeleid en flexizekerheid"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.